Gebeden op de derde zondag door het
jaar.
Inleiding:
We zijn hier samen om verbondenheid te vieren,
verbondenheid als gelovige mensen.
Het aantal kerkgangers is hierbij geen goede graadmeter.
De geloofsgemeenschap omvat veel meer dan naar de kerk gaan.
Waaraan kun je zien dat een dorp of stad een hechte gemeenschap is?
Soms heb je bepaalde gelegenheden waarop dat duidelijk wordt,
als de plaatselijke voetbalclub kampioen wordt,
bij een feest als de carnaval of een zoveel jarig bestaan.
Dat zijn natuurlijk belangrijke momenten,
maar echte verbondenheid moet je zoeken in het dagelijks leven,
in de gewone dingen die we met elkaar doen.
Dat geldt voor elke gemeenschap, ook voor de kerkgemeenschap.
Waar leeft de kerk? Daar waar mensen verbondenheid beleven
niet alleen met kerstmis en Pasen, maar gewoon elke dag van het jaar.
Gelovige verbondenheid wordt zichtbaar in gewone kleine dingen.
Dat is de weg die Jezus ons gewezen heeft.
Daar willen we in deze viering even over nadenken.
Openingsgebed:
God, wij danken U om Jezus van Nazaret,
In hem scheen uw licht in de wereld.
Hij riep mensen op om zich niet neer te leggen bij het kwaad in de
samenleving
maar om zich daadwerkelijk in te zetten
voor een betere wereld, voor het rijk der hemelen.
Mogen ook wij iets ervaren van de geest die hem bezielde,
opdat wij, juist als hij, dragers van uw licht zijn,
vandaag en alle dagen. Amen
Gebed over de gaven:
God, in brood en wijn gedenken wij Jezus,
die ons leven geleefd heeft tot in de dood.
Hij heeft het brood gebroken en gedeeld als teken van onderlinge
verbondenheid.
Mogen wij die verbondenheid zichtbaar en tastbaar maken
in onze gemeenschap, vandaag en alle dagen. Amen
Slotgebed:
God, we willen uw roep horen, in uw voetspoor gaan
maar onze oren zijn verstopt en onze knieën knikken.
Maak ruimte in ons leven voor Jezus' blijde boodschap
en schenk ons de kracht om zijn weg van dienstbaarheid en liefde te
gaan
om zo bij te dragen aan een leefbare wereld,
aan een samenleving waarin iedereen zichzelf mag zijn en kan zijn. Dat
vragen wij U in Jezus' naam. Amen
Voorbede:
Wij bidden voor een leefbaar Israël,
dat Joden en Palestijnen wegen zoeken en vinden
om te komen tot wederzijds respect en aanvaarding,
Mogen ze samen gaan bouwen aan een samenleving
die niet langer vergiftigd wordt door wantrouwen en haat.
Wij bidden voor een leefbaar Nederland
dat buitenlanders die in ons midden wonen,
zich hier ook echt thuis kunnen voelen,
dat allen die regelmatig te maken hebben met overheidsinstanties
met welwillendheid en begrip benaderd worden.
Wij bidden voor een leefbare kerk van Christus,
dat de kerkleiders zich niet blind staren op regels en dogma's
maar dat zij oog hebben voor wat er leeft bij de gewone gelovigen,
dat zij niet meteen klaar staan met een veroordeling
als mensen hun wetten en regels overtreden.
Wij bidden voor een leefbare wereld,
waar duurzame vrede alle oorlog en geweld heeft verdreven,
waar overal vrijheid heerst in plaats van onderdrukking en uitbuiting,
waar een eerlijk verdeelde welvaart de armoede heeft uitgebannen,
waar mensenrechten nergens meer worden geschonden.
God, zend ons uw geest van wijsheid en kracht,
opdat wij goede dragers van Jezus' blijde boodschap zijn,
dat ieder van ons zijn bijdrage levert aan een leefbare samenleving.
Dat vragen wij U in Jezus' naam. Amen
Teksten, gebeden, gedichten op de derde
zondag door het jaar.
Welkomswoord:
Wat ons hier samenbrengt,
is meer dan gedeelde belangstelling,
Wat ons hier samenbrengt,
is meer dan toevallig.
Wat ons hier samenbrengt,
is meer dan een gemis.
Wat ons hier samenbrengt,
is een antwoord, een vraag
God.
Wij zijn welkom.
Gebed:
God, we willen uw roep horen
in uw voetspoor gaan
maar onze oren zijn verstopt
en onze knieën knikken
maak ruimte in ons leven
en geef ons de vrijheid
om te beamen
en uw weg te gaan.
Een stem die roept
Er is een stem die roept,
en die kun je horen.
Ik hoop dat ons dat ook overkomt,
net als de leerlingen van Jezus.
Dat we geroepen worden,
en weggehaald uit ons eigen kringetje.
Uit onze angst misschien,
uit onze eenzaamheid,
uit gevangenschap en onderdrukking.
Dat we opengaan en meegaan
met iets dat van buiten komt
en wat echt belangrijk is om voor te leven,
de moeite waard.
Jezus roept de leerlingen één voor één.
En zo roept Hij ook ons,
één voor één bij onze naam.
Maar je wordt nooit alleen geroepen.
Je wordt één voor één samen geroepen.
Je mag elkaar bij de hand houden,
zodat je het beter aankunt.
Petrus en Andreas, Jacobus en Johannes
komen samen achter hun netten en hun boten vandaan
en gaan met Jezus mee, samen.
En de profeet Jesaja zegt het nog sterker:
Het is een volk dat op weg gaat,
een heel volk dat een licht ziet
en daar achteraan durft gaan, samen.
Hier ben ik, Heer
Hier ben ik, Heer, hier zijn mijn oren,
geopend om U te verstaan,
verlangend om te vernemen
waar U mij zegt te gaan.
Hier ben ik, Heer, hier zijn mijn handen,
geopend opdat U ze vult;
ze zijn voor U om te gebruiken
waar U ze hebben wilt.
Hier ben ik, Heer, hier zijn mijn ogen,
geopend en door U ontblind,
om in uw licht de weg te zoeken
waar ik de naaste vind.
Hier ben ik, Heer, hier zijn mijn lippen,
geopend want een lied begint,
het is voor U dat ze bewegen,
dat ik van liefde zing.
Hier ben ik, Heer, hier zijn mijn voeten,
gekomen ver bij U vandaan;
Hier ben ik, Heer, U hebt geroepen,
zeg mij waarheen en ik zal gaan.
Inge Lievaart
Gevraagd
LASSERS
voor het aaneenverbinden
van losgeraakte betrekkingen.
UITSLOVERS
die zich meer dan volledig
willen inzetten.
TIMMERLIEDEN
om alles wat los en vast is te stutten.
AANGEVERS
die hun gaven gebruiken
ten dienste van anderen.
DRAGERS
die bereid zijn de last van een
ander mee te helpen dragen.
KRACHTPATSERS
om pal te staan voor wie hen nodig heeft.
GOUDSMEDEN
om de draad van vertrouwen weer te herstellen.
BEHANGERS
die eens wat anders willen laten zien.
KLEERMAKERS
die het verkeerde met de mantel der liefde willen bedekken.
Schrijf of bel elkaar even!
Riet Tichelaar;
Iedere mens wordt geroepen
Kijk eens om je heen.
Wees eens stil en luister...
De wereld komt op je af.
Mensen - grote mensen, kleine mensen -
zij roepen, ze hebben iemand nodig.
Ze hebben jou nodig - ze hebben mij nodig.
Het is een kind, die roept om de zorg en liefde van zijn moeder.
Het is de jongen, die rekent op de steun van zijn vader.
Het is de patiënt, die vraagt om troost in zijn lijden.
Het is de leerling, die om uitleg vraagt.
Het is de kerkganger, die verdieping wil.
Het is de eenzame, die aansluiting zoekt.
Het is de opgejaagde, die rust wil hebben.
Het is de mens, die uit de sleur wil.
Er is iemand die roept om mij, om jou,
die een beroep doet op mij, op jou,
die ons aanzet iets te doen voor hem, mijn medemens
en waardoor wij hem gelukkig kunnen maken.
Hij heeft geen mening en hij weet niet waar hij heen gaat.
Lijkt hij niet wat op jou en mij?
Nergensman, luister alsjeblieft,
je weet niet wat je mist,
nergensman, de wereld staat tot je beschikking.
Drie vlammen
Er liepen eens drie vlammen op straat. Ze hadden al een hele weg
gelopen en waren bijna opgebrand. Ze vonden zichzelf maar armetierige
vlammetjes. Ze waren druk met elkaar in gesprek hoe ze weer zouden
kunnen opvlammen.
De eerste vlam wilde graag voor iedereen schitteren. Toen hij dan ook
in de buurt van een bos kwam, bedacht hij zich geen moment en zette het
hele bos in brand. Dat zou in elk geval indruk op de mensen maken. Maar
de vlam had zichzelf niet meer in de hand en binnen de kortste keren
was het hele bos opgebrand. De brandweer moest komen om aan de laatste
brandjes een einde te maken. De vlam had alleen maar een bende
aangericht en het hele bos verwoest. Hij werd gelukkig dan ook snel
vergeten.
Hoofdschuddend liepen de twee overgebleven vlammen door. Op een gegeven
moment kwamen de vlammen bij de zee. Eén van de vlammen werd een beetje
boos op het water dat daar zo zelfgenoegzaam en rustig lag te golven.
De vlam wilde het water wel eens een lesje leren om wat meer in vuur en
vlam te staan, zodat het meer op een vuurzee zou lijken. Met een grote
heldhaftige sprong dook de vlam in het water. Maar hoe de vlam ook zijn
best deed, het water wilde met geen mogelijkheid branden. De vlam ging
dan ook met een grote sisser uit. Niemand merkte hem op, dus kon hij
ook niet worden vergeten.
De derde vlam ten slotte vond langs de weg een armzalig stompje kaars.
Ze werden vrienden en besloten om samen te gaan werken. Als een lopend
vuurtje gingen ze op weg om andere kaarsen aan te steken. En ook al
waren ze allebei klein, ze gaven veel licht en warmte. En in het donker
wezen ze iedereen de weg. En hoewel de kaars en de vlam op een gegeven
moment waren opgebrand, ging het vuur door. En al diegenen die
tegenwoordig de kleine lichtjes zien, vergeten niet waar eens de
oorsprong lag.
Licht
Sigmund Freud vertelde eens op een college:
Een meisje van een jaar of negen was voor het eerst uit logeren, bij
een tante. Maar de eerste avond, toen ze naar bed was gebracht en ze
helemaal alleen in de donkere logeerkamer lag, werd ze bang.
Eerst durfde ze niet goed, maar toen begon ze te roepen: "Tante, zeg
eens wat, ik ben bang. Het is zo donker."
En tante riep vanuit de kamer daarnaast terug:
"Waarom moet ik dan wat zeggen, het blijft toch even donker?"
"Nee," zei het kind, "als iemand praat, wordt het licht. "
Als iemand praat wordt het licht. Dat is iets heel wonderlijks: een
woord kan licht scheppen. Dat is te zeggen: het blijft wel donker om
dat kind heen, maar er gebeurt iets heel mysterieus, dat in de psalmen
als volgt beschreven wordt: de nacht begint te lichten als de dag, de
duisternis wordt als het licht.
Dat is de wonderlijke werking van het woord. Er moet wel nog iets bij:
van het in liefde gesproken woord.
Met Pasen vieren we dat Jezus, het woord door God uitgesproken in onze
tijd, blijft leven en licht wil zijn voor ieder die bang is in het
donker.
terug naar de overweging
>