Gebeden op de vijfentwintigste zondag door het jaar

Inleiding:

U kent allemaal wel het gezegde: wie niet sterk is moet slim zijn. Het vreemde is echter dat meestal juist de sterken slim zijn, slim om wegen te vinden om hun macht en rijkdom te vergroten. Vandaag is het begin van de jaarlijkse vredesweek, vrede is een gigantisch probleem in ons wereld, maar die door iedereen zo verlangde vrede zou een stuk dichterbij komen als de sterken in de wereld niet steeds allerlei slinkse wegen bedachten om hun macht te behouden en te vergroten. Denk maar eens aan de drugsoorlog in Mexico of afschuwelijke acties die in het grondstoffenrijke Congo plaatsvinden. De sterken vinden steeds weer wegen om de wetten te omzeilen en de kleine man is daar altijd weer de dupe van. Echte vrede kan alleen dan werkelijkheid worden als de sterken begaan zijn met het lot der zwakken en bereid zijn hun geld en goed met hen te delen. Het lijkt een onmogelijk ideaal te zijn en toch moeten we erover nadenken, juist ook deze week.

Openingsgebed:

In een wereld die verdeeld is in rijk en arm, in vrij en onderdrukt, een wereld waarin velen de kans niet krijgen om een menswaardig bestaan te leiden, roept U, o God, ons op om te werken aan gerechtigheid en vrede, opdat mede door ons toedoen deze aarde een plek wordt waar alle mensen een goed en veilig thuis kunnen vinden. Dat vragen wij U voor vandaag en alle dagen.

Gebed over de gaven:

In een wereld waarin mensen vaak leven in angst, bang voor de het geweld en de terreur die kan losbarsten, roept U, o God, ons op tot verbondenheid en saamhorigheid. Mogen wij, hier verenigd aan de tafel van Jezus, die dienstbaarheid preekte en beleefde tot in de dood, de kracht vinden om trouw te zijn aan zijn boodschap en in zijn geest de vrede te bewaren in onze gemeenschap. Dat vragen wij U in Jezus' naam. Amen

Slotgebed:

God die vrede wil voor al uw mensen, U roept ons om die vrede war te maken met en voor elkaar, maar te vaak lijken we op onrechtvaardige rentmeesters, in onze leugentjes om bestwil, in onze vage acties om mensen te vriend te houden, als we te nonchalant omgaan met het bezit van anderen, als we medemensen misbruiken om er zelf beter van te worden. Schenk ons uw vrede opdat we de waarheid spreken, betrouwbaar zijn in het kleine en zorgvuldig omgaan met de belangen van medemensen. Dat vragen wij U in Jezus' naam. Amen

Voorbede:
    Wij bidden voor alle politici dat zij goede rentmeesters zijn,
    dat het welzijn van de burgers steeds hun eerste doel is,
    en zich niet laten verleiden tot een politiek vol oneerlijkheid
    waarin zijn vooral eigen belangen nastreven. Mogen zij altijd op hun woord te vertrouwen te zijn
    en zo een belangrijke bijdrage leveren aan een leefbare samenleving.

    Wij bidden voor werkgevers dat zij goede rentmeesters zijn,
    dat hun denken en handelen niet overheerst worden door puur winstbejag
    en zij zich niet laten verleiden tot uitbuiting van hun werknemers.
    Mogen zij in deze verzakelijkte en harde wereld toch oog houden
    voor de menselijke waardigheid en geestelijke gezondheid van alle arbeiders.

    Wij bidden voor de leiders in de kerken, dat zij goede rentmeesters zijn,
    dat zij het kostbare erfgoed van Jezus' blijde boodschap goed beheren
    en inspirerend door geven aan de mensen van deze tijd.
    Mogen zij bestaande tegenstellingen weten te overbruggen
    en samen een belangrijke bijdrage leveren aan een wereld
    die leefbaar is voor iedereen.

    Wij bidden voor alle regeringsleiders dat zij goede rentmeesters zijn,
    dat zij juist in deze crisistijd verstandig en beheerst blijven
    en zich niet laten verleiden tot onbezonnen acties.
    Mogen zij alles doen om haat en wraakzucht te voorkomen,
    opdat er niet weer onschuldigen de dood worden ingejaagd.

    God, geef dat wij zelf goede rentmeesters zijn van alles wat U ons toevertrouwd hebt. Mogen wij trouw zijn in het kleine en zo een bijdrage leveren aan betere wereld. Dat vragen wij U in Jezus' naam. Amen
Teksten, gebeden, gedichten bij de vijfentwintigste zondag door het jaar
Gebed om vergeving
    Wat lijken we vaak op onrechtvaardige rentmeesters.. .
    Weer van alles gedaan 'in vredesnaam':
    leugentjes om bestwil...
    vage acties om mensen te vriend te houden...
    gemakzuchtig beschikt over bezit van anderen...
    mensen misbruikt om er zelf beter van te worden...
    in ons eigen kleine kringetje,
    in de wereld om ons heen,
    handelend 'in vredesnaam'...

    Vergeef ons Heer, geef ons uw vrede
    zodat we de waarheid spreken
    duidelijkheid scheppen
    zorgzaam met zaken omgaan
    trouw zijn naar mensen toe
    in naam van U, vredevorst. Amen.
Gebed en zegenbede
    Ga op weg
    niet als bange mensen
    die zichzelf moeten redden
    maar om anderen te redden
    in het spoor van zijn vrede..

    Ga op weg
    niet krampachtig vasthoudend
    aan geld en goed
    maar los en vrij om anderen te bevrijden
    in het spoor van zijn vrede
    in vredesnaam.
God heeft de aarde gemaakt voor de mensen
    God heeft de aarde gemaakt voor de mensen
    en de mensen voor de aarde
    ze zijn voor elkaar geschapen
    de aarde en de mensen horen bij elkaar

    God heeft het licht gemaakt voor de mensen
    en de mensen voor het licht
    ze zijn voor elkaar geschapen
    het licht en de mensen horen bij elkaar

    God heeft de mensen gemaakt voor de mensen
    ze worden voor elkaar geboren
    ze zijn voor elkaar geschapen
    op de aarde horen mensen bij elkaar

    God wil niet dat sterke mensen rijk zijn
    en rijke mensen sterk
    hij wil niet dat zwakke mensen arm zijn
    en arme mensen zwak

    God wil niet dat andere mensen anders zijn
    hij heeft de mensen voor elkaar geschapen
    ze worden voor elkaar geboren
    om op de aarde mens te zijn

    God wil dat mensen samen zijn met mensen
    samen wonen samen werken samen leven
    dat mensen niet elkaar bedreigen maar beschermen
    als in een tuin waar alles veilig is
Het lied van kennis inkomen en macht
    Een lied tegen de wijzen
    die wijs zijn voor zichzelf,
    die denken en bewijzen
    ten bate van zichzelf.
    dat zij zich herbezinnen
    op God die Schepper is
    en die van den beginne
    een bron van wijsheid is.

    Een lied tegen de rijken
    die rijk zijn zondermeer,
    die enkel nog bekijken
    het spel van meer en meer.
    Dat zij in deze dagen
    nog de Messias zien
    in mensen die geslagen,
    gedeerd zijn, ongezien.

    Een lied tegen de sterken
    het volk van stand en staat,
    die aan hun status werken,
    gedreven zonder maat.
    Dat zij niet tegenstreven
    de Geest van alle tijd,
    die over alle leven
    haar kracht heeft uitgespreid.

    Een lied voor alle mensen
    die hier verzameld zijn
    en die niet anders wenzen
    dan broer en zus te zijn.
    Kom armen en kom rijken
    en maak geschiedenis:
    dat wij weer leren kijken
    naar wie de minste is.
      A. Bosch
Ongeloof
    Altijd weer het ongeloof de gestalte die ineen valt
    het gezicht dat je verliest
    altijd weer de onliefde de naam bevuild de stem gebroken
    je loopt over het water één en al oog voor de Heer
    en plotseling is het donker ben je jezelf weer te machtig
    bergen verzet je en ineens ben je bedolven
    je eet je brood en stenen knarsen tussen je tanden
    je streelt de liefste en onbereikbaar wordt ze
    ik leid een dubbel leven, wil twee heren dienen
    werk me langzaam dood, wil leven onder voorbehoud
    ik geloof, ik geloof niet, ik heb nog nooit geleefd
    o God breek mij stuk ik geloof zo innig in mezelf
    o God geef me geloof.
MISSTAPPEN
    Twee joodse mannen waren op weg naar hun rabbijn om raad te vragen wat ze met hun misstappen van het afgelopen jaar aan moesten. Terwijl de ene man aan zijn grote fouten dacht, zuchtte en steunde hij en stroomden de tranen over z'n wangen. 'Kan ik dit nog goedmaken?', kreunde hij, 'ik weet niet of ik hiervoor nog wel vergeving krijg.' De andere man liep vrolijk en lichtvoetig naast hem: 'Die kleine misstappen, ach, daar maak ik me niet druk om. De Allerhoogste vergeeft mij wel.'
    Toen ze bij de rabbijn aangekomen waren, stond deze de twee ieder apart te woord. Het onderhoud met de eerste man was snel voorbij, maar het gesprek met de tweede duurde lang.
    Daarna riep de rabbijn de twee tezamen bij zich en sprak tot hen: 'Ik heb diep nagedacht. Luister nu wat jullie kunnen doen.'
    En hij vroeg de eerste man naar buiten te gaan, een groot rotsblok te verslepen en dat bij hem te brengen. De tweede man kreeg de vraag een aantal kleine stenen te verzamelen. En de mannen deden wat de rabbijn hun gevraagd had. De man die het zware rotsblok moest versjouwen, kwam uitgeput weer bij de rabbijn terug. De andere man echter stond al een poos naast de rabbijn te wachten, de kleine stenen naast zich op een stapel.
    Daarop keek de rabbijn hen aan en sprak: 'Herstel nu wat je gedaan hebt en breng de stenen precies terug op hun eigen oude plek.' De man met de zware steen droeg de steen met veel moeite terug naar de juiste plek. De man met de kleine stenen echter, zoekend naar al de oude plekken, bleef peinzen hoe hij de zaken weer kon herstellen.

      Leo N Tolstoij
Portier aan de hemelpoort
    Een verhaal vertelt dat Petrus niet langer portier wilde zijn aan de hemelpoort. God riep terstond drie sollicitanten op.
    De eerste zei alleen de christenen en bij voorkeur de katholieken binnen te willen laten en niet de heidenen, de tweede alleen degenen die moeder aarde goed hadden beheerd en niet de schenders van het milieu. Allebei beriepen ze zich op de Bijbel. Maar de derde, die beweerde de Bijbel niet zo goed te kennen, zou iedereen binnen willen laten; ook de heidenen, want hij was benieuwd naar hun verhalen; ook de schenders van het milieu, want ze waren misschien wel goed bedoelende boeren geweest.
    'Wat was op aarde hun beroep?', vroeg God aan de aartsengel. 'De eerste', zei de aartsengel, 'was een rechtse society-priester. De tweede was een linkse milieu-activist. De derde was een boerenman uit het gehucht Heukelom en hij heette Frans Vugts'.
    Toen sprak God: 'Laat de eerste twee voor eeuwig mijn lof zingen, maar laat Frans Vugts portier zijn aan mijn hemelpoort'.
Waardeloos of waardevol?
    Een klein jongetje had zijn hand in een kostbare vaas gestoken en kreeg hem er met geen mogelijkheid meer uit. Hij schreeuwde om hulp. Maar hoe men ook aan zijn arm rukte en trok, hij schreeuwde alleen maar nog harder. Tenslotte moest de kostbare vaas er aan geloven om de hand te bevrijden. En toen ontdekte men ook waarom die hand er niet meer uit kon: in de vaas had een euro gelegen en die hield de jongen stevig in zijn vuist.
Het maakt me niets uit....
    Het maakt me niets uit wat je doet voor de kost.
    Ik wil weten wat je diepste verlangen is.
    Het maakt me niet uit hoe oud je bent.
    Ik wil weten of je het risico durft te lopen
    om voor idioot versleten te worden
    omdat je altijd op zoek bent naar liefde,
    naar een droom of naar een vol en avontuurlijk leven.
    Het maakt me niet uit of je verhalen waar zijn.
    Ik wil weten of je 'n ander teleur durft te stellen
    omdat je eerlijk tegen jezelf bent.
    Ik wil weten of je het aankunt om voor verrader uitgemaakt te worden
    omdat je je eigen ziel niet verraadt.
    Ik wil weten of je trouw kunt zijn en daarom betrouwbaar.
    Ik wil weten of je de schoonheid van elke dag kunt zien
    ook al is het een rotdag.
    Het maakt me niet uit hoeveel geld je hebt.
    Ik wil weten of je na een nacht van verdriet
    nog steeds kunt opstaan en doen voor de andere mensen wat je moet doen.
    Het maakt me niet uit met wie of wat je hebt gestudeerd.
    Ik wil weten hoe je jezelf staande houdt wanneer je wereld instort.
    Ik wil weten of je alleen kunt zijn met jezelf
    en of je kunt houden van het gezelschap met jezelf in lege momenten.
terug naar de overweging