Gebeden op vijfde zondag van de veertigdagentijd

Inleiding:

Onlangs was er een bericht in de krant dat in Saudi-Arabië 2 prinsessen al 13 jaar opgesloten zaten in een paleis. Het mag dan wel een paleis zijn, en ze zullen wel niets tekort gekomen zijn, maar als je niet naar buiten mag, ben je ongelukkig af. Dan zegt iedereen: dan heb je geen leven.
Een mens heeft meer nodig dan eten en drinken om echt te kunnen leven. Hij heeft bewegingsruimte nodig om andere mensen te ontmoeten.
Je hebt mensen die letterlijk gevangen zitten, maar ook mensen die in figuurlijke zin opgesloten zitten in hun eigen gedachtewereld, in hun gevoelen, in hun frustraties Je hebt mensen die opgesloten zitten in een gevangenis van onmacht, van traumatische ervaringen.
Er zijn situaties waar niemand iets aan doen kan. Maar soms zijn ze wel uit hun isolatie te halen, zodat ze weer tot zinvol leven kunnen komen.
In de lezingen van vandaag gaat het om leven geven, leven geven aan mensen die geen leven meer hebben/ Het evangelie vertelt ons hoe Jezus weer leven gaf aan een mens die letterlijk dood was. Maar het gaat veel meer om leven geven aan mensen die in figuurlijke zin dood en begraven zijn, die op de een of andere manier geen menselijk en menswaardig leven hebben.
Mensen uit de letterlijke dood opwekken is ons niet gegeven, maar mensen weer zin in het leven geven, dan kunnen we wel. En daar willen we in deze viering even over nadenken.

Openingsgebed:

God van leven, oorsprong van al wat bestaat, wat is het soms moeilijk in U te geloven, vooral als we geconfronteerd worden met de dood, vooral als die veel te vroeg komt en zoveel verdriet brengt. Help ons dan om meer dan anders het leven samen te delen, niet alleen de blije momenten maar ook de droevige tijden. Mogen wij, in verbondenheid met elkaar, ons leven en samen leven zijn ware zin en inhoud geven. Dat vragen wij U in Jezus' naam. Amen

Gebed over de gaven:

God van leven, in brood en wijn gedenken wij Jezus, zijn liefde en trouw tot in de dood, voedsel tot nieuw leven het altijddurende verbond, om dat leven samen te delen. Mogen wij hieruit de kracht putten om de saamhorigheid die we hier vieren, ook daadwerkelijk te beleven in ons dagelijks bestaan, tot welzijn van heel onze mensengemeenschap. Dat vragen wij U in Jezus' naam. Amen

Slotgebed:

Waarom, God, stuiten we telkens op lijden en dood? Waarom moeten sommigen een lijdensweg gaan die je niemand gunt? Waarom sterven er kinderen, verongelukken jonge mensen, waarom worden mensen onschuldig de dood ingejaagd? U hebt nog nooit een antwoord gegeven op onze vragen. Alleen dit: houd elkaar vast in moeilijke dagen, ondersteun elkaar als het leven een hel geworden is. Dit is niet het antwoord dat we graag willen horen, maar blijkbaar is er geen ander. Schenk ons uw geest van leven en kracht opdat wij juist als Jezus leven scheppen waar dood heeft toegeslagen. Dat vragen wij U voor vandaag en alle dagen. Amen.

Voorbede:

    Wij bidden voor alle mensen die levend dood zijn,
    voor hen die depressief zijn en geen toekomst meer zien,
    voor degenen die aan lager wal geraakt zijn door drugs of alcohol.
    Mogen ze zichzelf weer vinden en tot leven komen
    door de liefdevolle aandacht van hun omgeving.
    Laat ons zingend bidden

    Wij bidden voor alle mensen die buiten het volle leven zijn komen staan
    door ernstige ziekte, invaliditeit of andere redenen,
    voor al degenen die niet meetellen in onze samenleving.
    Moge voor hen een zinvol en gelukkig leven mogelijk worden
    door de liefdevolle aandacht van heel de samenleving.
    Laat ons zingend bidden.

    Wij bidden voor alle mensen die geen menswaardig leven kunnen leiden,
    voor de velen die in onze wereld alleen maar bittere armoede kennen,
    voor alle vluchtelingen en andere slachtoffers van oorlog en geweld.
    Mogen zij, mede door ons toedoen, nieuwe kansen krijgen
    om een zinvol bestaan op te bouwen.
    Laat ons zingend bidden.

    Wij bidden voor hen die geen leven scheppen maar het beschadigen
    die zich schuldig maken aan machtsmisbruik en onderdrukking
    en zo anderen de kans ontnemen op een goed en zinvol leven;
    Mogen zij gaan beseffen dat ook zij alleen dan gelukkig kunnen zijn
    als ze het leven eerlijk delen met anderen.
    Laat ons zingend bidden

    God, U die zinvol en menswaardig leven wilt voor al uw mensen,
    U bidden wij: help ons om daaraan een bijdrage te leveren,
    ieder van ons in zijn eigen levenssituatie en naar zijn eigen mogelijkheden. Dat vragen wij U in Jezus' naam. Amen

Teksten, gebeden, gedichten bij de vijfde zondag van de veertigdagentijd
Lazarus
    Lazarus ging dood.
    Ze wikkelden hem in banden en doeken,
    een mens in een cocon, kind van de aarde,
    terug in het stof, bedekt met een steen.

    Een steen is een steen, stiller dan stilte,
    geen tranen kan die steen doen smelten,
    en niemand die zegt: dode, sta op,
    kom uit je cocon, kom weer tot leven.

    Dat wonder zal ons niet gebeuren,
    maar stuk voor stuk zijn ook wij geroepen
    om de banden van de dood los te maken,
    en leven te schenken aan mensen in nood.

    Door ons kan een mens zich bevrijden
    uit het cocon dat hem gevangen houdt.
    Door ons kan er leven en toekomst komen,
    als wij dat leven en die toekomst willen delen.
Leven geven (door Kees Harte)
    Leven geven
    is uitzicht schenken en uitzicht zijn,
    uitnodiging en antwoord,
    woord en inhoud bieden.
    Ja zeggen en nog veel mee,
    geloven, hopen en vertrouwen.

    Leven geven
    is dankbaar zijn om wat warmte geeft,
    de wereld, de mensen, zon en maan
    en zoveel meer daarbuiten.

    Leven geven is elkaar ontmoeten
    in de warmte en de diepte van het hart
    en geloven dat het niet zomaar is.
    Geloven dat je sterven moet om te leven,
    om levensadem en levenskracht te zijn.

    Leven is geven, is jezelf zijn
    in grenzeloze liefde,
    in volkomen overgave,
    in grote dankbaarheid.
Leven geven Doornroosje -Lazarus
    Ze lag te slapen al honderd jaar.
    Leefde ze nog wel?
    De prins kwam maar niet.
    Zo sliep ze door.
    Of was ze dood?
    Niemand die het wist.
    Niemand die haar zag,
    niemand met verdriet.
    Geen rouwbeklag.
    De prins was op weg,
    op weg naar een oud verhaal.
    Door steden en dorpen ging hij.
    Recht op zijn doel af.
    Hij zag haar liggen als was zij dood.
    Word wakker, word wakker.
    Hij kuste haar.

    Jezus had een vriend die dood was.
    Een jonge man nog. Dat hoort toch niet?
    Jezus had verdriet, Hij huilde.
    De vrouwen en heel het dorp huilden mee.
    Jezus ging recht op zijn doel af.
    Een gevaarlijke reis.
    Weg met die steen. Word wakker, Lazarus!
    Hij kwam naar buiten en omhelsde zijn vriend.
    Hij stond op uit de dood en leefde.

    {Peter Berkien}
Jezus
    Zoon van God, zeggen ze.
    Superstar zeggen ze.
    Verlosser van de wereld, zeggen ze.
    Je zit hoog in de hemel, wordt gezegd.
    Maar volgens mij ben Je dichtbij.
    Je was als kind nieuwsgierig.
    Je kon kwaad worden,
    als de tempel een markthal was.
    Je werd beroerd van al het onrecht in jouw tijd.
    Je hebt gehuild,
    toen een goede vriend dood was.
    Je was bang en bedroefd,
    toen je wist dat je verraden
    en vermoord zou worden.
    Je kon feesten,
    als er een reden voor was.
    Je had je vrienden nodig, net als ik.
    Je hield van de mensen om je heen.
    Je was mens als iedereen.
    Misschien juist daarom
    dat je Zoon van God was en bent.
    Als mens kon je laten zien
    wat Gods bedoeling is met onze wereld.

    (Peter Berkien)
Gebed
    Waarom, God, moeten wij lijden?
    Het onrecht in de wereld schreeuwt om recht.
    Kinderen sterven, armen wordt hun bezit ontnomen.
    Onschuldigen betalen het gelag.
    Hongersnood teistert Afrika;
    sloppenwijken als kankergezwellen
    aan de steden in de Derde Wereld.
    Zo veel uitbuiting, zoveel onderdrukking,
    zo veel zinloze oorlog, zo veel geweld.
    De wereld is vol lijden en U ...God
    of moet ik zeggen 'wij'.
    Wij zien het niet.
Gebed:
    Nu alles duister is
    er zelfs geen tranen zijn
    ben ook Jij, God, een naam
    een wanhopige klank in mijn oren
    het is of mij niets meer rest
    tóón je aan mij
    trek mij op als Jozef uit de put
    laat je licht zien
    je troostende licht
    je stem in mijn binnenste:
    ik ben er voor jou.

    (Vincent Krah)
Over de dood

    Er was eens een Chinese wijze die droomde dat hij een vlinder was.
    Toen hij ontwaakte, sprak hij:
    'Ben ik nu een wijze die droomde dat hii een vlinder was of ben ik een vlinder die droomt een wijze te zijn.

Over de doden niets dan goeds

    Het is merkwaardig, dat iemand, zodra hij of zij overleden is, opeens op een heel eigen manier voor de naaste bloedverwanten en vrienden gaat leven. Zo lang de gestorvene nog bij hen is, zien ze de ander telkens anders. Dat komt omdat de situatie zich wijzigt, maar ook doordat zijzelf en de ander, mede door die verschillende situaties, telkens anders zijn. Wanneer door de gestorvene de tijd echter op eeuwig stilstaat, gaat deze op een heel eigen manier voor hen 'leven'. Vandaar dat men er na zijn of haar overlijden niet het zwijgen toe doet, maar er juist zo'n behoefte aan heeft om over die ander te praten. Men kan dan in de goede zin van het woord met hem, met haar 'afrekenen'. Dat praten over de overledene kan heel verschillend uitvallen.
    Er zijn er die de overledene op een zo overdreven en onoprechte manier gaan 'ophemelen' (een onthullend spraakgebruik!), dat men zich afvraagt of ze misschien last hebben van een slecht geweten. Ze willen blijkbaar de gestorvene de hemel in praten om alles wat ze de ander bij zijn of haar leven aan onprettigs aangedaan hebben, zo snel mogelijk te kunnen vergeten.
    Anderen doen precies het tegenovergestelde: terwijl ze vroeger bang waren van degene die nu 'wijlen' is, durven ze nu los te breken met hun kritiek. Een zielige vorm van wraak nemen: natrappen.
    In beide gevallen zondigt men tegen het verkeerd begrepen Romeinse adagium: 'over de doden niets dan goeds'. In het Latijn staat er niet: over de doden mag je alleen maar de goede dingen vertellen, maar over de doden mag je alleen maar 'bene', op een goede wijze, spreken. Op een goede manier over de doden spreken is echter: de waarheid over hen zeggen. Daarbij zul je je wel moeten realiseren dat 'die' waarheid jouw waarheid is.

    (Uit: W ]anssen, Bij de dag, Meinema, Zoetermeer)

De vogel Fenix:
    De fenix is een vogel, die leeft in de fantasie van de mensen. Nergens anders kom je hem tegen. Fenix betekent: rood van brandend licht. De fenix is dan ook de mooiste vogel van het paradijs. Het avondlicht brandt in zijn vleugels, maar ook het ochtendlicht. Het geeft hem de glans van Rembrandt. De hals is zacht, parelgrijs. De kop is kobaltblauw. De fenix is de schepping op haar mooist.
    Maar alle schoonheid, alle uiterlijkheid is betrekkelijk.
    En ook dat laat de vogel fenix zien.
    Om de vijf eeuwen, zo zegt het oude verhaal,
    verbrandt deze prachtige vogel in het hoge licht van de zon,
    op een nest van geurige bladeren en kruiden.
    Dan is het gedaan met zijn bestaan.

    Maar, -uit zijn eigen as verrijst de vogel weer,
    verjongd en nieuw om weer een leven van vijf eeuwen te beginnen.
    Sterfelijkheid en onsterfelijkheid gaan samen in de fenix.
    Sterven om te leven.
    En de as, het laatste dat overblijft van een levend wezen,
    is teken van vernietiging en opstanding.

    Gedenk, mens, dat je bent uit stof -en tot stof,
    tot as zul je terugkeren.
    De fenix is er een voorbeeld van.
    Maar intussen verrijst achter deze vogel de nieuwe hemel,
    de nieuwe aarde waar geen dood meer is en geen ondergang zal zijn.
    Als een fenix verrijst de mens uit zijn eigen as.
    En Jezus is daarvan het grote voorbeeld. -
    Gekruisigd, gestorven, begraven, verrezen op de derde dag.
    De grote Vogel Fenix, vernietigd, vernederd en verheven.

    Van as tot eeuwig licht.
    Van dode stof tot gevleugeld leven.
De oude pereboom
    Midden in een grote tuin, groeide eens een perenboom. Hij was al heel oud, dat voelde hij maar al te goed. Toen hij nog jong was, hing hij ieder jaar vol peren, maar de laatste jaren kwamen er alleen nog maar blaadjes aan de takken.
    "Hè," zuchtte de perenboom op een dag. "Ik wou dat ik nog eens een keer een mooie peer aan mijn tak kreeg, ééntje maar, dat zou genoeg zijn."
    En ja hoor, in het voorjaar verscheen er een knopje aan een van de takken. En uit dat knopje kwam een bloemetje, en toen groeide er op die plaats een hele mooie peer. Het werd de mooiste peer die de boom ooit gehad had. En hij was er verschrikkelijk trots op.
    Op een zondagmiddag kwam een jongetje de tuin in wandelen, samen met zijn opa. "Oh, opa, moet je eens zien!" riep het jongetje. "Wat een mooie peer is dat. Wil je hem voor mij plukken?"
    De opa keek en was verbaasd. "Hoe is het mogelijk," zei hij. "Al zo lang heeft de oude boom geen peren meer gegeven . . . en zo mooi en gezond als deze heb ik ze nog nooit gezien."
    De boom hoorde wat de opa tegen het jongetje zei en van trots probeerde hij krakend een beetje rechtop te staan.
    'Opa, pluk je hem voor mij?" vroeg het jongetje nog eens. "Nee," zei opa toen. "Dat doe ik niet. De boom heeft al zo veel jaren zoveel peren gegeven. Ik heb er altijd geplukt voor jou mamma, en voor tante Marieke, en voor oom Frank. En ze waren altijd heerlijk. Maar deze laatste peer mag de boom zelf houden . . . Gewoon omdat ik hem bedanken wil, snap je dat?""Ja," zei het jongetje, "dat snap ik."
    De boom hield de peer vast, zolang als hij kon. Maar toen het herfst werd en de wind begon te waaien en te rukken, viel de peer op de grond. Er dwarrelden blaadjes overheen en de peer zakte een beetje weg in de aarde. Het jaar daarop ging de oude perenboom dood.
    Maar toen opa en het jongetje weer eens in de tuin kwamen kijken, zagen ze dat op de plaats waar de peer gevallen was, een jong boompje begon te groeien. "Zie je dat?" zei de opa. "Zo moet dat gaan. Altijd maar weer, en altijd maar weer."
terug naar de overweging