En dan...de lucht in.
De vader en moeder van Peter hebben een leuke verrassing voor hun zoon bedacht. Hij mag al zijn vriendjes en vriendinnetjes meenemen, voor een weekend op Texel. Zijn ouders hebben daar een huisje voor acht personen gehuurd, dus kunnen ze er een keertje met z’n allen heen. Alle kinderen vinden het fantastisch, ze zijn nog nooit op een eiland geweest. Hoe zal dat zijn, zou je overal water zien. Het lijkt maar een vreemd idee. Ze gaan met de trein naar Alkmaar en daarvandaan met de fiets naar Den Helder. Dat belooft een flinke trap te worden, want het is best ver. Zo vlak langs de kust, want ze zullen door de duinen gaan, staat er meestal veel wind. Als ze die nu maar achter hebben. Maar wat geeft het, ze verheugen zich er geweldig op.
Op vrijdagmorgen, het is nog net voorjaarsvakantie, vertrekken ze. De fietsen nemen ze mee in de trein. Dat is wel een heel gedoe en ze moeten er zelf bij blijven. Als ze eindelijk in Alkmaar zijn, klimmen ze op de fiets en rijden door de duinen nog meer naar het noorden. "Den Helder ligt toch wel ver weg," vindt Marja. "Ja, en Texel ligt nog verder," zegt Vera, "we moeten ook nog een half uur varen." "Gaan we dan echt de zee op," vraagt Bart, die dat wel spannend vindt. "We varen over het Mastdiep, dat is een vaargeul die de Waddenzee met de Noordzee verbindt en die is heel erg diep, "zegt de vader van Peter. Eindelijk zijn ze in Den Helder, daar staan borden die wijzen hoe ze naar Texel moeten. Ze komen aan een dijk. Daarachter is de zee. Daar staan allemaal auto’s te wachten. "Gaan die ook allemaal op de boot," vraagt Magda. "Dat zal wel niet in een keer lukken," zegt vader, "er zullen er wel een heleboel veel langer moeten wachten. Gelukkig hebben wij fietsen. Die mogen altijd mee."
Vrolijk rijden ze naar een andere ingang, die voor fietsers en wandelaars is. Ze kunnen over tien minuten met de boot mee. Daar komt hij al aan. Het is best een grote boot en als hij aangelegd heeft rijden er een heleboel auto’s vanaf. Dan mogen zij er op. Ze zoeken een plekje, waar ze buiten kunnen blijven staan, om alles maar goed te zien. Om de boot vliegen heel veel meeuwen. Bart heeft nog een boterham over, en voert die in stukjes aan de meeuwen. Die zijn helemaal niet bang, wel erg brutaal en ze vechten om het brood. In de verte zien ze een grote boot. "Die is van de Marine," vertelt vader, "want de Marine heeft hier al zijn schepen liggen." "Hé, ik zie land aan de overkant," roept Vera, "is dat Texel?" "Ja," zegt vader, "daar zijn we nu zo. Zoek de fietsen maar op, dan kunnen we gauw weer aan land gaan."
Als ze van de boot komen, staan ze in een heel groen landschap. Overal zien ze dijken en.....schapen. Ze fietsen naar het huisje, waar moeder eerst de bedden verdeelt en dan een grote pan erwtensoep klaarmaakt. Als toetje worden er, hoe kan het anders, pannekoeken gebakken. Die avond gaan ze op tijd naar bed, nadat ze eerst nog een wandeling in de omgeving hebben gemaakt. De volgende dag is het vroeg dag. Ze gaan het eiland op de fiets verkennen. Heen zullen ze langs de Noordzeekust rijden en terug langs de Waddenzee kust met af en toe een stukje binnendoor. Op een zo’n binnendoor stukje, komen ze langs Airport Texel. Daar staat een groot bord, dat er rondvluchten gegeven worden over de Waddenzee. "O," zegt Peter, "wat zou ik dat graag willen." "Dat lijkt mij ook heel leuk," zegt Bart. "Mij ook," vindt Jan. "Dat zal wel heel duur zijn," zegt Vera. Vader knipoogt eens tegen zijn vrouw en...fietst het vliegveld op. Hij loopt naar een loketje en koopt zes kaartjes voor een rondvlucht. De kinderen snappen er even niets van. "Jullie mogen vandaag eens de zee vanuit de lucht gaan bekijken. We zijn hier maar kort en zo kun je heel veel zien." "Mogen wij vliegen," juicht Peter, "gaat u niet mee?" "Nee," zegt vader, "je moeder en ik hebben dit al eens gedaan, dus gaan jullie maar fijn met z’n zessen."
De kinderen lopen naar een hek waarop "rondvluchten" staat en moeten daar wachten tot iemand hen komt halen. Ze vinden het toch wel een beetje eng. De stoere Peter knuffelt zijn moeder eens flink voordat hij door het hek gaat. De meneer die hen is komen halen brengt hen naar een klein vliegtuigje. Het is een sportvliegtuig en de kinderen moeten op de vleugel klimmen om naar binnen te gaan. Met een boel gegil en gelach lukt het om binnen te komen. Daar moeten ze in stoelen gaan zitten en een gordel over hun buik vast maken.
De piloot zit voorin en heeft een heleboel instrumenten voor zich. Allemaal wijzertjes. "Hè," zegt Bart,"hij heeft geen stuur. Hoe moet dat nu?"   De piloot, die het leuk vindt eens zes kinderen aan boord te hebben, belooft dat hij, zo gauw ze in de lucht zijn, zal uitleggen hoe het besturen van een vliegtuig gaat. De motor begint een heleboel lawaai te maken en langzaam rijdt het vliegtuigje over het veld. Ze staan nu bij een startbaan en de piloot praat in een microfoon. Dan maken de motoren nog veel meer lawaai en is het net of het vliegtuig een aanloop neemt, om even later in de lucht te zweven. De kinderen werden helemaal in hun stoelen gedrukt, maar nu is alles weer gewoon. Ze kijken uit de raampjes en zien een heleboel water onder zich. "Kijk daar eens, een zwart kopje midden in het water," zegt Marja. "Daar heb je er nog een," zegt Vera, "zouden dat zeehonden zijn?" "Ja," zegt de piloot, "dat zijn zeehonden, die zwemmen hier in de Waddenzee. Dat eiland dat je daar ziet liggen is Vlieland. Ik zal nu eerst de "heren" eens uitleggen hoe het vliegtuig bestuurd wordt." "Hela," zegt Vera, "dat willen wij net zo goed weten!" De piloot komt er niet onderuit, hij moet alles aan alle kinderen uitleggen.
Voor ze het in de gaten hebben, is de tijd voor de rondvlucht al weer voorbij en vliegen ze terug naar Texel. Vanuit de lucht zien ze vader en moeder staan wachten. Ze zwaaien voor de raampjes, maar of ze dat op de grond kunnen zien, is natuurlijk wel een vraag. Behoedzaam zet de piloot het vliegtuigje op de grond. De kinderen bedanken de piloot en zijn toch wel een beetje blij dat ze weer vaste grond onder hun voeten hebben. Die avond doen de oren van vader en moeder zeer van al het gekwebbel, want de een weet nog meer als de ander. Als ze later over het weekend op Texel praten, dan hebben ze het altijd over hun belevenissen in de lucht.

EVANGELIELEZING

Afscheid van de leerlingen.Verhaal uit de handelingen van de apostelen. (1, 1-11).

Veertig dagen waren er voorbij gegaan sinds Pasen. In deze tijd was de Heer vele malen aan zijn leerlingen verschenen. Hij had tegen hen gezegd: "Blijf in Jeruzalem en wacht op de Helper die de Vader jullie zal sturen. Johannes doopte aan de Jordaan met water. Jullie zullen gedoopt worden met de heilige Geest. Dan zullen jullie mijn getuigen zijn hier in Jeruzalem en in alle landen tot aan de grenzen van de aarde." Nadat Jezus dat alles tegen zijn leerlingen gezegd had, werd hij naar de hemel omhoog geheven. Er kwam een wolk die hem aan het gezicht onttrok. De leerlingen stonden verwezen naar de hemel te staren. Maar ineens waren er twee mannen die in het wit gekleed waren, bij hen. Zij zeiden: "Wat staan jullie naar de hemel te turen? Jezus is van jullie weggenomen en naar de hemel gegaan. Maar hij zal terugkomen. En jullie zullen hem herkennen."

Voorbereiding.
Informatie voor de begeleiding.

Dit verhaal staat niet in een van de vier evangeliën, maar in het daarop volgende boek "De handelingen van de apostelen". Hierin wordt de eerste tijd van onze kerk beschreven. Het "Nieuwe Testament" bevat niet alleen het leven van Jezus, maar ook wat de apostelen is overkomen.

Brieven van de apostelen aan gemeenschappen van christenen (de eerste parochies) en een laatste boek dat over de eindtijd gaat, dat door Johannes geschreven is en dat de Apocalyps heet. Dit is het moeilijkste boek van het Nieuwe Testament.

Jezus zou opgestegen zijn vanaf de hoogste berg ten oosten van Jeruzalem. Deze berg ligt achter de Olijfberg en heet de Berg Scopus. Hij heet zo, omdat je hiervanaf een schitterend uitzicht hebt. (Scopus is een Grieks woord en betekent: kijken. Je vindt het terug in Bioscoop, telescoop etc. Het is niet zo belangrijk, maar wel leuk om te weten. Wanneer je dit aan de kinderen vertelt, kun je samen met hen waarschijnlijk nog veel meer woorden vinden die op scoop eindigen!)

Alexander de Grote heeft deze berg zijn naam gegeven; hij ontdekte dat je vanaf deze berg aan de ene kant Jeruzalem zag en aan de andere de Dode Zee zag liggen.

Boven op deze berg is nu de Hemelvaartkerk.

Hemelvaart wordt altijd op een donderdag gevierd, omdat dit precies 40 dagen na Pasen is!

Er is maar één echt oud gebruik op Hemelvaart bekend: het dauwtrappen. Oorspronkelijk betekende dit, dat men op blote voeten door het bedauwde gras liep. Tegenwoordig wordt er veel aan sport gedaan op deze dag en veel gewandeld.

Het is een feest, waarvan de oorspronkelijke betekenis nogal eens vergeten wordt. Heel vaak is het het begin van een korte vakantie en alleen als zodanig belangrijk. Best jammer eigenlijk.

Verwerking.
Vragen, opdrachten en suggesties.

1. Afscheid nemen is best een beetje moeilijk. Houdt met de kinderen eens een gesprekje over hoe zij het ervaren als iemand voor een tijdje weggaat. Hoe ervaren ze dat? Wat doen ze dan? Wat doet de ander die vertrekt? Wat wordt er aan elkaar beloofd?

2. Er zijn tegenwoordig gelukkig een heleboel middelen om met elkaar contact te houden : brieven schrijven, telefoneren, faxen en E-mailen.

Laat de kinderen eens een brief aan Jezus schrijven.

Als je het modern wilt doen, laat ze dan een fax opstellen. Nog moderner, probeer naar Jezus te E-mailen!!!!!
(Misschien proberen in de bibliotheek!)
[Misschien heeft hij wel een site op internet!]
(De brieven zijn misschien te gebruiken als voorbeden in een viering).

3. Laat de kinderen een toneelstukje maken, waarin een telefoongesprek met Jezus voorkomt. Maak groepjes die niet groter zijn dan 5 personen en laat ze de stukjes voor elkaar spelen. Het leukste kun je eventueel voor een viering gebruiken.

4. Over de hemel bestaan een heleboel verhalen. De meest bekende is die van Dorotee Sölle:

Iemand mocht een kijkje in de hel nemen. Daar zag hij lange tafels staan, die vol stonden met de lekkerste dingen. Aan de tafels zaten een heleboel mensen. Ze waren prachtig gekleed, maar ze keken reuze chagrijnig. Hun armen waren vast gebonden aan lange spalken; ze konden ze dus niet buigen. Zo konden ze geen hap van het eten in hun mond stoppen.
Daarna mocht dezelfde persoon een kijkje nemen in de hemel. Daar stonden ook lange tafels met heerlijk eten. Daar zaten ook een heleboel mensen met mooie kleren aan. Daar hadden ook de mensen spalken aan hun armen en konden ze hun armen dus niet buigen. Toch hadden deze mensen een heleboel plezier. Ze voerden elkaar namelijk, want met stijve armen kun je het eten wel in de mond van iemand die tegenover je zit stoppen. Door elkaar te helpen, genoten ze van al het lekkere eten.

Probeer dit eens uit met de kinderen, dan zullen ze zien dat het gaat. Gewoon een paar linialen en wat sjaaltjes zijn al voldoende om armen onbeweeglijk te maken!

5. Tegenwoordig zijn veel mensen geïnteresseerd in contact met overledenen.

Op allerlei manieren wordt er geprobeerd contact te krijgen. Het is niet zonder risico’s om dat zomaar te proberen. Waarschuw de kinderen daarvoor.

Leer ze in plaats daarvan een spelletje "zwarte kunst" geheten. Hierbij lijkt het of twee mensen elkaars gedachten kunnen lezen. Een persoon wordt de kamer uitgestuurd. Dan wordt er een voorwerp in de kamer aangewezen. Iedereen in de kamer moet hier sterk aan denken (maak daar een hele show van, dan lijkt het heel spannend!). De persoon die de kamer uitgestuurd was, wordt binnen geroepen. Degene die de leiding heeft, begint nu voorwerpen aan te wijzen en te vragen: "Is dit het?" De ondervraagde antwoordt "nee" totdat een voorwerp aangewezen wordt, ná een voorgaand voorwerp, dat zwart was. Dit is het.

Dus altijd een zwart voorwerp, het volgende is het. Daarom heet dit spelletje zwarte kunst!

Laat de kinderen proberen te ontdekken hoe het spel in zijn werk gaat, wie het denkt te begrijpen mag dan de gang op!

Een tweede spel, dat nog mysterieuzer lijkt is "sgravenisje". Laat de kinderen in een kring zitten en vertel hen dat iemand (zit in het komplot) gedachten kan lezen. Om dat te kunnen moet het doodstil zijn en de spelleider voert een bezwering uit:

"Sgravenisje, sgravenisje, gij zult de hand reiken, aan wie ik de hand reiken zal!" (Dit heel theatraal voordragen, zodat het heel spannend klinkt!) . De kinderen houden het nooit lang vol om doodstil te zijn; zo gauw er een een geluidje maakt, zeg je: "Sgravenisje, ga!" De proefpersoon gaat nu de kamer uit en je geeft het kind dat het eerst een geluid heeft gemaakt een hand. Dan voer je nog wat hocus-pocus op en roept dan de proefpersoon weer binnen. Deze loopt rechtstreeks naar het kind dat het eerst een geluid heeft gemaakt en geeft dat ook een hand.

Hierbij kun je natuurlijk de boel nog spannender maken, door er een kaars bij aan te steken, de gordijnen dicht te doen etc.

Uiteindelijk vertel je hoe het werkt en dat het niets met gedachtenoverdracht te maken heeft, maar gewoon met een afspraakje!!!!!

6. Help hierna de kinderen uit de droom, als ze nu soms mochten denken, dat ook de hemelvaart van Jezus een trucje was. Het lichaam van Jezus na zijn verrijzenis was een gewoon lichaam, hij at en hij dronk, hij was niet een soort geest. Dit dachten de apostelen namelijk ook en schrokken daar vreselijk van. Daarom nodigde Jezus de apostelen uit om hem aan te raken en at hij samen met hen.

De hemelvaart van Jezus is iets wat we geloven, het verklaren kunnen we niet. (Misschien nog niet!!!!)

7. Dat het geloof in de hemelvaart een wezenlijk onderdeel van ons geloof is, kun je de kinderen laten zien, door de oorspronkelijk tekst van het "Credo" = de geloofsbelijdenis, zoals die in de eucharistieviering gebeden wordt, voor te lezen.

Meestal wordt in de gezinsvieringen een eenvoudiger tekst gebruikt. Het is goed om ook de oorspronkelijke tekst eens door te nemen, want als de kinderen dan een bij eens eucharistieviering zijn, waarin deze gebruikt wordt, herkennen ze hem. Hij wordt hier weergegeven in hoofdletters. De kleine letters zijn de uitleg.

GELOOFSBELIJDENIS.

IK GELOOF IN GOD, DE ALMACHTIGE VADER,

dus in een God die alles kan

SCHEPPER VAN HEMEL EN AARDE.

EN IN JEZUS CHRISTUS, ZIJN ENIGE ZOON, ONZE HEER,

DIE ONTVANGEN IS VAN DE HEILIGE GEEST,

GEBOREN UIT DE MAAGD MARIA

Dit is dus het verhaal, dat de engel Gabriel aan Maria vertelde dat zij moeder zou worden en dat niet Jozef van dit kind de natuurlijke vader zou zijn. Het geboorteverhaal wordt met Kerstmis verteld.

DIE GELEDEN HEEFT ONDER PONTIUS PILATUS,

IS GEKRUISIGD, GESTORVEN EN BEGRAVEN.

Dit is dus het verhaal van Witte Donderdag en GoedeVvrijdag.

DIE NEDERGEDAALD IS TER HELLE

Men geloofde altijd dat de hel onder de grond is; omdat Jezus drie dagen in het graf geweest is, zegt men dat hij drie dagen in de hel is geweest, in het donker dus!

DE DERDE DAG VERREZEN UIT DE DODEN

Dit is het paasverhaal.

DIE OPGESTEGEN IS TEN HEMEL

En dit is nu de hemelvaart

ZIT AAN DE RECHTERHAND VAN GOD, DE ALMACHTIGE VADER,

VANDAAR ZAL HIJ KOMEN OORDELEN DE LEVENDEN EN DE DODEN.

Er wordt geloofd, dat Jezus terug zal komen aan het einde van de wereld. Dan zal hij zeggen wie er bij hem in de hemel mag komen en wie niet. In het evangelie heeft Jezus verteld, hoe mensen beoordeeld zullen worden: belangrijks: hebben ze iets over gehad voor hun medemensen.

IK GELOOF IN DE HEILIGE GEEST,

Dit is het verhaal van Pinksteren en wordt daar verder uitgelegd.

DE HEILIGE, KATHOLIEKE KERK

Dit wordt verder uitgelegd bij het hoofdstuk over Petrus, de eerste paus.

DE GEMEENSCHAP VAN DE HEILIGEN

Dit is ons Allerheiligenfeest!

DE VERGEVING VAN DE ZONDEN;

DE VERRIJZENIS VAN HET LICHAAM

Er wordt geloofd dat we straks weer een gewoon lichaam zullen krijgen en niet als geesten rond hoeven te zweven!

EN HET EEUWIG LEVEN!

Wij geloven dus dat we nooit echt dood zullen zijn, dood is geen einde, maar een soort geboorte naar een ander leven! Hoe dat precies zit, weet echt niemand!

AMEN!

Dit is Hebreeuws en betekent: Het is zo!"

Dit is de korte geloofsbelijdenis, ook wel de twaalf artikelen van het geloof genoemd. Er bestaat nog een langere uitvoering, die is nog moeilijker!

Het kruisteken is eigenlijk een afkorting van deze geloofsbelijdenis: IN DE NAAM VAN DE VADER EN DE ZOON EN DE HEILIGE GEEST. AMEN.

Deze geloofsbelijdenis is pas in de vierde eeuw uitgevonden.

De eerste christenen hadden een veel eenvoudigere. Deze zingen we nog wel eens, op Witte Donderdag bijvoorbeeld. Het is een lied dat heet: Ubi caritas et amor, Deus ibi est. Dit betekent: Waar vriendschap is en liefde, daar is God. Dit is ook een afkorting, maar dan wel van de hele boodschap van Jezus.