Vijfde zondag door het jaar

Eindelijk rust

Ron komt een beetje bedrukt naar zijn vriendjes toe. Hij zegt: "Ik kan vanmiddag niet naar de hut komen." "Wat is er aan de hand," vraagt Hanneke." "Mijn moeder is ziek geworden," antwoordt Ron. "Is het erg," vraagt Helga. "Volgens mij wel, want ze ligt nu in het ziekenhuis en ze wordt morgen geopereerd," zegt Ron. Daar schrikken alle kinderen toch wel van. De moeder van Ron is al een tijdje een beetje ziek; ze is heel gauw moe en ligt veel op de bank. Dat het zo erg zou worden, dat ze geopereerd moet worden, dat had niemand verwacht. "Hoe moet dat nu bij jullie thuis," vraagt Fatima. "O, we helpen allemaal een beetje mee," antwoordt Ron; "Rita en Reiny koken en René en ik moeten allerlei klusjes doen. Ik moet vanmiddag de tuin doen, want daar heeft papa nu echt geen tijd voor." Dat begrijpen de kinderen allemaal wel, want ze weten dat de vader van Ron het reuzedruk heeft in de supermarkt. Rons moeder helpt daar ook vaak, dus nu heeft vader het dus dubbel zo druk. Bas en Boris vinden het maar sneu voor Ron dat hij niet met hen mee kan gaan naar de hut en ook nog hard moet gaan werken. Bas denkt eens na; ineens zegt hij: "Zullen wij met jou meegaan, dan kunnen we samen die tuin doen en dan kan jij daarna mee naar de hut." Alle kinderen vinden dat een goede oplossing. Ron is reuzeblij, want hij moet het gras gaan maaien en.....dat is een enorm karwei, want in de achtertuin is er een kolossaal grasveld. Rons vader maait het gras altijd met een handmaaier; dat doet hij in plaats van sporten, want daar hij heeft geen tijd voor. Ron vindt sporten best leuk, maar hij rent dan liever achter een bal aan. "Weet je wat, ik haal onze grasmaaier even; die wordt nooit meer gebruikt,"zegt Hanneke, "Josje houdt al het gras lekker kort, ik hoef nooit meer te maaien." "Waarom breng je Josje niet mee," vraagt Fatima, "die kan ons mooi helpen."
Hanneke vindt dat een prima plan en gaat naar huis om de grasmaaiers op te halen; een met twee wielen en een met vier poten. Ook Fatima gaat thuis de grasmaaier halen; dan gaat het nog vlugger. Eddy gaat mee om de hark, de bezem en een schoffel mee te nemen. Wanneer iedereen bij Ron in de tuin is, verdeelt Hans het werk. Bas, Boris en Ron gaan maaien; Eddy, Bert en Hanneke harken het gras bij elkaar; Monique, Suzan en Fatima gaan schoffelen en Willeke en Helga helpen Hans met overal de dode bloemen eruit te halen. In de schuur heeft Ron een stel manden gevonden; d aar kan alle rommel in. Josje eet of hij uitgehongerd is; lekker lang gras is voor een geit nu eenmaal het fijnste maal. "Hé Ron!" roept Willeke, "hier ligt jouw bal; die was je toch kwijt?" Ron is de bal al weken kwijt en hij heeft steeds gezegd dat René die verstopt had. "Hij is zeker een keer onder die struiken gerold," zegt Helga.
"Hier liggen jouw voetbalschoenen," zegt Hans en hij houdt twee vieze schoenen omhoog. "Die heb ik uitgedaan, toen ik naar binnen ging," zegt Ron. "En toen ben je vergeten om ze op te ruimen," zegt Bas. "Laten we de hele tuin eens goed doorzoeken," zegt Boris, "misschien vinden we nog veel meer spullen die Ron kwijt is." "Dat doen wij wel," zegt Willeke, "ga jij maar door met grasmaaien." Helga en Willeke doen alle spullen van Ron, die ze onder struiken, tussen de bladeren en zelfs in het gras vinden, netjes apart in een mand. Ze zeggen niet meer dat ze iets gevonden hebben, want dan werken de anderen niet door. Na een uurtje is het gras keurig gemaaid en aangeharkt. "Nu moeten de randjes nog," zegt Hans. "Dat is snertwerk," zegt Ron, "dat moet met een schaar." "Wij hebben daar thuis een heel fijn ding voor," zegt Bas. "Dan gaat het heel vlug, ik haal het wel even," biedt Boris aan. Hij rent naar huis en is een minuut of tien later weer terug met een graskantentrimmer. Boris rolt het snoer uit en begint de kantjes te knippen. Het vliegt eraf. Ineens komt hij tegen een steentje en daar kan de draad van de trimmer niet tegen. "Nu moet je even op de grond duwen met dat ding," zegt Bert; hij kent de trimmer, want bij hem thuis hebben ze er ook een. "Nee, dat doet deze niet," antwoordt Bas, "dit is de oude en dat moet gewoon met de hand." Hanneke rent naar binnen en trekt de stekker uit het stopkontakt. Bas en Boris proberen het draadje wat langer te maken; dat lukt niet erg. Daar komt René de tuin in. "Wat zijn jullie aan het doen," vraagt René. "We gaan de kanten maaien, maar nu is het draadje geknapt," zegt Bas. René kijkt eens rond en ziet dat de hele tuin opgeknapt is. "Moeten alleen de graskantjes nog," vraagt hij. "Ja," zegt Boris, "we zijn bijna klaar en dan kan Ron nog even mee naar de hut." "Kom, ik weet hoe dat moet," zegt René en hij pakt de trimmer. In een mum van tijd heeft René de trimmer weer in orde. "Gaan jullie maar naar de hut, ik doe de rest wel," zegt hij, "waar moet de trimmer straks naar toe?" "Die is van ons," antwoordt Bas, "maar laat hem maar hier staan, want mijn vader heeft een andere en die doet het veel beter." "Dit ding is goed genoeg," vindt René, "het is altijd beter dan dat je op je knieën de kantjes moet knippen." De kinderen ruimen al het gereedschap nog even op; alleen een hark laten ze liggen, want ook de rommel van de graskantjes moet opgeruimd worden. René belooft dat hij dat zal doen. "Die broer van jou is helemaal niet zo vervelend meer," zegt Bas. Ron haalt zijn schouders eens op; hij durft niet veel meer te zeggen, want hij heeft de mand gezien waarin al zijn "verloren" spullen zaten. Misschien heeft hij René toch een beetje te snel de schuld gegeven. "Doe niet zo onsportief," zegt Fatima, "René is lang zo’n klier niet meer." "Misschien heeft hij jouw spullen helemaal niet verstopt," zegt Helga, "want jij bent een reuze slordevos." "Jij bent op school ook altijd van alles kwijt," merkt Willeke op. "En in de hut laat je ook alles slingeren," zegt Suzan. Ron krijgt langzamerhand een rood hoofd. Hij heeft best in de gaten dat de meisjes gelijk hebben.
"Volgens mij wordt jouw moeder veel sneller beter als jij geen herrie meer maakt met René," zegt Hanneke heel nadenkend. "Weet je wat je moet doen," zegt Eddy, "als je kwaad bent, gewoon je mond houden en wanneer dat niet lukt, ga je gewoon even joggen." "Dat helpt vast," zegt Bert, "daar knap ik ook altijd van op." "Als het niet helpt, kom je maar naar ons," biedt Bas aan. "Wij hebben heel lekkere snoepjes en daarmee zijn boze buien zó over," vult Boris aan. "O jee," zegt Ron, "wat hebben jullie nu weer voor troep te pakken?" Hij wordt nog beroerd wanneer hij aan de laatste traktatie van Bas en Boris denkt. "We hebben heel lekkere chocolaatjes," zegt Bas. "Waar je niet dik van wordt," maakt Boris het raadsel nog een beter groter. De tweeling heeft een zak diëetchocolaatjes gekocht. Daar zit iets in, dat hetzelfde effekt heeft als wonderolie, maar dat vertellen de broertjes maar niet. Ron neemt zich voor te proberen geen herrie meer te maken met René. In geen geval gaat hij met een boze bui naar Bas en Boris, want dat lijkt hem niet gezond. Wanneer Rons moeder uit het ziekenhuis komt, merkt zij, tot haar grote verwondering, dat Ron en René de beste vrienden zijn geworden. Het is veel gezelliger in huis en moeder geniet ervan terwijl ze vlug weer de oude wordt.