Vierde zondag door het jaar
Een "uitdrijvings"-wonder!
Ron ligt nog steeds vaak overhoop met zijn broer René. Het "versieren"
van René's brommer heeft niet veel geholpen; drie dagen heeft René Ron
niet gepest; toen begon hij weer. Ron heeft geprobeerd om er niet op te
reageren, maar dit is veel te moeilijk voor hem, want hij is ook een
gifkikkertje. De hele dag is Ron bezig met het verzinnen van boze
plannen. Meestal zijn die plannen erg smerig; hij bedenkt alleen maar
vieze dingen. Het enige waar Ron de laatste tijd over praat is over
poep en wraak. Hij wil een koeienvlaai in het bed van René doen. "Dat
lijkt me heerlijk," gniffelt Ron, "als René dan in zijn bed duikt, komt
hij zo met zijn voeten in de vlaai terecht!" "Dat is helemaal niet
leuk," zegt Monique, "dan wordt het hele bed smerig, want die vlaai is
heel nat en dan wordt zelfs het matras vies." "Dan heeft jouw moeder
heel veel werk," zegt Hanneke, "dat moet je maar laten!" "Dan doe ik
konijnenkeutels op zijn brood," zegt Ron, "hij maakt nooit zelf zijn
brood klaar; dat ligt altijd in de koelkast, want mijn moeder maakt dat
's avonds al klaar." "Smeerlap," zegt Bert, "daar kan René allerlei
enge ziektes van oplopen."
"Dan zet ik een emmer met gier boven op de
deur van zijn slaapkamer en als René die deur opendoet, krijgt hij de
hele emmer over zich heen," fantaseert Ron vrolijk verder. "Ja, en
niemand ruikt wat daar boven op die deur staat," zegt Suzan, "jij bent
volgens mij een beetje gek aan het worden." De kinderen van het 14
Oktoberplein proberen om Ron op andere gedachten te brengen; ze hebben
allerlei leuke plannen, maar het helpt niets. Ron blijft smerige dingen
verzinnen en praat de hele dag over wraak. Ook op school bedenkt hij
alleen maar vuiligheid en let helemaal niet meer op. De gevolgens
blijven niet uit: Ron krijgt veel op zijn kop, omdat hij zijn huiswerk
niet geleerd heeft en heel slechte punten haalt. Ook Bas en Boris maken
zich zorgen. "We moeten dat joch eens uit de stront halen," zegt Bas.
"Nee," zegt Boris, "we moeten de stront uit dat joch halen!" "Zullen we
hem eens een glas wonderolie geven," zegt Bas, die ooit thuis gehoord
heeft dat dat spul bestaat. "Wonderolie," zegt Boris, "wat doet dat
spul?" "Dat doet wonderen," zegt Bas, "daarom heet het wonderolie."
"Dus wanneer we dat aan Ron geven is het probleem opgelost," vraagt
Boris. "Volgens mij wel," zegt Bas. "Waar kun je dat kopen," vraagt
Boris. "Ik denk bij de drogist," antwoordt Bas. "Laten we het dan nu
even gaan halen," vindt Boris. Bas is het daarmee eens en samen gaan ze
naar de drogist. De drogist heeft een fles wonderolie in voorraad; Bas
en Boris krijgen wel het advies om niet teveel in te nemen. Daar
trekken ze zich niet al te veel vanaan. ’s Middags, na school, is het
zover: Bas en Boris hebben de wonderolie in een grote rode mok gedaan.
Wanneer Ron in de hut komt, zegt Bas: "Ron, we hebben iets voor je."
"Wat dan," vraagt Ron. "Als je dit opdrinkt, gebeurt er een wonder; dan
zijn al jouw problemen met René over!" "Hoe kan dat nu," zegt Ron, die
het niet helemaal vertrouwt. "Dat weten wij ook niet, maar het is wel
waar," helpt Boris zijn broertje. "Is dat vies," vraagt Ron? "Als jij
je neus dichtknijpt valt het best mee," zegt Bas, die het spul
vreselijk vindt stinken. "Drink nu maar op," zegt Boris, "dan ben je er
vanaf." Ron ziet dat er weinig anders opzit dan te doen wat de tweeling
zegt. Hij pakt de beker en kijkt eens naar het vettige spul. Bas
besluit Ron een handje te helpen en pakt zijn neus vast. "O," zegt
Ron," ik kan niet ademen." Boris duwt de beker naar Rons mond
en........die drinkt het vieze goedje braaf op. "O, o, wat is dat
smerig," zegt Ron verontwaardigd. "Hier heb een snoepje," zegt Bas en
hij haalt een kleverige toffee uit zijn zak. Erg fris ziet de toffee er
niet uit, maar Ron vindt alles beter dan die vieze smaak van de
wonderolie. Intussen zijn ook de andere kinderen van het 14
Oktoberplein in de hut gekomen. "Jongens," zegt Bas, "Ron is nu
helemaal opgeknapt en hij denkt niet eens meer aan René." "Dat is niet
waar," zegt Ron, "het doet niks." "Dat komt zó wel," zegt Boris, "jij
denkt straks echt niet meer aan jouw broer." "Jij denkt dan ook niet
meer aan smerige dingen," zegt Bas. "Zullen we dan maar naar Svetlana
en Achim gaan," stelt Hanneke voor, "ik wil Basje en Borisje zo graag
zien." Daar hebben de anderen ook wel zin in en zo fietsen ze al gauw
in de richting van het huis van opa Matje. Omdat opa Matje nog niet
alles heeft kunnen regelen, komen Svetlana en Achim nog niet in het
dorp. De vader van Helga en Willeke weet intussen ook wat er aan de
hand is en hij is bij Svetlana en haar tweeling geweest. De kleintjes
hebben nu ook hun prikjes gehad en de vader van Helga en Willeke heeft
beloofd, dat hij zijn mond zal houden. Svetlana is druk bezig met ramen
wassen. Dat is volgens haar heel hard nodig, want opa Matje is een
aardige man, maar van poetsen heeft hij niet veel verstand. Het valt
zelfs de kinderen op dat de keuken veel schoner is dan zij gewend zijn.
Het ruikt er heerlijk. Svetlana is brood aan het bakken en vlees aan
het braden. De meisjes gaan Svetlana helpen en de jongens gaan op zoek
naar opa Matje en Achim. Die zijn in de koeienstal bezig. Daar moet ook
regelmatig geveegd worden, want koeien kunnen niet in de smurrie staan.
"Hé Ron," zegt Boris, "dat is leuk werk voor jou: mestruimen!" "Kan jij
je hart ophalen," zegt Bas. De jongen pakken bezems en rieken en gaan
ook aan het werk. Het gaat met een heleboel plezier gepaard. Ineens
trekt Ron wit weg. "O, o ," jammert hij, "ik heb ineens zo’n pijn in
mijn buik." Hij kruipt in elkaar en staat helemaal krom gebogen. De
jongens schrikken ervan. "Wat is er aan de hand?" vraagt opa Matje.
"Ron heeft buikpijn," zegt Bas. Ineens rent Ron weg, want hij moet heel
nodig naar de w.c. Hij loopt heel vreemd, net of hij het niet meer op
kan houden. "Dat haal ik nooit," jammert Ron!
"Ga maar boven de goot hangen,"
zegt oom
Matje, "dan wordt jouw broek tenminste niet vuil." Ron gaat op zijn
hurken zitten en het is maar goed dat hij niet verder hoeft te lopen,
want............er klinkt onmiddellijk een vreselijk gespetter! Ineens
stinkt het heel vies in de stal. "Jongens, pak die waterslang eens,"
zegt opa Matje, "dan spoelen we alles gelijk weg." "Heb jij iets
verkeerds gegeten," vraagt Achim. Ron schudt zijn hoofd en zegt: "Ik
weet niet hoe het komt, ik had vanmiddag nog niks. Nu voel ik me echt
ziek." "Wat heb jij vanmiddag gegeten of gedronken," vraagt opa Matje.
"Een boterham," zegt Ron, "met melk. O ja, Bas en Boris hebben mij een
wondermiddeltje gegeven, dat heel vies smaakte." Ron heeft dit nog niet
gezegd of hij kan alweer boven de goot gaan hangen. "Een
wondermiddeltje," vraagt opa Matje, "wat was dat en waar diende dat
voor." Bas en Boris kijken elkaar eens aan. "Ron is altijd kwaad op
René," zegt Bas. "Dan verzint hij van die smerige dingen," vult Boris
aan. "En dan zit hij op school alleen maar daaraan te denken en dan let
hij niet op," zegt Bas weer. "Toen dachten wij, dat we er maar iets aan
moesten doen," verklaart Boris. "Er is echt een wonder nodig om Ron van
zijn boze plannen af te brengen," zegt Bas. "Dus hebben wij hem
wonderolie gegeven," legt Boris uit. "Ja," zegt Bas, "die olie zorgt
voor wonderen, dus denkt Ron nu niet meer aan wraak op René." "Nee, dat
kun je wel zeggen," vindt opa Matje, "Ron heeft nu beslist iets anders
aan zijn hoofd!" Ron voelt zich intussen heel ongelukkig; iedere keer
wanneer hij denkt dat het over is, begint het weer opnieuw. O, o, wat
een ellende! Het ergste is dat iedereen nog staat te lachen ook. Achim
krijgt medelijden met Ron.
"Het is wel een paardenmiddel," vindt Achim,
"hoeveel van die troep hebben jullie Ron laten drinken?" "Een beetje,"
zegt Bas. "Zo’n bekertje vol," zegt Boris. "Het was zo’n rode mok die
in de hut staat," zegt Ron. "Dat was dan flink veel," vindt Achim, "je
moet nu maar veel water drinken, dan spoelt het er wel uit." "Moet ik
dan hier blijven zitten," vraagt Ron. "Daar zal weinig anders op
zitten," zegt oom Matje, "je haalt de w.c. niet eens." Bas en Boris
moeten een grote kan water en een beker halen. Pas als de kan leeg is,
begint de buikpijn wat minder te worden. Ron voelt zich heel slap en
staat te bibberen. "Ik breng je wel even naar huis," zegt opa Matje,
"zó kun jij niet op de fiets." Ron wordt op een kar gezet; het paard
wordt ingespannen; ook de fiets van Ron gaat erop. Bas en Boris laden
zichzelf en hun fietsen ook maar op de kar, want ze kunnen Ron nu toch
niet alleen laten. Ron wordt thuis door zijn moeder direct in bed
gestopt. Opa Matje zegt dat het niet nodig is dat de dokter komt; deze
ziekte gaat vanzelf over. Bas en Boris zijn er vast van overtuigd dat
de wonderolie wel voor wonderen zorgt, want Ron heeft het de hele
middag niet over wraakplannen gehad! De tweeling besluit eens op
onderzoek te gaan of er nog meer van dit soort middeltjes bestaan, want
Bas en Boris weten zeker dat Ron nooit meer een beker wonderolie
opdrinkt.