Het
tweede boek Makkabeeën
Het tweede boek Makkabeeën is geen vervolg op het eerste. Het is
een grieks werk dat circuleerde onder de joden van Alexandrië. De
inhoud heeft veel overeenkomsten met het eerste boek Makkabeeën.
Het lijkt te worden verteld door de hogepriester Jason die leefde
tijdens de regeringspeiode van koning Antiochus.
Het meest
opvallende van dit boek is de nadruk die er gelegd wordt op de daden
van degenen die trouw gebleven zijn aan Gods geboden ondanks alle
moeilijkheden die ze ondervonden. Ook de tempelschatten spelen een
grote
rol in de eerste verhalen.

Blijf
met je vingers van Gods spullen af, dat is een duidelijke boodschap in
het begin van het tweede boek Makkabeeën..Koning Antiochus weet met een
list de tempel binnen te komen. Maar de priesters hebben hem door en ze
stenigden de koning. Iedereen is blij met dit resultaat.
"Door God uit grote gevaren gered,
betuigen wij onze vurige dank omdat
hij het voor ons opgenoemen heeft tegen de koning." (2
Makkabeeën 1)

Heliodorus,
kanselier van de koning, besloott ook een poging te doen.
"Terwijl zij tot de almachtige Heer baden
dat Hij de bezittingen die men aan de tempel had toevertrouwd,
ongeschonden en veilig voor de eigenaars zou bewaren, ging Heliodorus
ertoe over zijn besluit uit te voeren." Maar hij kreeg
een soort verschijning, raakte buiten bewustzijn
en moest hulpeloos weggedragen
worden. Weer was iedereen heel erg blij. Maar mensen uit het gevolg van
Heliodorus gingen naar de hogepriester en vroegen hem dringend een
offer voor hem op te dragen. Dat gebeude met goed resultaat. Heliodus
kwam weer bij
en legde voor iedereen
getuigenis af van de wonderwerken van de allerhoogste God. (2
Makkabeeën 3)

Op
politiek niveau waren er heel wat intriges gaande. Menelaos wistt
hogepriester te worden door veel geld te beloven, geld dat hij niet
had. Daarom verduisterde hij gouden tempelvaten. Bovendien
vermoordt hij zijn rivaal. Het kwam tot een botsing tussen het volk dat
protesteerde en een gewapende bende van Lysimachus , een medewerker van
Meneloas.
Zodra die zagen dat
Lysimachus hen liet aanvallen, grepen ze stenen, stukken hout en
handenvol straatvuil en wierpen dat in het wilde weg naar de mannen van
Lysimachus, van wie er velen verwondingen opliepen en enkelen zelfs
gedood werden. Ze joegen iedereen op de vlucht; de tempelrover zelf
sloegen ze dood bij de schatkamer. (2 Makkabeeën 4)

Het volk
was ontrouw aande wetten van God. Dat hebben ze geweten. De
koning bezette Jeruzalem. Aan zijn soldaten gaf hij bevel iedereen te
vermoorden. Bovendien drong hij de tempel binnen om de tempel schatten
te stellen. Maar dit keer deed de God van Israël niets.
Met vuile handen nam hij het heilig
vaatwerk mee en met zijn ongewijde handen sleepte hij de offergaven
weg, waarmee andere koningen de luister en glorie van de heilige plaats
verhoogd hadden.
Voor dergelijke daden van overmoed schrok Antiochus niet terug omdat
hij niet wist dat de Heer vanwege de zonden van de bewoners van de stad
voor korte tijd in toorn was ontbrand en dat Hij daarom de heilige
plaats aan haar lot had overgelaten. ( 2 Makkabeeën 5)

De
Hellenisering nam toe en de joodse godsdienst werd. verboden. Bekend
is het verhaal van Eleazar, die een voorbeeld werd voor heel het volk.
Hij werd gedwongen om varkensvlees te
eten.
Maar hij nam een nobel
besluit, zijn leeftijd waardig, dat paste bij het aanzien dat zijn
ouderdom hem gaf, bij de adel van zijn grijze haren die hij met ere
droeg, en bij het voorbeeldig leven dat hij vanaf zijn jeugd geleid
had, maar dat bovenal in overeenstemming was met de heilige leer, door
God zelf gegeven. Hij verklaarde zonder enige aarzeling dat men hem
maar naar het dodenrijk moest sturen. "Want", zo zei hij, "op onze
leeftijd past het niet om te huichelen. . (2 Makkabeeën 6)

Ook
bekend is het verhaal van de zeven broers en hun moeder. O
p bevel van de koning sloeg men ze met
stokken en riemen om ze zo te dwingen het verboden varkensvlees te
eten. De koning liet een van hen op een vreselijke manier
martelen, in de hoop dat de anderen over te halen het
verboden vlees te eten. Maar ze bleven allemaal trouw aan de geboden
van de Heer. De een na de ander werd gemarteld en allen vonden de dood,
ook de moeder, als laatste. ( 2 Makkabeeën 7)

Judas de
Makkabeeër kwam in opstand tegen het meedogenloze bewind van
de konin.
De toorn van de Heer
veranderde in medelijden en de Makkabeeër werd met zijn leger een macht
waar de naties niet tegen op konden. Overl praate men over zijn
dapperheid. De
Makkabeeër verzamelde zijn troepen,
zesduizend in getal, en spoorde ze aan om niet bang te zijn voor de
vijand, of angst te krijgen voor de zeer vele naties die zonder
gerechtigde reden tegen hen oprukten. Judas spoorde ze aan om dapper te
strijden; ze moesten de schandelijke ontwijding van de heilige plaats
door de heidenen voor ogen houden; de gruwelen die in de geteisterde
stad gebeurd waren en de afschaffing van de voorvaderlijke gebruiken.
En hij vervolgde: "Zij steunen op hun wapens en hun dapperheid, maar
wij vertrouwen op de almachtige God, die niet alleen deze aanvallers,
maar heel de wereld in één wenk kan vernietigen." En
natuurlijk werd de vijand verslagen. (2 Makkabeeën 8)

Koning
Antiochus was woedend toen hij hoorde dat zijn leger verslagen
was door Judas de Makkabeeër.
Razend
van woede vatte Antiochus het plan op om de Judeeërs te laten boeten
voor de vernedering die hem was aangedaan door het volk dat hem op de
vlucht had gejaagd. Hij gaf zijn wagenmenner daarom het bevel om zonder
onderbreking door te rijden en de weg zo snel mogelijk af te leggen.
Maar het vonnis van de hemel haalde hem in. In zijn trots had hij
gezegd: "Zodra ik in Jeruzalem ben, maak ik van die stad een
begraafplaats van Judeeërs." De Heer die alles ziet, de God van Israël,
sloeg hem met een ongeneeslijke en onbekende kwaal. Want nauwelijks had
hij die woorden gezegd of hij kreeg in zijn ingewanden een gruwelijke
pijn en voelde een hevig inwendig lijden. Dat was zijn verdiende loon,
omdat hij anderen met allerlei doortrapte folteringen in de ingewanden
had gepijnigd. (2 Makkabeeën 9)
Er volgde nog heel wat strijd met verschillende koningen maar
uiteindelijk kreeg Judas het klaar dat er een perode van vrede en
betrekkelijk rust kwam.