Dodenherdenking 4 mei 2003

Openingslied: EEN NIEUWE WERELD (mel. zolang er mensen zijn)
    Een nieuwe wereld vol van vrede,
    waar liefde heerst als eerst' gebod,
    waar alle mensen echt geloven
    in ieder woord dat komt van God.

    Dat land is ergens hier te vinden,
    als ieder woord wordt nageleefd,
    op deze aarde achter einders,
    door ieder die naar vrede streeft.

    Het bijbels land van melk en honing,
    de stad van vriendschap voor altijd,
    voor ieder mens steeds open grenzen,
    een nieuwe toekomst in de tijd.

    Zo zijn we hier bijeen gekomen
    om licht te zoeken bij elkaar,
    om onze dromen te herhalen.
    Met ieders aandacht wordt het waar.
Inleiding

    Vanavond staan we voor de 58ste keer stil bij de doden van de tweede wereldoorlog, alle doden, de militairen van welk land ook, de verzetsmensen, de onschuldige burgers en allen die het leven lieten in een van de vele concentratiekampen. We staan even stil, letterlijk ook, maar vooral figuurlijk, bij de zin van hun dood of zoals je wilt, het zinloze van hun dood. Elke dood door oorlog en geweld is als zodanig zinloos, maar het kan zin krijgen door degenen die na hen leven, die na hen kunnen leven in vrede en vrijheid, die beseffen welke offers daarvoor gebracht werden, die zich geroepen voelen om zich in te zetten voor een wereld en een samenleving die vrede en vrijheid kent, voor alle burgers, wie ze ook zijn, waar ze ook vandaan komen.
    Dodenherdenking, we kijken terug naar het verleden, maar dit terugkijken wordt pas echt zinvol, als we ook naar de situatie in wereld en samenleving hier en nu kijken, als we ons afvragen wat onze opdracht, onze roeping is hier en nu.
    Daarom wordt het vuur dat altijd in het museum brandt er nagedachtenis van de doden van toen, nu door leden van scouting naar voren gebracht, om tijdens deze viering hier in ons midden te branden als een vraag: wat doen we vandaag voor de vrede en vrijheid?

    Ieder zinnig mens verlangt naar vrede en vrijheid, en toch gaat het iedere keer weer mis, nu hier dan daar. En een van de redenen is dat nog steeds het recht van de sterkste alleen nog maar telt. Jeanne leest nu de tekst voor: het recht van de sterkste.

HET RECHT VAN DE STERKSTE

    Hoelang zal het duren dat macht en geweld,
    het recht van de sterkste alleen nog maar telt?
    De morgen meldt oorlog, de avond brengt pijn;
    de hel moet beslist hier op aarde zijn.

    Hoelang zal het duren dat mensen in nood
    vergetelheid hebben als dagelijks brood?
    De morgen meldt oorlog, de avond brengt pijn:
    hoe kan er nog hoop in de mensen zijn?

    Hoelang zal het duren dat ieder goed woord
    verkeerd wordt begrepen, niet eens wordt aangehoord?
    De morgen meldt oorlog, de avond brengt pijn:
    zou vrede alleen maar een droombeeld zijn?

    Moet het zolang duren tot goedheid het wint
    van moordende wapens en vrede begint,
    tot honger verandert en welvaart alom en
    haat gaat verdwijnen als sneeuw voor de zon?

    Moet het zolang duren, zijn wij dan te groot
    ons schuldig te weten aan oorlog en dood?
    Hoe zou het toch worden als wij, in Gods naam,
    onszelf gaan vergeten, elkaar weer verstaan?

Antifoon:
    Aarde verscheurd, wereld vol van bruut geweld,
    mensen die vertwijfeld roepen: geef vrede overal;
    geef vrede en stop alle oorlog,
    mensen die vertwijfeld roepen: geef vrede overal.

Wat kinderen zeggen:
    Kazimir, 13 jaar
    Er was een granaat op onze schuilplaats gevallen. We moesten over de lijken klimmen om naar buiten te kunnen. Intussen bleven de soldaten maar schieten.
    Mijn vader was een van de gewonden en hij is naar het zieken-huis gebracht. Sindsdien hebben we hem niet meer gezien, maar ik hoop dat hij nog leeft. Misschien dat hij in een van de strafkampen zit. Ik probeer om niet over deze dingen te praten. Ik ben zo bang en ik heb steeds nachtmerries over wat gebeurd is.

    Zana, 12 jaar
    Als je eens wist hoe het is om een vader in de oorlog te hebben. Je vlucht voor de ellende, maar er komt steeds nieuwe ellende. Je hoort geen woord over je vader maar op een dag staat hij ineens voor de deur. Hij blijft een paar dagen bij je, maar dan is het geluk weer verdwenen.
    Mijn hart gaat als een razende tekeer, Ik ben bijna niet in staat om dit op te schrijven, want mijn lieve papa is ook nu niet bij me.

    Nedim, 10 jaar,
    Ik had een nieuwe fiets, rood en geel, wel tien versnellingen, pas gekregen voor mijn verjaardag. Ik mocht hem niet meenemen toen we moesten vluchten. Denk je dat ze mijn fiets ook kapotgemaakt hebben?

    Ivana, 11 jaar,
    Stop de oorlog en het vechten voor een glimlach op een kindergezicht.
    Stop de vliegtuigen en de granaten voor een glimlach op een kindergezicht.
    Stop alle tanks voor een glimlach op een kindergezicht.
    Stop alles dat doodt en verwoest voor een gelukkige glimlach op een kindergezicht.

    Roberto, 10 jaar,
    Als ik president was, zouden de tanks speelgoed zijn voor kinderen. Zakken met snoep zouden uit de lucht vallen.
    De mortieren zouden ballonnen afvuren, en de geweren zouden in volle bloei staan.
    Alle kinderen van de wereld zouden slapen in vrede, niet opgeschrikt door luchtalarm of beschietingen.
    De vluchtelingen zouden teruggaan naar hun dorpen. En wij zouden opnieuw beginnen.

Antifoon:
    Aarde verscheurd, wereld vol van bruut geweld,
    mensen die vertwijfeld roepen: geef vrede overal;
    geef vrede en stop alle oorlog,
    mensen die vertwijfeld roepen: geef vrede overal.

HET BIJBELSE VERHAAL VAN JONA:
    Ze schreeuwden het uit van angst voor de dood,
    klampten zich aan touwen in stormende vlagen,
    verstarden van afschuw voor wat ze zagen:
    de zee komt in opstand, rukt aan hun boot.

    'O eeuwige, goede, toornige goden,
    help ons toch, zeg ons, wie u verwondde,
    met zijn heimelijk verborgen zonde.
    Wie heeft er gespot, vals gezworen? Wie doodde?

    Wie wil niet zeggen, wat hij heeft verkorven?
    Wie brengt ons onheil, zo vreselijk?'
    Zo riepen ze. En Jona zei: 'Dat ben ik!
    Ik heb gezondigd voor God. Mijn leven is bedorven.

    Het is mijn schuld. Doe met mij naar Uw wil.
    God is vertoornd. Maar vromen hoeven daarvoor niet te boeten.'
    Ze huiverden. Ze grepen hem bij handen en bij voeten
    en wierpen de schuldige over boord. De zee werd stil.

Overweging
    Om dit stukje tekst over Jona te kunnen begrijpen moeten we even kijken naar het voorafgaande verhaal. De profeet Jona krijgt de opdracht om naar Ninivé te gaan om de mensen daar op te roepen tot bekering want het is er een zooitje. Maar Jona ziet dat helemaal niet zitten. Of hij bang is aan die taak te beginnen of dat hij het zinloos vindt wordt niet vermeld. Feit is dat hij er tussenuit knijpt en aan boord van een schip gaat dat de andere kant op vaart. Maar hij wordt met harde hand tot de orde geroepen. Het schip komt in zwaar weer terecht en de bemanning zoekt een zondebok, want in hun ogen is zo'n storm een teken dat de goden kwaad zijn. Jona is dan zo moedig om naar voren te komen en hij wordt volgens het verhaal overboord gekieperd. Het verhaal van de walvis dat hem redde, kent u wellicht. In tweede instantie ging hij wel naar Ninivé.
    Wat heeft dit verhaal te maken met dodenherdenking? Met dodenherdenking als zodanig misschien niets, maar wel met onze houding naar de situatie in de wereld. We hebben allemaal als mens, als gelovige mensen, de opdracht om ons in te zetten voor vrede, vrijheid en gerechtigheid in de wereld, om onze stem te verheffen als die waarden geweld aangedaan worden.
    Als we vanavond de doden herdenken, dan moeten we bedenken dat we alleen dan recht doen aan hun dood als vrede en vrijheid waarden zijn waarvoor we willen opkomen, als wij de moed hebben ook te zeggen dat we tegen oorlog en geweld zijn, in welke vorm dan ook. Anders zijn al die geallieerde soldaten van de tweede wereldoorlog, bijna allemaal jongen mensen met nog een hele toekomst voor zich, voor niets gestorven.
    Net als Jona zouden we moeten protesteren als we zien dat er ergens een zooitje gemaakt wordt van vrede, vrijheid en gerechtigheid. Maar wij kijken meestal de andere kant op. Misschien omdat we bang zijn onze nek uit te steken, misschien omdat we actie zinloos vinden. Waarom je druk maken, het haalt toch niets uit. Laat mij maar rustig mijn eigen gangetje gaan, ik bemoei me niet met wereldzaken.
    Waar waren wij toen er in Amsterdam geprotesteerd werd tegen de toen dreigende oorlog in Irak? Bij mijn weten zijn er twee mensen uit Overloon naartoe geweest, de rest zag het niet zitten.
    Maar we hoeven niet eens ver van ons vandaan te kijken. Ook in onze eigen samenleving zie je vormen van geweld, verharding, discriminatie. Die zijn ook heel bedreigend voor de vrede en vrijheid in onze maatschappij. We klagen steen en been als we hinder ondervinden, maar als het onder onze neus gebeurt, dan zwijgen we heel vaak, bang voor de gevolgen, en die angst is zeker deels terecht, gezien de negatieve voorbeelden die er genoeg zijn.
    Als eenling kun je inderdaad weinig of niets, maar als we met zijn allen onze opdracht om zorg te dragen voor een goede en gezonde samenleving serieus zouden nemen, dan zouden we samen wellicht veel meer kunnen bereiken.
    Nog een ding. Jona bleek de zondebok te zijn toen het schip in de storm dreigde te vergaan. Niemand van ons zal de actie van de bemanning om hem maar overboord te gooien, goedkeuren. Dat vinden we primitief en onverantwoord.
    Laten we ook in onze tijd voorzichtig zijn met het aanwijzen van zondebokken, om bij problemen in de samenleving bepaalde groepen of minderheden de schuld te geven en te zeggen: ze moeten weg uit onze gemeenschap. Als we zwijgen en de andere kant opkijken, als we geen positieve bijdrage leveren aan een gezonde samenleving, zouden we zelf nog wel eens de zondebok kunnen zijn.

Zang: GOD LAAT ONS NIET STAAN.
    Horen door alle woorden heen,
    wensen van mensen; en wie heeft er geen?
    Vrijheid en blijheid, wij kiezen ervoor.
    Door alle lijden ging Hij ons voor!
    Wie wil dat verstaan?

    Spreken door alle zwijgen heen
    lijdenden strijden niet langer alleen;
    machten en krachten, zij winnen het niet,
    omdat God in het verborgene ziet.
    Wie kijkt mensen aan?

    Kijken om de horizon heen,
    dromenden komen in het land van geen
    oorlog maar vrede, een pracht visioen,
    zichtbaar: onzichtbaar als wij niets doen!
    Wie durft op te staan?

    Leven over het leven heen
    stervenden erven de hemel alleen.
    Maar wie de grens van de dood over gaat,
    weet dat de deur altijd open staat.
    God laat ons niet alleen.
Geloofsbelijdenis

    Vg. Ik zal niet geloven in het recht van de sterkste, in de taal der wapens, in de willekeur der machtigen.
    Maar ik wil geloven in de eerbiediging van de fundamentele rechten van elke mens, in geweldloosheid en saamhorigheid.

    Al. Ik zal niet geloven in privileges van de gevestigde orde. in voorrechten op grond van ras, aanzien of rijkdom.
    Maar ik wil geloven dat alle mensen gelijk zijn, dat de orde van overmacht in feite wanorde is.

    Vg. Ik zal niet geloven dat oorlog onvermijdelijk is en duurzame vrede een onbereikbaar ideaal.
    Maar ik wil geloven in de macht van de goedheid, in de kleine weg die toch vrede kan brengen.

    Al. Ik zal niet geloven dat ik onrecht ver weg kan bestrijden als ik onrechtvaardigheid dichtbij laat bestaan.
    Maar ik wil geloven dat recht één is, hier en daar, dat ik zelf niet echt vrij ben zolang nog één mens slaaf is.

    Vg. Ik zal niet geloven dat liefde een begoocheling is, dat haat en nijd niet te voorkomen zijn.
    Maar ik wil geloven in de kracht van waarachtige liefde die een mens wonderbare dingen laat doen.

    Al. Ik zal niet geloven dat alle moeite tevergeefs is, dat dood en ondergang onvermijdelijk zijn.
    Maar ik durf te geloven in Gods eigen droom, in een nieuwe hemel en een nieuwe aarde, in een nieuwe mens in wie gerechtigheid woont. Amen

Voorbede

    Wij gedenken allen die het leven verloren in de Tweede Wereld-oorlog, militairen en burgers, verzetsstrijders en alle slachtoffers van de holocaust.
    Moge hun bloed tot ons blijven roepen om onze vrijheid toch goed te gebruiken, in dienst van saamhorigheid en vrede in onze gemeenschappen.

    Wij gedenken allen die in en rond Overloon de dood vonden in het najaar van 1944, geallieerden, Duitsers en de veertig mensen uit Overloon zelf die toen en in de tijd erna het leven lieten.
    Moge de herinnering aan die bange dagen ons oproepen om mee te leven met hen die nu in deze tijd dezelfde ellende moeten meemaken.

    Wij gedenken de talloze burgers en militairen die van het leven beroofd zijn door machthebbers die alleen eigen grootheid en ei-gen belangen nastreefden. We denken aan de vele slachtoffers van oorlogen in Vietnam, Mozambique, Congo, Ethiopië, Nigeria , Bosnië, Kosovo.
    Mogen de overlevenden kunnen bouwen aan een goede toekomst.

    Wij gedenken de vele doden die in Israël te betreuren zijn door joden en Palestijnen, en allen die sneuvelden in de laatste oorlog in Irak.
    Moge het besef groeien dat de macht van de wapens geen recht geeft om volken en mensen monddood te maken en om levens van medemensen in gevaar te brengen.

    Wij bidden om vrede en vrijheid voor alle volkeren in de wereld; om vrede die meer is dan afwezigheid van oorlog, om vrijheid die meer is dan kunnen doen en laten wat men wil om welvaart die meer is dan een overvloed aan materiële goederen.
    Wij bidden om hoop die verder reikt dan de dag van morgen, hoop die we delen met elkaar. Amen

Zang: WAAR IS HET GEVOEL?
    Als ik naar de wereld kijk, dan krijg ik het benauwd.
    't Is alsof geen sterveling nog van een ander houdt.
    Of geen mens kijkt als een ander lijdt,
    Niemand heeft nog tijd, onverschilligheid.

    Refrein:
      Waar is het gevoel? De wereld is koel.
      Iedere dag sterft weer een kind en iedereen is blind.
      Waar is het gevoel? Een wereld zo koel.
      Als je niet van een ander houdt,
      dan sta je kil en koud in het leven.


    Mensen sterven overal aan honger en geweld.
    Het gaat altijd om de macht of om het grote geld.
    En geen mens voelt hoe een ander lijdt.
    Niemand heeft nog tijd, onbewogenheid.
Slottekst: MAAK VAN MIJ EEN REGENBOOG (van Helder Camara)

    Maak van mij een regenboog,
    met al die mooie kleuren
    waarin u, God, voor iedereen,
    uw licht breekt na de regen.
    Maak van mij een regenboog,
    symbool van betere tijden,
    die na iedere storm op zee
    uw licht mag laten schijnen.

    Is het waar, Heer, dat u ook vandaag de dag
    nog graag naar de wateren kijkt,
    naar de wind en naar het licht?
    Is het toeval dat het vogels zijn,
    bloemen en ook kinderen
    waarvoor u speciale aandacht hebt?
    Maar zeker weet ik ook
    dat u niet minder oog hebt
    voor wat mensen onophoudelijk doen,
    die delen in uw schepping.
    Als ik kon zou ik ieder kind
    een globe geven of een wereldkaart,
    om hun een wijde blik te geven
    en hart voor ieder volk en ras.

    Is het waar dat u de regenboog
    als teken van vrede aan de hemel plaatst,
    als teken van verzoening met alle mensen?
    Geef ons opnieuw zo'n duidelijk teken,
    dat de wereldbevolking wakker schudt.
    Maak dat de rijken van deze aarde
    de waanzin van de oorlog zien
    en de armoede van zo velen
    als schande voor hun kinderen.

Afsluiting

Slotlied: ALLE MENSEN WORDEN BROEDERS
    Alle mensen worden broeders
    als zij naast elkaar gaan staan,
    broeders, zusters, mensenhoeders,
    vrij van elke eigenwaan,
    samen met elkaar verbonden,
    één van hart en één van geest,
    helend naar elkaar gezonden,
    naar de zwakken wel het meest.

    Samen leven, samen werken,
    samen bouwen, dag en nacht,
    met de zwakken, met de sterken,
    in de eenheid zit de kracht.
    Allen zoekend naar de wegen
    die zij samen kunnen gaan,
    om de wereld hoop te geven,
    op een goed en warm bestaan.

    Alle mensen worden broeders,
    als zij trouw zijn aan elkaar,
    broeders, zusters, mensenhoeders,
    samen maken zij het waar.
    Hiervan blijven allen dromen,
    't is de wens van alleman,
    zal het daar wel ooit van komen,
    blijf geloven dat het kan.