Paaswake 2009

Inleiding
    De antifoon:
      Als alles duister is, ontsteek dan een lichtend vuur
      dat nooit meer dooft, vuur dat nooit meer dooft (2x)

    Lector: Ik droom van een wereld
    waar iedereen vrij is om ten volle mens te zijn,
    maar ik vergeet wel eens
    dat we elkaar daarvoor nodig hebben.

    Ik droom van een wereld
    waar mensen warmte en geborgenheid vinden bij elkaar,
    maar ik vergeet wel eens voor anderen een vuur te zijn
    vuur dat niet verbrandt maar verwarmt, en verkwikt.

    Ik droom van een wereld
    waar volop licht is omdat alle mensen als beeld van God,
    daadwerkelijk voor elkaar als broers en zussen zijn,
    maar ik vergeet wel eens dat dit licht in mij moet beginnen.

    Antifoon

    We gaan vanavond Pasen vieren, het feest van Jezus de levende.
    Het kruis van Goede Vrijdag, dat teken van dood,
    was toch een nieuw begin.
    Hij is een vuur dat mensen de weg wijst op hun tocht door het leven,
    Hij is een bron van warmte en leven.

    De vuurzuil wordt aangestoken + Antifoon

    De duisternis van Goede Vrijdag wordt verdreven door het licht
    dat in en door Jezus blijft schijnen, alle tijden door.
    Vandaag zal het ook in ons midden schijnen,
    het wil ook in en door ieder van ons schijnen.
    Wij geloven dat door Jezus de levende onze dromen
    werkelijkheid kunnen worden.

    De twee paaskaarsen worden aangestoken + antifoon
    Daarna worden de paaskaarsen gezegend:

    God, schepper en Vader van alle leven,
    zegen deze paaskaarsen, deze tekenen van ons geloof in Jezus de Levende.
    Mogen ze voor ons een bron van licht
    zo dadelijk letterlijk als hier in de kerk onze kaarsjes
    het licht van deze kaars ontvangen,
    maar ook gedurende het komende jaar,
    als we hier of in de kapel van Huize LoŰn
    onze verbondenheid met Jezus de levende vieren.
    Heer, leg uw zegen op deze kaarsen,
    in de naam van de Vader en de zoon en de heilige Geest. Amen

    De kaars van Huize LoŰn wordt nu naar de kapel daar gebracht.
    In de kerk worden de kaarsjes van de aanwezigen aangestoken door de misdienaars
    Tijdens het aansteken van de kaarsen in de kerk wordt de volgende tekst uitgesproken:

    Ik droom dat er in Jezus licht zal zijn dat straalt uit onze ogen zo dat wij elkaar kunnen zien zoals wij zijn geschapen: oprecht en onbedorven.
    Ik droom dat er in Jezus licht zal zijn dat straalt uit onze harten en waar dan plaats zal zijn voor velen die nu nog geen plaats hebben in onze wereld.
    Ik droom dat er in Jezus een licht zal stralen over onze gedachten die ons tot nadenken zal aanzetten waardoor de besluiten weer rechtvaardig zullen zijn.
    Ik droom dat er in Jezus licht zal zijn die door onze huizen zal schijnen waardoor er weer vriendschap en gastvrijheid een vanzelfsprekendheid zal worden.
    Ik droom dat het licht in Jezus op onze weg zal schijnen zodat wij weer te zien zijn voor wie wij altijd verborgen zijn geweest.
    Ik droom dat het licht onze paden zal blijven verlichten zodat wij van ons leven geen doolhof blijven maken.
    Ik droom dat het licht dat met Pasen schijnt ons de weg blijft wijzen tot in de verste uithoek toe.
Paasevangelie: Lezing uit het evangelie volgens Lucas (24,1-12)
    Op de eerste dag van de week gingen de vrouwen zeer vroeg in de morgen naar het graf, met de welriekende kruiden die zij klaargemaakt hadden. Zij vonden de steen weggerold van het graf, gingen er binnen maar vonden er het lichaam van de Heer Jezus niet. Terwijl ze niet wisten wat daarvan te denken, stonden er plotseling twee mannen voor hen in een stralend wit kleed. Toen ze van schrik bevangen het hoofd naar de grond bogen, vroegen de mannen haar: "Waarom zoekt ge de levende onder de doden? Hij is niet hier, Hij is verrezen. Herinnert u hoe Hij nog in Galilea tot u gezegd heeft: De Mensenzoon moet overgeleverd worden in zondige mensenhanden en Hij moet aan het kruis worden geslagen, maar op de derde dag zal Hij verrijzen." Zij herinnerden zich zijn woorden, ze keerden van het graf terug en brachten dit alles over aan de elf en aan al de anderen.
Zang: U ZIJ DE GLORIE
    U zij de glorie, opgestane Heer,
    U zij de victorie, u zij alle eer.
    Alle mens'lijk lijden hebt gij ondergaan
    om ons te bevrijden tot een nieuw bestaan.
    U zij de glorie, opgestane Heer,
    U zij de victorie, u zij alle eer.

    Licht moge stralen in de duisternis,
    nieuwe vrede dalen waar geen hoop meer is.
    Geef ons dan te leven in uw warme licht,
    wil uw woord ons geven dat hier vrede sticht.
    U zij de glorie opgestane Heer,
    U zij de victorie, u zij alle eer.
Het begin van alle leven (het Scheppingsverhaal)
    In het begin schiep God de hemel en de aarde. De aarde was toen een woestenij, eenzaam en verlaten. Water bedekte de aarde en het was overal donker. Een stormwind joeg over de watervlakte.
    Toen zei God: 'Er moet licht komen!' En er kwam licht. God bekeek het licht. Het was goed. Toen scheidde God het licht van het donker. God noemde het licht 'dag' en het donker noemde Hij 'nacht'. Het werd avond en het werd morgen: een eerste dag.

      Ik steek dit licht aan als teken van onze verwondering
      dat elke dag ons nieuwe kansen biedt.

      Zang:
        Koor En God zag dat het goed was.
        Allen En God zag dat het goed was,
        Koor het werd avond en het werd morgen, dat was de eerste dag.

    Toen zei God: 'Er moet een koepel zijn die het water in tweeŽn splitst.' En zo gebeurde het. God maakte de koepel en splitste het water in tweeŽn: water onder de koepel en water er boven. God noemde de koepel 'hemel'. Het werd avond en het werd morgen: een tweede dag.

      Ik steek dit licht aan als teken van onze dankbaarheid
      dat er voor al wat leeft een plekje onder de hemel is.

      Zang:
        Koor En God zag dat het goed was.
        Allen En God zag dat het goed was,
        Koor het werd avond en het werd morgen, dat was de tweede dag.

    Toen zei God: 'Het water dat onder de hemel is moet naar ťťn plaats stromen. Dan kan het droge te voorschijn komen. En zo gebeurde het. God noemde het droge 'land' en het water noemde Hij 'zee'. God bekeek wat Hij gemaakt had. Het was goed.
    Toen zei God: 'Er moet van alles groeien op het land: planten die zaad vormen en bomen met vruchten.' En zo gebeurde het. Op het land kwamen verschillende soorten planten en vruchtbomen. God bekeek wat Hij gemaakt had. Het was goed. Het werd avond en het werd morgen: een derde dag.

      Ik steek dit licht aan als teken van onze vreugde
      dat we elke dag weer mogen genieten van alles wat de natuur ons te bieden heeft.

      Zang:
        Koor En God zag dat het goed was.
        Allen En God zag dat het goed was,
        Koor het werd avond en het werd morgen, dat was de derde dag.

    Toen zei God: 'Er moeten lichten komen aan de hemel om verschil te maken tussen dag en nacht. Zij moeten laten zien welke dag en welk jaar het is. Zij moeten aan de hemel staan om licht te geven op de aarde.' En zo gebeurde het. God maakte de twee grote lichten: de zon voor de dag en de maan voor de nacht. Ook maakte Hij de sterren. God plaatste ze aan de hemel om licht te geven op de aarde, overdag en 's nachts. God bekeek wat Hij gemaakt had. Het was goed. Het werd avond en het werd morgen: een vierde dag.

      Ik steek dit licht aan als teken van onze hoop
      dat de zon iedere dag weer op gaat in ons leven.

      Zang:
        Koor En God zag dat het goed was.
        Allen En God zag dat het goed was,
        Koor het werd avond en het werd morgen, dat was de vierde dag.

    Toen zei God: 'Het water moet vol vissen en andere dieren zijn en in de lucht moeten vogels vliegen.' En zo gebeurde het. God schiep de grote zeevissen en alle andere dieren waar het water vol van is. Ook schiep Hij de vogels. God bekeek wat Hij gemaakt had. Het was goed. God zegende ze en zei: 'Jullie moeten jongen krijgen. Zorg ervoor dat de zee vol dieren komt en dat er op aarde veel vogels zijn.' Het werd avond en het werd morgen: een vijfde dag.

      Ik steek dit licht aan als teken van onze bewondering
      voor de veelkleurige rijkdom van alle vissen en vogels.

      Zang:
        Koor En God zag dat het goed was.
        Allen En God zag dat het goed was,
        Koor het werd avond en het werd morgen, dat was de vijfde dag.

    Toen zei God: 'Ook op het land moeten dieren komen: tamme en wilde, grote en kleine.' En zo gebeurde het. God maakte de wilde en de tamme, de grote en de kleine dieren. God bekeek wat Hij gemaakt had. Het was goed. Toen zei God: 'Nu wil Ik mensen maken, mensen die op Mij lijken. Zij zullen de baas zijn over de vissen in de zee, over de vogels in de lucht en over alle tamme en wilde, grote en kleine dieren op het land.' En God schiep mensen, mensen die op Hem leken. Hij schiep een man en een vrouw.
    God zegende hen en zei: 'jullie moeten kinderen krijgen. Zorg ervoor dat overal op aarde mensen zijn. Jullie zullen de aarde beheren, de vissen in de zee, de vogels in de lucht en alle dieren op het land.' Verder zei God: 'Ik geef jullie alle planten en vruchtbomen op aarde: jullie mogen daarvan eten. Maar aan de vogels en de dieren op het land geef Ik het gras en de bladeren: zij mogen daarvan eten.' En zo gebeurde het. God bekeek alles wat Hij gemaakt had. Het was heel goed. Het werd avond en het werd morgen: een zesde dag.

      Ik steek dit licht aan als teken van ons verlangen
      dat alle mensen deze aarde goed en verstandig beheren.

      Zang:
        Koor En God zag dat het goed was.
        Allen En God zag dat het goed was,
        Koor het werd avond en het werd morgen, dat was de zesde dag.

    Zo werden de hemel en de aarde en alles wat daarbij hoort, gemaakt. Op de zevende dag was God klaar met al zijn werk en kon Hij ophouden. God zegende de zevende dag. Hij maakte van die dag een bijzondere dag. Want op die dag was God klaar met zijn schepping en rustte Hij uit van zijn werk. Dit was het verhaal van de schepping van de hemel en de aarde.

      Ik steek dit licht aan als een teken van bezinning,
      om even rust in acht te nemen en stil te staan bij het wonder van de schepping.

      Moment van stilte.

      Zang:
        Koor En God zag dat het goed was.
        Allen En God zag dat het goed was,
        Koor het werd avond en het werd morgen, dat was de zevende dag.

    Dit is het oude verhaal over het begin van alle leven. Het vertelt ons dat alle begin bij God ligt en dat het goed was. Toch was het nog lang niet goed genoeg, het werk was niet af. Telkens weer moeten we een nieuw begin maken: orde brengen in de chaos, leven in de dood. Ook God begint telkens weer in en door mensen. Dat wordt verteld in het verhaal van de Uittocht.
Een nieuw begin (het verhaal van de doortocht)
    L1 Eindelijk mochten de IsraŽlieten uit Egypte vertrekken. De Heer ging voor hen uit: overdag in een wolkkolom, 's nachts in een vuurzuil om hun licht te zijn. Zo konden zij dag en nacht doortrekken.
    Toen aan de koning van Egypte gemeld werd dat het volk gevlucht was, veranderden Farao en zijn hovelingen van gedachten en ze riepen uit:

    L2 "Hoe konden we de IsraŽlieten toch uit onze dienst laten vertrekken? We kunnen onze slaven toch helemaal niet missen. Laten we hen maar gauw gaan terughalen, voor ze te ver weg zijn."

    L1 De Farao liet dus zijn strijdwagen aanspannen en nam zijn manschappen met zich mee. Zij haalden de IsraŽlieten in terwijl zij gelegerd waren aan zee, bij Pi-Hachirot.
    Toen Farao naderde, zagen de IsraŽlieten ineens dat de Egyptenaren hen achterna gekomen waren. Hevige angst maakte zich van hen meester en zij riepen luid tot de Heer. Maar tegen Mozes zeiden ze:

    L2. "Waren er in Egypte geen graven dat je ons naar de woestijn gebracht hebt om te sterven? Hoe heb je het toch in je hoofd gehaald om ons weg te voeren uit Egypte? Hebben wij je in Egypte al niet gewaarschuwd; bemoei je niet met ons, laat ons maar in dienst blijven van de Egyptenaren. Het is beter hen te dienen dan te sterven in de woestijn."

    L1 Mozes probeerde het volk moed in te spreken. Hij riep hen op te vertrouwen op God. Hij zei:
    L2 "Wees niet bang en blijf volhouden, dan zult u zien hoe de Heer u vandaag nog zal redden. Want vandaag ziet u de Egyptenaren nog; daarna zult u ze niet meer zien, nooit meer! De Heer zal voor u strijden; zelf hoeft u geen vinger uit te steken."

    L1 Toen strekte Mozes zijn hand uit over de zee en de Heer deed die hele nacht door een sterke oostenwind de zee terugwijken, Hij maakte van de zee droog land en de wateren spleten vaneen. Zo trokken de IsraŽlieten over de droge bodem de zee door, terwijl de wateren links en rechts een wand vormden.
    De Egyptenaren zetten de achtervolging in; alle paarden van Farao, zijn wagens en zijn wagenmenners gingen achter de IsraŽlieten aan de zee in. Toen sprak de Heer tot Mozes:

    L2 "Strek uw hand uit over de zee, dan zal het water terugstromen over de Egyptenaren, hun wagens en hun wagenmenners."

    L1 Mozes strekte zijn hand uit over de zee, en toen het licht begon te worden vloeide de zee naar haar gewone plaats terug. Daar de Egyptenaren er tegenin vluchtten, dreef de Heer hen midden in de zee. Het water vloeide terug en overspoelde wagens en wagenmenners, heel de strijdmacht van Farao, die de IsraŽlieten op de bodem van de zee achterna was gegaan. Niet ťťn bleef gespaard. Heel het volk stond te juichen van vreugde, maar Mozes vermaande hen en zei:

    L2 Kom mee, dit is geen plaats om lang te blijven staan. Laten we verder trekken, vol vreugde om onze vrijheid. Hier waar zovelen omkwamen, ook al waren het je vijanden, is geen goede plek om feest te vieren.
Samenzang: De Heer is waarlijk opgestaan.
    De Heer is waarlijk opgestaan, alleluja.
    Nu breekt de nieuwe lente aan, alleluja.
    Want Jezus onze koning groot, alleluja,
    verrees in glorie van de dood, alleluja,
    alleluja, alleluja, alleluja.

    Gij die de Vorst van vrede zijt, alleluja,
    de schepping is om U verblijd, alleluja.
    De morgen van de eerste dag, alleluja,
    zijt Gij verrezen uit uw graf, alleluja,
    alleluja, alleluja, alleluja.

    De Heer herwon zijn heerschappij, alleluja,
    Hij maakt' ons in zijn liefde vrij, alleluja.
    Hij roept ons naar zijn paradijs, alleluja,
    zijn Woord en Brood zijn onze spijs, alleluja,
    alleluja, alleluja, alleluja
Waterwijding
    Schepper God, wij danken U voor uw schepsel water.
    Het geeft groeikracht aan de natuur,
    aan alle gewassen, struiken en bomen,
    het lest de dorst van alle dieren en van alle mensen,
    en zo geeft het leven en kracht om te werken.
    Door het water van de Rode Zee heen kwam uw volk tot nieuw leven.
    Laat uw Geest, de adem van uw liefde, neerdalen over dit water.
    Moge het leven schenken aan allen die hierin gedoopt worden
    of zich ermee zegenen.
    Laat aan hen de belofte van Jezus in vervulling gaan, die gezegd heeft:
    "Wie van het water drinkt, dat Ik hem geven zal,
    krijgt in eeuwigheid geen dorst meer.
    Integendeel. Het water, dat Ik hem zal geven,
    zal in hem een bron worden, opborrelend tot eeuwig leven."
    Ik teken jou, water, met het kruis en ik bid:
    God, zegen dit water met de kracht van uw Geest,
    dat het levend water wordt,
    een bron van fris en sprankelend leven.
    Kracht van levend water, stroom als een positieve geest
    door ons heen naar alle windstreken,
    naar het noorden, naar het zuiden, naar het oosten,
    naar het westen, opdat het leven op aarde steeds wordt vernieuwd
    door Jezus Christus, onze verrezen Heer. Amen
Hernieuwing van de doopbeloften
    Ik geloof in God, die ons het licht geeft
    om elkaar te verlichten.
    Ik geloof in zijn vuur om medemensen te verwarmen.
    Ik geloof in het gewijde water
    dat ons weer een frisse kijk kan geven
    op alle leven op aarde.
    Ik geloof in die mens Jezus van Nazaret,
    die in opstand is gekomen tegen onrecht en verdrukking,
    tegen macht die mensen klein houdt en hun het licht ontneemt.
    Ik geloof in zijn opstand tegen de dood,
    die Hem in leven houdt tot vandaag.
    Daarom wil ik geloven in de beweging van Jezus,
    wil ik Hem volgen in het zoeken naar licht,
    in het dienen van mensen,
    tot alles is voltooid en wij leven in vrede.

(Iedereen komt naar voren om een kruisteken te maken met het pas gewijde water. Intussen zingt het koor.)

Overweging
    Pasen is een lentefeest, we zien hoe in de natuur alles weer tot leven komt, we kijken naar de bloesem, naar de bloemen die overal verschijnen. Maar eigenlijk daagt Pasen ons uit om naar de wortels te kijken, je ziet ze niet maar ze zijn wel de bron van het leven. Die wortels zorgen ervoor dat er elk voorjaar nieuw leven komt.
    In de Paaswake wordt meestal het scheppingsverhaal gelezen: een terug gaan naar het begin van alle leven en het vertelt dat alle leven zijn wortels heeft in God. Vanuit die wortels groeit en bloeit het leven van zaadje tot boom of struik, van knop tot bloem, van lammetje tot schaap, van rups tot vlinder, van baby tot volwassen mens.
    En in het geheel van de mensengeschiedenis is het een eeuwenlang groeiproces van primitieve en onwetende wezens tot mensen die vruchten dragen van menselijkheid en medemenselijkheid, mensen die hun verstand en vrije wil leren gebruiken tot welzijn van al het bestaande en tot welzijn van de mensheid.
    In feite is dat een proces van vallen en opstaan. Er zijn talloze Bijbelverhalen die vertellen over dat proces van ondergang en weer tot leven komen, van schijnbaar hopeloze situaties en toch weer toekomst, want wat zijn wortels heeft in God groeit toch door ook al komt het door menselijke zwakheid in verdrukking.
    Met vallen en opstaan, met heel veel vallen maar telkens weer opstaan telkens weer verder gaan, zo gaat de mens zijn weg door de geschiedenis. En telkens als er uitzichtloze situaties zijn worden we uitgedaagd om te kijken naar onze wortels, om te geloven in Gods groeikracht, om samen te werken aan een goede toekomst.
    Met vallen en opstaan, dat geldt ook voor Jezus. Hij deed alles om een goede toekomst te scheppen, maar kwade machten, menselijke zwakheid, lieten hem struikelen. Hij viel tot in de dood, maar hij stond weer op, wat Hij begonnen was ging verder, want wat in God geworteld is, groeit verder ook als het in de verdrukking komt, ook als het schijnbaar dood gaat.
    Met vallen en opstaan blijven groeien, dat geldt ook voor ieder van ons. Er gaat zoveel mis in onze mensenwereld. Vaak ervaren we het leven als een doodse winter, en gaan we twijfelen aan de toekomst Maar Pasen daagt ons uit te blijven geloven dat leven sterker is dan de dood, dat wij mensen kunnen blijven groeien en blijven bloeien omdat wij allemaal geworteld zijn in God, ook al gaat dat steeds weer gepaard met vallen en opstaan. Ik wens u allen een zalig en levengevend Paasfeest toe.

Collecte en altaar klaarmaken

Samenzang: HET LICHT VERDRIJFT DE DUISTERNIS
    Het licht verdrijft de duisternis, alleluja,
    omdat de Heer verrezen is, alleluja,
    Hij is het eeuwig levend woord, alleluja,
    en Hij verlicht alwie Hem hoort, alleluja,
    alleluja (3x)

    De waarheid leeft en sterft niet meer, alleluja,
    voorgoed verrezen is de Heer, alleluja,
    Wie zich aan Hem heeft toegewijd, alleluja,
    Hij leeft door Hem in eeuwigheid, alleluja,
    alleluja (3x)

    O Heer, met Pasen opgestaan, alleluja,
    leer ons de weg, door U gegaan, alleluja
    en toon ons in het eeuwig licht, alleluja,
    de luister van uw aangezicht, alleluja,
    alleluja (3x)
Tafelgebed:
    Pr. De Heer zal bij u zijn.
    Al. De Heer zal u bewaren.
    Pr. Verheft uw hart.
    Al. Wij zijn met ons hart bij de Heer.
    Pr. Brengen we dank aan de Heer onze God.
    Al. Hij is onze dankbaarheid waardig.
    Pr. U bent in onze tijd verschenen in de mens der mensen:
    Jezus Christus, uw licht voor de wereld,
    uw weg door de tijden, uw belofte voor de toekomst.
    Als een van ons, van uw geest vervuld,
    is Hij gegaan tot de minsten onder de mensen,
    die kwetsbaar zijn en uitgestoten, verlamd, blind,
    verstomd en overschreeuwd.
    Wij danken U voor deze mens, licht van uw licht,
    leven van uw leven, licht en leven voor ons.
    Wij loven uw naam met de mensen van alle tijden.

    Sanctus

    Pr. Wij gedenken Jezus, die mens naar uw hart,
    Toen de wereld Hem niet meer verdroeg,
    toen zijn stem moest verstommen, zijn leven vergeten,
    heeft Hij ten afscheid brood genomen,
    het gebroken en gezegd:
    Neem en eet hiervan, jullie allemaal: Dit ben Ik;
    dit is mijn Lichaam, mijn leven dat Ik voor jullie zal geven.
    Hij heeft de beker met wijn genomen, die rondgegeven met de woorden:
    Drink hier allemaal van. Dit ben Ik. Dit is mijn bloed
    dat Ik voor jullie zal vergieten
    als teken van een nieuw en altijddurend verbond,
    een nieuw begin, een nieuwe toekomst.
    Blijf dit doen om Mij nooit te vergeten.

    Verkondigen wij het mysterie van het geloof.

    Al: Als wij dan eten van dit brood en drinken uit deze beker,
    verkondigen wij de dood des Heren totdat Hij komt.

    Pr. Wij vieren Hem die uit de dood tot leven is gekomen.
    God, op wie wij hopen, in Hem leeft U onder ons.
    U hebt de steen weggerold en de dood teniet gedaan.
    Laat ons leven zoals Hij.
    U, die liefde bent, diep als de zee,
    flitsend als weerlicht, sterker dan de dood,
    laat toch geen mensenkind verloren gaan.
    U die geen naam vergeet, geen mens veracht,
    laat ons leven in uw naam.

    Al. Verhaast de dag van uw gerechtigheid.
    Zie het niet langer aan dat her en der in onze wereld
    mensen gemarteld worden, kinderen gedood,
    de aarde wordt geschonden en het licht verduisterd.

    Pr. Dan wordt uw rijk op aarde werkelijkheid,
    het rijk waarin wij elkaar verlichten en verwarmen,
    waarin we breken en delen in zijn naam, in zijn Geest.
    Dan zijn wij waarlijk kinderen van het licht,
    dan kunnen we terecht bidden met de woorden
    die Jezus ons gegeven heeft.

    Al. Onze Vader . . .

    Pr. Verlos ons, Heer, van alle kwaad, van alle duisternis,
    in onszelf, in onze gemeenschap, in de wereld in het groot.
    Schenk ons uw licht, uw leven, omwille van Jezus, de verrezen Heer.

    Al. Want van U is het koninkrijk en de kracht
    en de heerlijkheid in eeuwigheid. Amen
Slottekst: Pasen - nieuw leven
    Wanneer de natuur ontwaakt uit haar winterslaap,
    als de kale takken weer groen worden,
    wanneer de dagen lichter worden
    en de lucht vol is van vogels,
    dan is het tijd om Pasen te vieren.
    Schijnbaar was alles dood.
    Maar diep onder de grond
    en in het verborgene bloeit nieuw leven op:
    overwinning op de dood, nieuwe schepping.

    Zo was het ook met Jezus van Nazareth:
    schijnbaar was het met Hem afgelopen
    en was alles grondig mislukt;
    maar toch: tot op vandaag leeft Hij opnieuw
    bij God en temidden van ons,
    en Hij leidt alles naar zijn vervulling.

    En zo is het uiteindelijk met alles en allen:
    wat echt is en goed, overleeft,
    ondanks de schijn van het tegendeel.
    Pasen: feest van het nieuwe leven.

Afsluiting en zegen

Slotlied: Glorie, glorie Halleluja