Paaswake 2005

    Antifoon:
      Als alles duister is , ontsteek dan een lichtend vuur,
      dat nooit meer dooft, vuur dat nooit meer dooft. (2x)
Inleiding
    Na Goede Vrijdag zaten Jezus' vrienden bijeen,
    verbijsterd om alles wat er in die dagen gebeurd was.
    Het vuur was gedoofd. Hun Jezus was dood.
    Ze hadden zoveel van hem verwacht,
    maar alles was voorbij, voorgoed zo leek het.
    Het vuur was gedoofd, toch was het niet helemaal uit,
    van binnen smeulde het nog na.
    Iemand is toch pas echt dood als hij vergeten wordt.
    Maar Jezus vergeten, dat konden ze nooit.
    Elk moment dachten ze terug aan wat hij gedaan had,
    aan wat hij gezegd had. Ze zagen hem nog voor zich.
    En de gedachte kwam naar boven: moeten wij niet . . .
    moeten wij zijn boodschap niet verder uitdragen?
    Wat hij begonnen was, moet toch doorgaan.
    Het vuur was gedoofd, maar het smeulde nog na.
    Ten toen zij gingen beseffen dat het allemaal niet voorbij was,
    ging ook in hen het vuur weer branden.
    Antifoon:
      Als alles duister is , ontsteek dan een lichtend vuur,
      dat nooit meer dooft, vuur dat nooit meer dooft. (2x)
      (De misdienaar komen met brandende kaarsjes naar voren om daarmee de vuurzuil aan te steken.)
    Heel aarzelend waren zij wat kleine vuurtjes,
    maar samen met elkaar staken zij een groot vuur aan,
    een vuur dat steeds meer mensen in beweging bracht,
    over heel het land, over heel de wereld.
    In plaats van het verdrietige bericht dat Jezus dood was,
    klonk nu een nieuwe kreet: Jezus leeft, hij is niet dood.
    Hij leeft verder in al die mensen die in hem geloven.
    Jezus leeft, daarom wordt nu de paaskaars aangestoken.
    Antifoon:
      Jezus, U bent het licht in ons leven;
      laat nimmer toe dat het duister tot mij spreekt,
      Jezus, U bent het licht in ons leven,
      open mij voor uw liefde, o Heer.
    Jezus leeft, maar hij leeft alleen dan
    als hij tot leven komt in ieder van ons,
    als wij ook dragers zijn van zijn licht.
    Daarom worden nu alle kaarsjes in de kerk aangestoken.
    Antifoon:
      Jezus, U bent het licht in ons leven;
      laat nimmer toe dat het duister tot mij spreekt,
      Jezus, U bent het licht in ons leven,
      open mij voor uw liefde, o Heer.
    Dat er licht mag zijn. licht in onze ogen:
    dat we elkaar zullen zien zo goed als nieuw.
    Licht in onze harten:
    dat wij ruimte scheppen, plaats maken voor velen.

    Licht in onze gedachten:
    dat wij komen tot nadenken en eerlijk besluiten.
    Licht in onze huizen:
    dat er vriendschap en gastvrijheid zullen heersen.

    Licht in de omgang:
    dat we te zien zijn, niet verborgen voor elkaar:
    Licht op onze wegen:
    dat wij niet dwalen en elkaar tot doolhof zijn.

    Licht in alle uithoeken:
    dat we nergens het kleine vergeten, verdonkeremanen.
    Licht op deze plaats,
    om elkaar bij te lichten, elkaar toe te schijnen
    met geloof in Hem die eens geroepen heeft:
    'Ik ben het licht der wereld!'
    Antifoon:
      Jezus, U bent het licht in ons leven;
      laat nimmer toe dat het duister tot mij spreekt,
      Jezus, U bent het licht in ons leven,
      open mij voor uw liefde, o Heer.
Lezing uit het evangelie volgens MatteŁs (28,1-10)
    Na de sabbat bij het aanbreken van de eerste dag der week kwa-men Maria Magdalena en de andere Maria naar het graf kijken. Plotseling ontstond er een hevige aardbeving en een engel van de Heer daalde uit de hemel, kwam naderbij, rolde de steen weg en zette zich daarop neer. Hij straalde als een bliksemschicht en zijn kleed was wit als sneeuw. De bewakers begonnen van schrik voor hem te beven en het leven scheen uit hen geweken. De engel sprak de vrouwen aan en zei: "Gij behoeft niet bevreesd te zijn; Ik weet dat gij Jezus zoekt, de gekruisigde. Hij is niet hier, Hij is verrezen zoals Hij gezegd heeft; komt zien naar de plaats waar Hij gelegen heeft. Gaat nu terstond aan zijn leerlingen zeggen: Hij is verrezen van de doden, en nu gaat Hij u voor naar Galilea; daar zult gij Hem zien. Dat had ik u te zeggen." Terstond gingen zij weg van het graf, met vrees en grote vreugde, en zij haastten zich het nieuws aan zijn leerlingen over te brengen. en zie, Jezus kwam hen tegemoet en zei:"Weest gegroet." Zij traden op Hem toe, omklemden zijn voeten en aanbaden Hem. Toen sprak Jezus tot hen:"Weest niet bevreesd. Gaat aan mijn broeders de bood-schap brengen dat zij naar Galilea moeten gaan en daar zullen zij Mij zien."
Samenzang: HEEL DE AARDE JUBELT EN JUICHT
    Refrein:
      Heel de aarde jubelt en juicht voor de Heer, alleluja, alleluja

    Jubelt het uit: Christus is leven,
    stralend als vuur in de nacht
    heeft Hij vol macht het duister verdreven
    en ons verlossing en heil gebracht. Refrein

    Ja, zingt nu saam: Christus verrezen,
    Heer van het eeuwige licht,
    weg uit de dood, het leven genezen,
    teken van hoop voor ons opgericht. Refrein

    Ja, heel de aarde moet God wel prijzen,
    loven zijn machtig beleid,
    omdat Hij steeds op wond're wijze
    alles bestuurt in gerechtigheid. Refrein

        (De kaarsjes worden gedoofd)
Scheppingsverhaal
    In het begin schiep God de hemel en de aarde. De aarde was toen een woestenij, eenzaam en verlaten. Water bedekte de aarde en het was overal donker. Een stormwind joeg over de watervlakte. Toen zei God: 'Er moet licht komen!' En er kwam licht. God be-keek het licht. Het was goed. Toen scheidde God het licht van het donker. God noemde het licht 'dag' en het donker noemde Hij 'nacht'. Het werd avond en het werd morgen: een eerste dag.
    Zang:
      Koor: En God zag dat het goed was.
      Allen: En God zag dat het goed was,
      Koor: het werd avond en het werd morgen, dat was de eerste dag.
    Toen zei God: 'Er moet een koepel zijn die het water in tweeŽn splitst.' En zo gebeurde het. God maakte de koepel en splitste het water in tweeŽn: water onder de koepel en water er boven. God noemde de koepel 'hemel'. Het werd avond en het werd morgen: een tweede dag.
    Zang:
      Koor: En God zag dat het goed was.
      Allen: En God zag dat het goed was,
      Koor: het werd avond en het werd morgen, dat was de tweede dag.
    Toen zei God: 'Het water dat onder de hemel is moet naar ťťn plaats stromen. Dan kan het droge te voorschijn komen. En zo gebeurde het. God noemde het droge 'land' en het water noemde Hij 'zee'. God bekeek wat Hij gemaakt had. Het was goed. Toen zei God: 'Er moet van alles groeien op het land: planten die zaad vormen en bomen met vruchten.' En zo gebeurde het. Op het land kwamen verschillende soorten planten en vruchtbomen. God bekeek wat Hij gemaakt had. Het was goed. Het werd avond en het werd morgen: een derde dag.
    Zang:
      Koor: En God zag dat het goed was.
      Allen: En God zag dat het goed was,
      Koor: het werd avond en het werd morgen, dat was de derde dag.
    Toen zei God: 'Er moeten lichten komen aan de hemel om ver-schil te maken tussen dag en nacht. Zij moeten laten zien welke dag en welk jaar het is. Zij moeten aan de hemel staan om licht te geven op de aarde.' En zo gebeurde het. God maakte de twee grote lichten: de zon voor de dag en de maan voor de nacht. Ook maakte Hij de sterren. God plaatste ze aan de hemel om licht te geven op de aarde, overdag en 's nachts. God bekeek wat Hij gemaakt had. Het was goed. Het werd avond en het werd morgen: een vierde dag.
    Zang:
      Koor: En God zag dat het goed was.
      Allen: En God zag dat het goed was,
      Koor: het werd avond en het werd morgen, dat was de vierde dag.
    Toen zei God: 'Het water moet vol vissen en andere dieren zijn en in de lucht moeten vogels vliegen.' En zo gebeurde het. God schiep de grote zeevissen en alle andere dieren waar het water vol van is. Ook schiep Hij de vogels. God bekeek wat Hij gemaakt had. Het was goed. God zegende ze en zei: 'Jullie moeten jongen krijgen. Zorg ervoor dat de zee vol dieren komt en dat er op aarde veel vogels zijn.' Het werd avond en het werd morgen: een vijfde dag.
    Zang:
      Koor: En God zag dat het goed was.
      Allen: En God zag dat het goed was,
      Koor: het werd avond en het werd morgen, dat was de vijfde dag.
    Toen zei God: 'Ook op het land moeten dieren komen: tamme en wilde, grote en kleine.' En zo gebeurde het. God maakte de wilde en de tamme, de grote en de kleine dieren. God bekeek wat Hij gemaakt had. Het was goed. Toen zei God: 'Nu wil Ik mensen maken, mensen die op Mij lijken. Zij zullen de baas zijn over de vissen in de zee, over de vogels in de lucht en over alle tamme en wilde, grote en kleine dieren op het land.' En God schiep mensen, mensen die op Hem leken. Hij schiep een man en een vrouw.
    God zegende hen en zei: 'jullie moeten kinderen krijgen. Zorg ervoor dat overal op aarde mensen zijn. Jullie zullen de aarde beheren, de vissen in de zee, de vogels in de lucht en alle dieren op het land.'
    Verder zei God: 'Ik geef jullie alle planten en vruchtbomen op aarde: jullie mogen daarvan eten. Maar aan de vogels en de dieren op het land geef Ik het gras en de bladeren: zij mogen daarvan eten.' En zo gebeurde het. God bekeek alles wat Hij gemaakt had. Het was heel goed. Het werd avond en het werd morgen: een zesde dag.
    Zang:
      Koor: En God zag dat het goed was.
      Allen: En God zag dat het goed was,
      Koor: het werd avond en het werd morgen, dat was de zesde dag.
    Zo werden de hemel en de aarde en alles wat daarbij hoort, gemaakt. Op de zevende dag was God klaar met al zijn werk en kon Hij ophouden. God zegende de zevende dag.
    Hij maakte van die dag een bijzondere dag. Want op die dag was God klaar met zijn schepping en rustte Hij uit van zijn werk. Dit was het verhaal van de schepping van de hemel en de aarde.
    Zang:
      Koor: En God zag dat het goed was.
      Allen: En God zag dat het goed was,
      Koor: het werd avond en het werd morgen, dat was de zevende dag.
    Dit is het oude verhaal over het begin van alle leven.
    Maar wat een paradijs had moeten zijn
    werd voor velen een woestijn waarin men verdwaalde
    en smachtte naar water om de dorst te lessen,
    de dorst naar een goed en gelukkig leven.
    Maar weer was God een bron van levend water
    dat leven gaf aan dorstige mensen en onvruchtbaar land.
    Dat horen we zo in het verhaal van het water uit de rots.
Lezing uit het boek Numeri (20,2-11)
    Na hun bevrijding uit Egypte, trok het joodse volk door de woestijn een nieuwe toekomst tegemoet. Het was een moeilijke tocht. Eens was er geen water voor de gemeenschap. Het volk schoolde samen tegen Mozes en Ašron en begon Mozes verwijten te maken. Zij zeiden: "Waren wij maar door ingrijpen van de Heer gestorven zoals onze broeders! Hebt u de gemeente van de Heer naar deze woestijn geleid om er mens en dier de dood te laten vinden? Waarom hebt u ons uit Egypte geleid naar dit ellendig oord, waar geen koren is, geen vijg, geen wijnstok, geen granaatappel, en zelfs geen water?" Toen verwijderden Mozes en Ašron zich van de gemeente en gingen naar de ingang van de tent van samenkomst en wierpen zich ter aarde. De heerlijkheid van de Heer verscheen voor hen en de Heer sprak tot Mozes: "Neem de staf en roep met uw broer Ašron de gemeenschap bijeen. U moet in hun bijzijn de rots gebieden water te geven, dan zult u uit die rots water laten stromen en de gemeenschap en het vee laten drinken." Mozes nam de staf uit het heiligdom, zoals de Heer hem gezegd had. Toen riepen Mozes en Ašron de gemeente voor de rots bijeen. Mozes zei tegen hen: "Luister, opstandigen! Zullen wij voor mensen als jullie water uit deze rots laten stromen?" Mozes hief zijn hand op en sloeg met zijn staf op de rots, tweemaal: toen stroomde er volop water uit, zodat de gemeenschap en het vee konden drinken.
Zang: WATER IS EEN BRON VAN LEVEN
    Water is een bron van leven voor de mens die dorstig is.
    Water kan weer krachten geven aan wie zwak en weerloos is.

    Water is een bron van leven, wie gelooft in Jezus' woord,
    in zijn boodschap, toen geschreven, die zet nu zijn heilswerk voort.

    Water is een bron van leven, wie gedoopt is in zijn naam,
    wie zijn licht is doorgegeven, die kan hoopvol verder gaan.
ZEGEN OVER HET WATER
    Jezus Christus is het licht.
    Hij is ook het levende water
    voor ieder die in Hem geloven wil:
    water dat leven geeft en leven behoudt,
    water dat vruchtbaarheid en groeikracht schenkt,
    water dat reinigt, verkwikt en vernieuwt.

    Jezus Christus is het licht.
    Hij is ook het levende water.
    Hij vraagt ons dat we licht en levend water zijn
    voor ieder met wie wij ons dagelijks bestaan delen:
    water dat ons doet groeien in menslievendheid,
    water dat de dorst naar liefde en vriendschap lest,
    water dat vrede en vreugde brengt.

    Jezus Christus: licht en levend water:
    leg uw zegen op dit water opdat het voor ons
    een teken worde van uw heilzame kracht.
    Moge dit water ook ons tot zegen zijn,
    ons behoeden voor de duisternis
    en uw licht in ons helpen bewaren. Amen.
    (De kaarsjes worden weer aangestoken. Intussen zingt het koor.)
Geloofsbelijdenis
    Ik geloof in God, die ons het licht geeft
    om elkaar te verlichten.
    Ik geloof in zijn vuur om medemensen te verwarmen.
    Ik geloof in het gewijde water
    dat ons weer een frisse kijk kan geven
    op alle leven op aarde.
    Ik geloof in die mens Jezus van Nazaret,
    die in opstand is gekomen tegen onrecht en verdrukking,
    tegen macht die mensen klein houdt en hun het licht ontneemt.
    Ik geloof in zijn opstand tegen de dood,
    die Hem in leven houdt tot vandaag.
    Daarom wil ik geloven in de beweging van Jezus,
    wil ik Hem volgen in het zoeken naar licht,
    in het dienen van mensen,
    tot alles is voltooid en wij leven in vrede.
    (Iedereen komt nu naar voren om een kruisteken te maken met het water dat zojuist gezegend is . Intussen zingt het koor.)
Overweging
    "En God zag dat het goed was." dat hebben we vanavond uitgebreid gezegd en gezongen in het scheppingsverhaal. Maar was het wel zo goed? Als God werkelijk almachtig is, zo wordt er wel gezegd, had Hij toch ook wel een betere schepping kunnen maken: een aarde zonder natuurrampen, zonder zee- en aardbevingen, zonder ziektes die mensen het leven zuur maken, zonder die geneigdheid in mensen om toe te geven aan het kwaad. Nee, vinden sommigen, God heeft er maar een puinzooi van gemaakt.
    Dat is natuurlijk wat erg kort door de bocht, maar het is wel een feit dat niet alles goed is in Gods schepping. Dat wist de bijbelse verteller van het scheppingsverhaal ook heel goed, die wist ook van het kwaad in de natuur en in de mensen. En toch laat hij God zeggen dat het goed was, niet om het onvolmaakte te ontkennen, niet om het kwaad te bagatelliseren maar wel om te onderstrepen dat er ook veel goeds is in al het bestaande.
    Het werd avond en het werd morgen: en nieuwe dag, zo wordt telkens herhaald. En dat is denk ik wel het beste van heel de schepping: na elke nacht een nieuwe morgen, een nieuw begin, een nieuwe dag met nieuwe mogelijkheden iets goeds te doen.
    Vandaag kan een ellendige dag zijn, maar je mag hopen dat morgen de zon weer schijnt.
    Vandaag kun je in de knel zitten, zoals het joodse volk in de woestijn toen ze vergingen van de dorst, maar morgen is er water uit de rots, morgen krijg je nieuwe kansen om aan je toekomst te bouwen.
    Vandaag kan het dood zijn, uitzichtloosheid, Goede Vrijdag, maar morgen kan het Pasen zijn: nieuw leven, een nieuw begin.
    Dat is denk ik de grootste rijkdom die wij mensen in ons meedragen: de mogelijkheid om steeds weer een nieuw begin te maken, het geloof, de hoop dat God de Schepper ons de kracht geeft om telkens weer te verrijzen uit de dood van moedeloosheid, apathie.
    Zo is Jezus uit de dood verrezen en leeft hij voort. Zo zijn zijn leerlingen opgestaan uit hun dood van angst en verslagenheid en gaven ze Jezus de kans om in hen voort te leven, door over Hem te vertellen, door te doen wat Hij hun had voorgedaan.
    Zo kan hij ook in ieder van ons tot leven komen, als wij in zijn Geest steeds weer een nieuw begin kunnen maken. Dan kunnen we werkelijk Pasen vieren, dat wens ik u allen toe: een zalig Pasen.
Voorbede:
    Moge het licht van Pasen verdrijven
    de duisternis van de eenzaamheid,
    dat wij elke dag weer ons licht delen met elkaar.

    Moge het licht van Pasen verdrijven
    de duisternis van de ruzie en tweedracht,
    dat we elkaar het licht van de vrede schenken.

    Moge het licht van Pasen verdrijven
    de duisternis van de leegte en oppervlakkigheid,
    dat wij het licht van Jezus' idealen hoog houden.

    Moge het licht van Pasen verdrijven
    de duisternis van fraude en corruptie,
    dat het licht van onze waarachtigheid duidelijk schijnt.

    Moge het licht van Pasen verdrijven
    de duisternis van het individualisme en van de vervreemding,
    dat wij ons licht delen met iedereen.

    Moge het licht van Pasen verdrijven
    de duisternis van de jaloezie
    dat wij ieder licht en warmte gunnen.

    Moge het licht van Pasen verdrijven
    de duisternis van eenzijdig materialisme
    dat wij het geestelijke licht van Jezus laten schijnen.
    (Tafel klaarmaken - collecte
    Ondertussen zingt het koor.)
Tafelgebed
    Pr. De Heer zal bij u zijn.
    Al. De Heer zal u bewaren.
    Pr. Verheft uw hart.
    Al. Wij zijn met ons hart bij de Heer.
    Pr. Brengen we dank aan de Heer onze God.
    Al. Hij is onze dankbaarheid waardig.
    Pr. U bent in onze tijd verschenen in de mens der mensen:
    Jezus Christus, uw licht voor de wereld,
    uw weg door de tijden, uw belofte voor de toekomst.
    Als een van ons, van uw geest vervuld,
    is Hij gegaan tot de minsten onder de mensen,
    die kwetsbaar zijn en uitgestoten, verlamd, blind,
    verstomd en overschreeuwd.
    Wij danken U voor deze mens, licht van uw licht,
    leven van uw leven, licht en leven voor ons.
    Wij loven uw naam met de mensen van alle tijden.

    Sanctus

    Pr. Wij gedenken Jezus, die mens naar uw hart.
    Toen de wereld Hem niet meer verdroeg,
    toen zijn stem moest verstommen, zijn leven vergeten,
    heeft Hij ten afscheid brood genomen, het gebroken en gezegd:
    Neem en eet hiervan, jullie allemaal: Dit ben Ik;
    dit is mijn Lichaam, mijn leven dat Ik voor jullie zal geven.

    Hij heeft de beker met wijn genomen, die rondgegeven met de woorden:
    Drink hier allemaal van. Dit ben Ik.
    Dit is mijn bloed dat Ik voor jullie zal vergieten als teken van een nieuw en altijddurend verbond,
    een nieuw begin, een nieuwe toekomst.
    Blijf dit doen om Mij nooit te vergeten.

    Zo vieren wij het verbond van God met de mensen.

    Al: Als wij dan eten van dit brood en drinken uit deze beker,
    verkondigen wij de dood des Heren totdat Hij komt.
    Pr. Wij vieren Hem die uit de dood tot leven is gekomen.
    God, op wie wij hopen, in Hem leeft U onder ons.
    U hebt de steen weggerold en de dood teniet gedaan.
    Laat ons leven zoals Hij.
    U, die liefde bent, diep als de zee,
    flitsend als weerlicht, sterker dan de dood,
    laat toch geen mensenkind verloren gaan.
    U die geen naam vergeet, geen mens veracht,
    laat ons leven in uw naam.

    Al. Verhaast de dag van uw gerechtigheid.
    Zie het niet langer aan dat her en der in onze wereld
    mensen gemarteld worden, kinderen gedood,
    de aarde wordt geschonden en het licht verduisterd.

    Pr. Dan wordt uw rijk op aarde werkelijkheid,
    het rijk waarin wij elkaar verlichten en verwarmen,
    waarin we breken en delen in zijn naam, in zijn Geest.
    Dan zijn wij waarlijk kinderen van het licht,
    dan kunnen we terecht bidden met de woorden

    die Jezus ons gegeven heeft. Al. Onze Vader . . .

    Pr. Verlos ons, Heer, van alle kwaad, van alle duisternis,
    in onszelf, in onze gemeenschap, in de wereld in het groot.
    Schenk ons uw licht, uw leven,
    omwille van Jezus, de verrezen Heer.

    Al. Want van U is het koninkrijk en de kracht
    en de heerlijkheid in eeuwigheid. Amen
Vredewens

Agnus Dei

Communie

Slottekst
    Het kan donker zijn in ons en rondom ons
    als ons leven een dorre woestijn geworden is
    als we het niet meer zien zitten,
    als we ons onzeker voelen en aan alles twijfelen.

    Het kan donker zijn in ons en rondom ons
    als we ons leeg en uitgeknepen voelen,
    als we dorsten naar vriendschap en genegenheid,
    als we smachten naar een hartelijk woord.

    Vandaag klinkt de blijde boodschap van Pasen:
    Jezus Christus leeft, Hij is het licht van de wereld,
    Hij is de bron van levend water.
    Neemt Hij dan alle duisternis weg,
    in mij, in jou, in die grote wereld?
    Lest Hij dan onze dorst en die van zoveel anderen?

    Nee, dat doet Hij niet! Dat kan Hij niet!
    Daarvoor heeft Hij ieder van ons nodig,
    dat wij in zijn geest licht zijn voor medemensen,
    dat wij wat doen aan hun honger en dorst
    naar gerechtigheid, naar vrede, naar liefde.
    Dan zal het echt Pasen zijn, voor iedereen.
Slotlied: U ZIJ DE GLORIE
    U zij de glorie, opgestane Heer,
    U zij de victorie, u zij alle eer.
    Alle mens'lijk lijden hebt gij ondergaan
    om ons te bevrijden tot een nieuw bestaan.
    U zij de glorie, opgestane Heer,
    U zij de victorie, u zij alle eer.

    Licht moge stralen in de duisternis,
    nieuwe vrede dalen waar geen hoop meer is.
    Geef ons dan te leven in uw warme licht,
    wil uw woord ons geven dat hier vrede sticht.
    U zij de glorie opgestane Heer,
    U zij de victorie, u zij alle eer.