Openbaring des Heren, 6/7 januari 2007

Vooraf
    Wie zijn die wijzen uit het Oosten?
    Zij die naar boven kijken, naar de hemel en zijn tekens,
    die thuis zijn in de nacht van de geheimen,
    die waken en uitzien naar de ster,
    maar die ook oog hebben voor wat beneden ligt,
    voor de aarde en haar wegen,
    voor de dag en het licht,
    voor mensen als ik, als jij en als wij.

    Wie zijn de wijzen?
    Die weten dat er een ster komt en gaat
    en ze verschijnt alleen als wij ze willen zien,
    en haar licht schijnt nergens anders
    dan in het hart,
    dat trouw en geduldig wilt zoeken;
    en wie de ster van vrede en vreugde volgt
    gaat vreemde wegen maar zal niet verdwalen.

    Wie zijn de wijzen?
    Die bedrogen worden
    want vals is de gang van de wereld.
    En de bedoelingen van de mensen gaan krom,
    En die toch het huis vinden.
    de plaats van aanbidding, die een kind zien, weerloos,
    en de koning vinden die zij zoeken.
    Want er is goedheid in de mensen die kunnen neerknielen,
    die hun schatten te voorschijn halen,
    want wat niet gegeven wordt, gaat verloren.

    Wie zijn de wijzen?
    Die de waarschuwingen van hun dromen begrijpen
    en leren dat er mr is dan n weg naar hun land.
    Die terugkeren naar huis, verdwijnen in de stilte
    terug naar hun werk en hun plaats onder de mensen,
    want daar wacht het leven.
Er zijn vandaag drie misdienaars,
elk met een kroontje op.
Ze hebben alle drie een doosje bij zich:
geschenken voor het kerstkind.
Openingslied: NU ZIJT WELLEKOME
    Nu zijt wellekome, mens van licht uit Licht.
    Treed buiten onze dromen met jouw gezicht.
    Stuur het aan op scheiden tussen dageraad en nacht,
    nieuwe vredestijden, na alle man en macht. Kyrieleis.

    Nu zijt wellekome, mens van licht in mij,
    die als een kind wil wonen, herboren, vrij,
    in het land van morgen dat de lieve vrede kent,
    waar wij zijn geborgen, gezien, aanvaard, herkend, Kyrieleis.

    Nu zijt wellekome, langverwachte mens,
    dat wij aan angst ontkomen, verstaan jouw wens:
    ooit te mogen spreken van een wereld omgekeerd,
    waar de kunst van delen voorgoed is aangeleerd. Kyrieleis
Verwelkoming en inleiding
    We vieren vandaag het feest van Driekoningen. Dat is duidelijk te zien aan de drie misdienaars. Ze hebben ook zoals de traditie het wil geschenken meegebracht en die gaan ze nu bij de kerststal neerzetten. Als u nieuwsgierig bent naar wat er in de doosjes zit, dan moet u nog even geduld hebben. Tegenwoordig spreken we niet meer van het feest van Driekoningen maar van de openbaring des Heren, eigenlijk kerstmis opnieuw. We vieren dat God zich laat zien in het pasgeboren kind van Betlehem. In Jezus komt er iets van God aan het licht. De vraag die in deze viering aan de orde komt is: waar kunnen wij in onze tijd iets van God zien? Of misschien beter: Hoe kunnen we iets van God zien?
Drempelgebed:
    Vg. Om niet te vergeten waartoe wij zijn gemaakt,
    keren wij ons tot U, God,
    die ons kent en die ons leven draagt.
    Wij bidden U voor de wereld waarin wij leven
    waarin veel onnodige duisternis is,
    waardoor mensen niet tot hun recht komen.

    Al. God van liefde en trouw, vergeef ons
    als we duisternis brachten in plaats van licht.

    Vg. Wij, kleine en zoekende mensen van goede wil,
    wij verlangen te leven in vriendschap en vrede.
    We willen het goede doen, en licht zijn voor elkaar.
    Toch is er veel in ons dat ons daarvan weerhoudt.

    Al. God van liefde en trouw, vergeef ons
    als we duisternis brachten in plaats van licht.

    Vg. U hebt ons toegezegd dat U alles nieuw zult maken
    en met ons zult zijn.
    Spreek tot ons uw Woord, dat leven schept,
    kom ons nabij door Jezus, het kind van Betlehem,
    uw ster aan de hemel.

    Al. God van liefde en trouw, vergeef ons
    als we duisternis brachten in plaats van licht.

    Vg. Moge God die liefde is en trouw, zich over ons ontfermen,
    onze zonden vergeven en ons geleiden tot het eeuwig leven.
    Al. Amen.

Kyrie/Heer ontferm U

Gebed

Zang: EER ZIJ GOD IN ONZE DAGEN

Eerste lezing
    In een ver land leefde eens een koning die tegen het eind van zijn leven treurig werd. 'Kijk,' zei hij, 'nu heb ik in mijn hele leven alles meegemaakt wat een mens maar kan beleven en van alles gezien en gehoord. Alleen n ding heb ik niet gezien: God. Dat zou ik toch nog zo graag willen.'
    Daarom gaf hij bevel aan alle wijze mensen in zijn land om hem God te laten zien. Hij was gewend dat iedereen hem gehoorzaamde. En hij riep alle wijze mensen bijeen, maar ze wisten niet wat ze zeggen moesten.
    Toen kwam er een herder van het veld die het bevel van de koning had gehoord en hij zei: 'Mag ik uw wens vervullen?' 'Goed,' zei de koning.
    De herder bracht hem naar het open veld en wees naar de zon. 'Kijk in de zon,' zei hij. De koning keek omhoog, maar de glans van de zon verblindde hem. Hij sloot onmiddellijk zijn ogen en boog zijn hoofd. 'Wil je soms dat ik blind word?' riep hij. 'Maar koning,' zei de herder, 'dat is toch maar n ding in het grote heelal, een zwak schijnsel van de heerlijkheid van God, een klein vonkje van zijn eeuwige glans. Hoe wilt u dan met uw zwakke, tranende, knipperende ogen God zien? Zoek hem met andere ogen!'
    De koning was stil geworden. Hij zei: 'Ik zie dat je een wijs man bent. Antwoord me nu: Wat was er vr God er was?' Na enig nadenken zei de herder: 'Begin maar te tellen.' De koning begon: En, twee...' 'Nee, nee,' zei de herder, 'u moet beginnen met wat er voor de n komt.' 'Hoe kan dat nu?' zei de koning. 'Voor n is er toch niets?' 'Heel goed bedacht, heer koning. Ook vr God is er niets.'
    'Nu nog mijn derde vraag: Wat doet God?' De herder zag dat het hart van de koning al niet meer zo hard was als tevoren.'Goed,' zei hij, 'ik zal u op die vraag antwoorden. Maar laten we dan onze kleren verwisselen.'
    De koning legde zijn mantel en zijn kroon af en bekleedde daarmee de herder. Zelf trok hij de oude vuile mantel van de herder aan en deed de herderstas om. De herder ging op de troon zitten, nam de gouden scepter en wees naar beneden waar de koning stond als een arme man.
    'Kijk,' zei hij, 'dat doet God. De n verhoogt hij en de ander laat hij naar beneden gaan.' De koning stond stil en dacht na. Plotseling keek hij op en zei verheugd: 'Nu begrijp ik iets van God.
Samenzang: WIJ ZIJN HIER TEZAMEN
    Wij zijn hier tezamen zoekend naar de vrede
    en vinden de reden in Betlehem:
    God, hoog beleden, zoekt het hier beneden.
    Komt, laten wij Hem zoeken (3x) in elkaar.

    Wij groeten de herders, armen van de aarde,
    die God zien ontwaarden in macht, geweld.
    Wij zien en weten dat wij hen vergeten.
    Komt, laten wij hen vinden (3x) overal.

    Wij groeten de wijzen, naam en huis verloren,
    op reis om te horen waar God zich meldt.
    Alwat zij zagen was een Kind vol vragen.
    Komt, laten wij hen volgen (3x), in geloof.
Lezing uit het evangelie volgens Matteus (Mt 2,1-12)
    Toen Jezus te Betlehem in Juda geboren was, ten tijde van koning Herodes, kwamen er te Jerusalem Wijzen uit het oosten en vroegen: "Waar is de pasgeboren koning der Joden? Want wij hebben zijn ster in het oosten gezien en zijn gekomen om Hem onze hulde te brengen."
    Toen koning Herodes dit hoorde, werd hij verontrust en heel Jerusalem met hem. Hij riep alle hogepriesters en schriftgeleerden van het volk bijeen en legde hun de vraag voor waar de Christus moest geboren worden.
    Zij antwoordden hem: "Te Betlehem in Juda. Zo immers staat er geschreven bij de profeet: En gij Betlehem, landstreek van Juda, gij zijt volstrekt niet de geringste onder de leiders van Juda, want uit u zal een leidsman te voorschijn treden, die herder zal zijn over mijn volk Isral."
    Toen ontbood Herodes in het geheim de Wijzen en hij vroeg hun nauwkeurig naar de tijd waarop de ster verschenen was. Daarop zond hij hen naar Betlehem met de opdracht: "Gaat een zorgvul-dig onderzoek instellen naar het kind, en wanneer gij het gevonden hebt, bericht het mij dan opdat ook ik het hulde kan gaan brengen."
    Na de koning aanhoord te hebben, vertrokken zij. En zie, de ster die zij in het oosten gezien hadden, ging voor hen uit, totdat zij boven de plaats waar het kind zich bevond stil bleef staan. Op het zien van de ster werden zij vervuld van overgrote vreugde. Zij gingen het huis binnen, zagen het kind met zijn moeder Maria en op hun knien neervallend betuigden zij het hun hulde. Zij haalden hun schatten tevoorschijn en boden het geschenken aan: goud, wierook en mirre. En in een droom van Godswege gewaarschuwd niet meer naar Herodes terug te keren, vertrokken zij langs een andere weg naar hun land.
De drie misdienaars pakken hun doosjes weer en komen bij de voorganger staan. Om beurten maken zij de doosjes open. In het eerste doosje zitten een aantal zakjes met bloemzaden. Daar wordt in de overweging op ingegaan. In het tweede doosje zitten een rolletje verband en pleisters en in het derde zit een spiegeltje
Overweging
    Wil je iets van God zien, kijk dan naar de natuur, naar het zaad dat in de aarde ontkiemt en prachtige bloemen voortbrengt, naar alles dat er groeit en bloeit op de akkers, op de velden, naar de grote majestueuze bomen en de piepkleine plantjes, met die wonderbare variatie in kleuren en vormen; naar grote dieren als een olifant of een walvis en die hele kleine insecten als een onze-lieve-heer-beestje of een spinnetje; naar de bergen met hun vergezichten en de zeen die altijd in beweging zijn. Wie dat bewonderen kan, wie zich daarover verwonderen kan, die ontdekt iets van God de schepper in al wat er bestaat.
    Wil je iets van God zien, kijk dan naar de mensen die wonden verbinden, die pleisters plakken op mensen die beschadigd zijn, die een helpende hand bieden aan hen die op eigen kracht niet verder kunnen, die hun ogen lenen aan de blinden, hun oren aan de doven, hun stem aan hen die monddood zijn gemaakt. In al die mensen die hun hart laten spreken, kun je iets ontdekken van God, die we onze vader in de hemel noemen, een vader die zorg en liefde geeft, maar wel in en door mensen.
    Wil je iets van God zien, kijk dan eens in een spiegel naar jezelf, en bedenk dat je leeft, dat je een levend wonder bent, dat je denken kunt, keuzes kunt maken, dat je dromen en verwachtingen kunt hebben, dat je een wezen bent die enorm veel mogelijkheden in zich meedraagt, die blijheid kan ervaren, maar ook verdriet. We zijn geschapen naar Gods beeld en gelijkenis, zegt het boek van de bijbel. Bij een pasgeboren kindje ervaren we het heel sterk: dat wonder van het leven, zo klein en toch alles erop en eraan, kwetsbaar maar met enorme groeimogelijkheden. Maar hetzelfde geldt ook voor elke volwassen mens, jong en oud. Wie oog heeft voor het wonder van het leven, die ziet iets van God.
    Wil je iets van God zien? Ja natuurlijk willen we graag iets van God zien. Als we echt iets van God zouden kunnen zien, wat zouden we dan grote gelovigen zijn, dan zou heel ons leven veranderen. Alleen denken we dan wel in de verkeerde volgorde. Het is niet: eerst iets van God zien en dan geloven, maar het is eerst geloven en dan gelovig iets van God zien.
    Het probleem is dat we zo vaak de verkeerde kant op kijken. We maken vaak dezelfde fout als de drie wijzen uit het oosten waar Mattes over vertelde in het evangelie van vandaag. Ze hadden de ster van een koningskind gezien, en dus zochten ze dat in het paleis van een koning. Op zich heel logisch gedacht, maar ze waren daar wel op het verkeerde adres, Dat koningskind moesten ze niet zoeken in een paleis maar in een schaapstal, niet bij koninklijke ouders maar bij een eenvoudige timmerman en zijn vrouw.
    Als we als gelovige mensen iets van God willen zien, iets van Hem willen ervaren, iets van Hem begrijpen, dan moeten we Hem niet zoeken in het grote en machtige. We noemen Hem wel de almachtige, die hoog in de hemel zetelt. Maar daar in de hoge laat God zich niet vinden.
    Iets van Hem is te vinden het kleine en onaanzienlijke, dat heel dichtbij is, in het wonder van de natuur, in het wonder van menselijk leven, in het wonder van menselijke goedheid en zorgende liefde.
    In het boek Genesis wordt vertelt dat Mozes God ontmoette in de brandende doornstruik en hij vroeg Hem naar zijn naam. God antwoordde toen: mijn naam is: Ik zal er voor je zijn. Dat is een heel treffende naam voor God.
    Hij is er voor de mensen, zoals mensen er voor elkaar zijn. Hij is er voor de mensen, niet als een soort supersinterklaas, die alle gebeden wel even verhoren kan, maar als een onzichtbare kracht die alle leven laat groeien, die mensen inspireert meer mens te worden, menslievender, menswaardiger. Hij is er voor de mensen niet als een soort superdokter die alle wonden kan helen, die alle zieken eventjes beter maken kan, maar als een onzichtbare kracht die gewonden verder helpt in hun leven.
    En geloven in die God wil ook altijd zeggen: zijn naam waar maken: er willen zijn voor elkaar, niet alleen voor hen van wie je veel houdt, maar ook voor ieder ander, dichtbij of ver weg.
Geloofsbelijdenis
    Al. Ik geloof in de God van het leven,
    die vreugde vindt in elk mensenkind,
    die als een herder zoekt,
    totdat hij het verlorene heeft gevonden,
    die zorgzaam is als een ouder,
    die oog heeft voor het kleinste
    en zijn kinderen niet in de steek laat.

    Ik geloof in Jezus Christus, Gods zoon,
    die mij laat zien wie God is,
    in zijn blijdschap om mensen
    die Hij weer op hun voeten zet,
    gaat de hemel open,
    is er uitzicht ook voor mijn kleinheid.

    Ik geloof in de Geest van God
    die zich op de meest onverwachte momenten openbaart
    in de vreugde van mensen,
    die meeleven met een nieuw begin,
    met hervonden kansen van anderen.
    Ik geloof dat die Geest zich ook in mij openbaart.

    Ik geloof in de gemeenschap
    die ontstaat in mensen,
    die het zoeken niet moe worden,
    die het vinden vieren,
    in dankbaarheid aan de God van het leven. Amen
Voorbede:
    We bidden om licht
    voor alle mensen die hun lot in de sterren proberen te lezen,
    voor wie zekerheid zoeken in een leven vol onzekerheden;
    dat zij houvast vinden in de God
    die zich openbaart in de goedheid van mensen.

    Wij bidden om licht
    voor mensen die op zoek gaan in oost en west, in noord en zuid,
    om iets van die onzichtbare God te ontmoeten
    maar vaak blind zijn voor de kleine dingen in hun naaste omgeving,
    waarin Hij zich openbaart.

    Wij bidden om licht
    voor allen die alles wetenschappelijk bewezen willen zien
    maar geen oog meer hebben voor het mysterie van het leven,
    het wondermooie van de natuur waarin God zich openbaart.

    Wij bidden om licht
    voor allen die een al te menselijke kijk op God hebben
    en in zijn naam medemensen schade toebrengen;
    dat zij meer oog gaan hebben voor Jezus en zijn blijde boodschap, want hierin heeft God zich geopenbaard.

    Wij bidden om licht
    voor de groten der aarde die kost wat kost willen vasthouden aan hun macht,
    dikwijls ook ten koste van de kleine man,
    dat zij gaan beseffen dat God alle grootheidswaanzin afwijst
    en dienstbaarheid van hen vraagt.

    Wij bidden om licht
    voor onszelf; dat wij verder kijken dan onze eigen leefomgeving
    dat volkeren van andere continenten ons ter harte gaan,
    dat we beseffen dat God er is voor alle rassen en talen.

    Wij bidden om licht voor alle overledenen die ons dierbaar zijn.
    We noemen vandaag met name
    God van mensen, laat uw licht schijnen door ieder van ons,
    dat wij een ster aan de hemel zijn die anderen de weg wijst naar U toe,
    dat wij een stal zijn waarin vriend en vreemde welkom is,
    in de naam en in de geest van Jezus, uw woord bij uitstek
    dat klinken blijft door alle eeuwen heen.
Offerandelied: UIT UW HEMEL ZONDER GRENZEN
    Uit uw hemel zonder grenzen
    komt gij tastend aan het licht
    met een naam en een gezicht
    even weerloos als wij mensen.

    Als een kind zijt gij gekomen
    als een schaduw die verblindt,
    onnaspeurbaar als de wind
    die voorbijgaat in de bomen.

    Als een woord zijt gij gegeven
    als een ster gaat gij ons voor
    in den vreemde wijst uw spoor
    als een nieuw begin van leven.
Gebed over de gaven De grote lofprijzing:
    Pr. De Heer zal bij u zijn.
    Al. De Heer zal u bewaren,
    Pr. Verheft uw hart.
    Al. Wij zijn met ons hart bij de Heer.
    Pr. Brengen wij dank aan de Heer onze God.
    Al. Hij is onze dankbaarheid waardig.
    Pr. Wat geen oog heeft gezien en geen oor gehoord, wat in geen mensenhart is opgekomen, hebt U, o God, bereid voor allen die in U geloven. Onze tijd en ruimte bent U binnengetreden in een kind, een verlosser, een redder, een licht dat de duisternis verdrijft.
    Gezegend, U, God-met-ons, om dit mysterie van uw liefde, om uw altijddurend verbond met ons kleine, zwakke men-sen, om uw Geest die leven geeft.
    Wij danken U voor Jezus, uw Zoon, die ons leven gedeeld heeft vanaf geboorte tot in de dood, die zo ons aardse be-staan heeft vernieuwd en verheven.
    Daarom loven en aanbidden wij U, samen met alle gelovi-gen ter wereld, en we zingen vol vreugde.

    Sanctus/Heilig

    Pr. U, God van alle tijden, van begin tot einde, van hier en overal. U die met ons bent vanaf de moederschoot, tot voorbij het graf. U, die in ons brandt, als vuur niet te blussen, als leven niet te stuiten. U, die wordt gezocht, gekend van horen zeggen, en soms gezien met eigen ogen. U hebt zich laten horen door de mond van profeten. U hebt zich laten zien in woord en werk van deemoedigen. U hebt zich geopenbaard in Jezus Christus, Kind van mensen, Kind van belofte, sprekend de Vader.

    Al. Hem gedenken wij, Jezus, uw gezondene,
    geboren in een stal, ver van huis,
    aan de deur afgescheept, amper onderdak,
    ver van wat heet het grote gebeuren.
    Gevonden door simpele zielen,
    door koningen die klein,
    door machtigen die wijs zijn.
    Voor tijd en eeuwigheid is Hij geworden:
    een engel van een mens, een ster in de nacht,
    kind is Hij gebleven, Zoon van de Vader,
    door niets en niemand klein te krijgen,
    door de dood niet eens.

    Pr. Wij ontmoeten U in Jezus, het kind van Betlehem, de profeet van Nazaret, die weldoende rondging. Hij laat zich vinden in het brood dat Hij de laatste avond van zijn leven deelde met zijn vrienden, tot gemeenschap met hen en ons, in leven en dood. Hij nam toen het brood, brak het en reikte het over met de woorden: Neemt en eet hiervan, jullie allemaal, want dit is mijn lichaam, mijn leven, dat voor jullie gegeven wordt.
    Hij laat zich vinden in de beker die Hij overreikte aan zijn vrienden en aan ons, opdat wij doen wat Hij heeft gedaan: zo goed als God zijn, voor mens en wereld. Hij nam toen de beker en zei: Neemt deze beker en drinkt hier allemaal uit, want dit is de beker van het nieuwe altijddurende verbond, dit is mijn bloed, mijn leven, vergoten voor u en alle mensen. Blijft dit doen om Mij te gedenken.
    Hier, in brood en wijn, in breken en delen, vieren ook wij de liefde van Jezus. Hij is ons licht en onze hoop.

    Al. Als wij dan eten van dit brood en drinken uit deze beker
    verkondigen wij de dood des Heren totdat Hij komt.

    Pr. Die Jezus, met een hart vol liefde voor elke mens, laat zich vinden in allen die juist als Hij het brood oprecht delen met elkaar, die willen leven voor elkaar, zorgen voor elkaar, die, juist als Hij, weldoende rondgaan. Want al wie eten van dit brood, brekend en delend met anderen, zij houden Hem in leven onder ons.

    Al. Moge uw Geest ons aanzetten en ondersteunen
    om in zijn voetstappen verder te gaan,
    opdat zijn droom werkelijkheid wordt:
    vrede op aarde voor alle mensen van goede wil,
    licht dat schijnt tot in de donkerste hoeken,
    leven waar mensen geen leven hebben.

    Pr. Moge die mens der mensen,
    U een geliefde Zoon,
    voortleven in onze gemeenschap.

    Al. Door Hem en met Hem en in Hem zal uw naam geprezen zijn, Heer onze God, almachtige Vader, in de eenheid van de heilige Geest, hier en nu en tot in eeuwigheid. Amen

    Pr. Laten wij bidden tot God onze Vader met de woorden die Jezus ons gegeven heeft.

    Al. Onze Vader, die in de hemel zijt, . . . .

    Pr. Verlos ons, Heer, van alle kwaad. Geef vrede in onze dagen. Dat wij, gesteund door uw barmhartigheid, vrij mogen zijn van zonde en beveiligd tegen alle onrust, hoopvol wachtend op de komst van Jezus, Messias, uw Zoon.

    Al. Want van U is het koninkrijk, en de kracht en de heerlijkheid in eeuwigheid. Amen.

    Vredewens

Agnus Dei/Lam Gods

Communie

Slottekst: TUSSEN MENSEN
    Tussen mensen wil Hij wonen
    Tussen mensen wil Hij staan;
    Jezus wil zo mensen tonen
    welke weg ze kunnen gaan.

    Hij is eens als een kind geboren
    in een koude winternacht;
    niemand kon Gods plan verstoren
    Hij toont hier zijn stille kracht.

    Mensen dragen samen zorgen,
    hebben aandacht voor een kind;
    iedereen is zo geborgen
    die bij Hem beschutting vindt.

    'k Wens dat ieder kind mag leven
    zomaar tussen vrienden in;
    dan wordt ieder mens gegeven
    een eenvoudig blij begin.

    Dan zal God ons verder dragen
    telkens weer van jaar tot jaar
    en verlopen onze dagen
    sterk verbonden met elkaar.

    Geef ons vrede, Heer en zegen
    in dit jaar dat nu begint,
    dan ontdekken wij de wegen
    aangewezen door jouw Kind.
Slotlied: LUISTER, GOD HEEFT GESPROKEN

melodie: Herders, hij is geboren.

    Luister, God heeft gesproken zijn woord van goede raad.
    Zie, een licht is ontstoken, een nieuwe dageraad,
    kracht voor de dralenden, doel voor de dwalenden.
    Zingen wij welgemoed: Heer, zij van ons gegroet.

    Christus, Hij is geboren in 't midden van de nacht,
    die zo lang van te voren de wereld heeft verwacht,
    licht voor de rouwenden, hoop voor vertrouwenden.
    Zingen wij welgemoed: Heer, zij van ons gegroet.

    Laten wij God nu eren, Hij sprak in onze tijd,
    wil de vrede ons leren en eindig alle strijd,
    troost de verdrietigen, stop het vernietigen.
    Zingen wij welgemoed: Vrede op aarde moet.