Gebeden op de eenentwintigste zondag door het jaar

Inleiding:

De eerste lezing van vandaag spreekt de mensen moed in heb goede hoop, het komt allemaal weer goed. Het evangelie daarentegen klinkt heel somber: Het is een smalle deur die naar het koninkrijk der hemelen leidt, en velen zullen er, tot hun grote frustratie niet binnen komen. Dat klinkt dus helemaal niet bemoedigend. Toch eindigt de tekst ook hier met hoop, toch zijn er velen die zullen aanzitten aan het feestmaal van God. Maar de verhoudingen liggen wel even anders dan mensen vaak denken. Want er zijn laatsten die eersten zijn en eersten die laatsten zijn, zo luidt de laatste regel. M.a.w. veel mensen die van zichzelf vinden op de goede weg te zijn, zullen schipbreuk lijden als het gaat om het ware levensgeluk. en veel mensen die een moeilijke weg te gaan krijgen in het leven, die zijn eersten in de ogen van God en mogen binnen gaan in dat koninkrijk der hemelen. Daar willen we in deze viering even bij stil staan.

Openingsgebed:

God, wij verlangen naar uw rijk op aarde, dat rijk van vrede en liefde voor alle mensen. Ieder mens is van nature op zoek naar levensgeluk, maar zo vaak lijkt dat onvindbaar, onbereikbaar. Maak ons stil van binnen om onszelf vragen te stellen: of we ons geluk wel op de juiste plaatsen zoeken, of we niet te vaak dwaalwegen gaan die gemakkelijker lijken. Maak dat wij ons steeds meer laten leiden door Jezus' boodschap, Hij was en is de weg, de waarheid en het leven. Amen

Gebed over de gaven:

God, bij U is iedereen welkom, die durft te zoeken naar de zin van het leven, die oog en hart heeft voor de mensen met wie hij het leven deelt, die gesierd wordt door eenvoud en bescheidenheid. Mogen deze gaven van brood en wijn, tekens van Jezus' liefde en trouw tot in de dood, een bron van kracht voor ons zijn om samen met elkaar uw rijk op aarde werkelijkheid te maken, vandaag en alle dagen. Amen

Slotgebed:

God, in uw rijk gelden andere regels dan in onze wereld, voor U zijn veel eersten laatsten zijn en laatsten eersten. Help ons uw rijk naderbij te brengen in onze gemeenschap door ons te houden aan de regels van het evangelie, door in eenvoud en bescheidenheid ons dienstbaar te maken aan hen met wie wij het leven in vriendschap delen, en ook, waar mogelijk, aan hen die vreemden voor ons zijn. Moge zo uw geluk ons deel worden, vandaag en alle dagen. Amen.

Voorbede:
    Wij bidden voor allen die laatsten zijn,
    voor kinderen die niet goed kunnen meekomen op school,
    voor jongeren die uit een kansarm milieu komen,
    voor volwassenen die het met minder betaalde banen moeten doen,
    dat zij niet afgeschreven worden en als mens gerespecteerd worden.

    Wij bidden voor de verliezers van deze wereld,
    voor allen die te lijden hebben onder geweld en oorlog,
    voor hen die op de vlucht zijn voor honger en armoede,
    voor degenen die onderdrukt en uitgebuit worden.
    dat de deur naar een beter leven ook voor hen open gaat.

    Wij bidden voor hen die menen dat zij eersten zijn,
    voor alle regeringsleiders
    die op de eerste plaats hun eigen belangen behartigen,
    voor alle rijken in de wereld
    die geld verdienen over de ruggen van de zwakkeren,
    dat zij hun deuren openzetten en aandacht hebben
    voor het welzijn van hun medemensen.

    Wij bidden voor alle christenen, voor onszelf dus ook,
    dat zij de smalle weg van dienstbaarheid durven gaan,
    dat zij door het leven te delen met hen die het moeilijk hebben
    binnen kunnen gaan door die nauwe deur
    die leidt naar het geul van Gods koninkrijk.

    Goede God, laat ook in onze dagen uw hart uitgaan naar wie de laatsten zijn. Laat er hoop voor hen dagen; dat wij hun hoop mogen zijn.
    Laat ons die kleine eenvoudige deur zien naar uw vrede, groot genoeg voor mensen met een zuiver hart, en laat ons daardoor wandelen in uw licht, nu en tot in eeuwigheid. Amen
Teksten, gebeden, gedichten bij de eenentwintigste zondag door het jaar
Zie je nou
    Zie je nou?
    je wilt me helemaal niet horen of zien
    ik baal ervan dat je toch doet alsof
    ja, dat is wat pijn doet
    niet dat je geen tijd hebt
    geen aandacht niet kunt opbrengen dat is menselijk,
    ik wacht wel of ik zoek een ander
    maar dat je mijn terughouden afkeurt minacht,
    bijna terwijl ik alleen maar aarzel
    om te doen wat niet klopt
    spreken als er niet wordt geluisterd
    het komt niet aan wat ik te zeggen heb
    je kunt me niet horen
    want je eigen weeklacht zingt rond
    en de afstand ontstaat
    omdat je niet tekort wilt schieten
    mag schieten van jezelf
    en dus een spel speelt van luisteren en vragen
    maar de binding met je kern
    de grote openheid die is er niet, die voel ik niet
    er zit rommel tussen mezelf
    daarin gieten doet pijn
    want alle brokjes krassen me
    en ik bereik de bodem niet
    toch kies ik ervoor: krassende liefde is ook liefde
    als er beter niet te krijgen is dan moet het maar
    maar wat doet het zeer
    terwijl het louter vreugde warmte, licht kan zijn.

      K. Gerritsen
Een gedicht
    Zelfs de grootste beul
    heeft wel ergens een zwakke plek.

    Zelfs de meest geharde soldaat
    legt ooit zijn geweer neer.

    Zelfs de strengste leraar
    ziet wel eens iets door de vingers.

    Zelfs de best getrainde atleet
    heeft wel eens een slechte dag.

    Zelfs de beste cabaretier
    staat wel eens met zijn mond vol tanden.

    Alles goed doen dat probeert iedereen.
    Voor altijd kwaad zijn dat kan niemand.
Ik hoef niet te geloven
    Ik hoef niet te geloven in mooie woorden of grote gebaren
    zolang ik maar geloof in de taal van het hart.
    Ik hoef niet te geloven in strenge regels of zware plichten
    zolang ik maar geloof in de waarde van het leven.
    Ik hoef niet te geloven in een belangrijke positie, een plaats vooraan
    zolang ik maar geloof in de gelijkwaardigheid van mensen.
    Ik hoef niet te geloven in wat anderen zeggen
    over oorsprong en zin van dit, mijn leven
    zolang ik maar geloof in de Vader
    die mens voor mens op handen draagt,
    in de Zoon die midden in het leven staat,
    in de Geest die hoop geeft waar de zin vervaagt,
    in elke mens die voor de liefde opengaat.
God woont waar hij wordt binnengelaten
    Rabbi Mendel Kozk verraste een paar geleerden met de vraag:
    'Waar woont God?'
    Zijn gasten lachten hem uit en zeiden:
    'Schaam u zoiets te vragen.
    De wereld is toch vol van zijn heerlijkheid!'
    De rabbi gaf toen antwoord op zijn eigen vraag:
    'God woont, waar Hij wordt binnengelaten '.

    In ons geloof gaat het niet om iets dat statisch is,
    maar om iets dynamisch.
    Het ware geloven in God bestaat niet alleen daaruit
    dat ik wat in de Bijbel staat voor waar houd,
    maar het moet me ook in beweging brengen.
    Het geloof is pas een krachtbron in mijn leven
    wanneer het iets in mij verandert,
    wanneer het mij er toe brengt mijn hart voor God te openen,
    wanneer ik Hem toelaat.
Tussen de stenen (van Hector Frisotti)
    Er was eens een bloem, die, niemand weet waarom,
    opschoot tussen de stenen.
    Er kwam een man voorbij.
    Hij bewonderde de schoonheid van de bloem,
    dankte God voor haar en ging verder.
    Die nacht stak er een storm op en de bloem stierf.

    Er was eens een bloem, die, niemand weet waarom,
    opschoot tussen de stenen.
    Er kwam een vrouw voorbij.
    Ze bewonderde de schoonheid van de bloem en dacht:
    ik zal haar mee naar huis nemen
    zodat iedereen haar bewonderen kan.
    Een week later verlepte de bloem.

    Er was eens een bloem, die, niemand weet waarom,
    opschoot tussen de stenen.
    Er kwam een kind voorbij
    die zich met de bloem vereenzelvigde:
    eenzaam, geïsoleerd, zonder iemand op de wereld.
    Het kind besloot voor de bloem te zorgen,
    bracht grond en water en de volgende dag wat mest.
    En deze bloem veranderde in een tuin.
De oude droom (Paul van Vliet)
    De stok oude droom
    heeft nog heel veel te geven,
    hij heeft een geheim
    en dat zijn wij soms kwijt
    maar hij zal ons allemaal ooit overleven,
    hij is zo oud als de wereld
    en zo jong als de tijd.

    Maar Je moet hem beschermen,
    je moet hem verzorgen,
    je moet hem koesteren onder de zon,
    je moet hem vertrouwen
    en vandaag al of morgen,
    dan weet je het weer
    waar het ooit om begon

    Dan neemt hij je weer mee
    langs wegen van liefde
    tot hoog in de bergen
    naar toppen van kracht
    en daar zal dan blijken
    dat je verder kunt kijken
    en hoger kunt reiken
    dan je ooit had gedacht!
Alleen van binnen uit te openen
    Op een tentoonstelling hing een schilderij dat Christus voorstelde, in een donkere tuin, met in de linkerhand een lantaarn. Met de rechterhand klopte hij aan op een zware, met ijzer beslagen deur.
    Een bezoeker sprak een beetje spottend de schilder aan: "Uw schilderij is nog niet klaar: de deur heeft nog geen klink."
    De kunstenaar antwoordde: "Dit is de deur van het menselijke hart. Zij kan alleen van binnenuit geopend worden.
De Deur
    Een pastoor gaf aan een kunstenaar de opdracht
    om een groot schilderij te maken voor zijn kleine dorpskerk.
    Het zou een expressie moeten worden
    over die passage in de bijbel waar staat:
    'Zie, ik sta aan de deur en klop!"
    De pastoor liet nog een bijbel achter in het atelier van de schilder
    met een papiertje op de juiste plaats,
    dan kon hij het nog eens nakijken,
    de kunstenaar was trouwens niet zo bijbelvast.
    Drie weken later kreeg de pastoor bericht
    dat het schilderij klaar was.
    Toen hij het te zien kreeg, was hij meteen een en al verbazing.
    Hij bekeek het kunstwerk keer op keer, dichtbij en van ver,
    en hij vond het geweldig.
    Maar opeens bleef de pastoor staan en constateerde glimlachend:
    'Eén ding ben je toch nog vergeten...,
    kijk, er zit geen kruk aan de deur!'
    Toen pakte de kunstenaar op zijn beurt de bijbel
    en constateerde glimlachend:
    'Nee, pastoor, want als ik een beetje heb begrepen,
    dan moet je het zo zien
    dat die deur alleen maar van binnen uit kan opengaan.
Veranderen
    Een van de zesendertig rechtvaardigen reisde naar Sodom met de bedoeling de inwoners te bekeren.
    Dag en nacht liep hij door de stad en wees de mensen op hun hebzucht, veroordeelde bedrog en onverschilligheid.
    Aanvankelijk luisterden mensen geamuseerd, maar spoedig verveelde het hun. De moordenaars gingen door met moorden en de anderen negeerden hem.
    Op een dag kwam een kind naar hem toe en zei: "Arme vreemdeling, je loopt maar te roepen en te preken, zie je niet dat het niet helpt?"
    "Dat zie ik," zei de man. "Waarom ga je er dan mee door?"
    "Dat zal ik je zeggen. In het begin dacht ik, dat ik de mensen kon veranderen. Vandaag weet ik dat ik dat niet kan. Als ik toch doorga met roepen, is dat om te zorgen dat de mensen mij niet veranderen.
terug naar de overweging