Eerste communie 2005

Openingslied: Ga je mee?
      Refrein:
      Ga je mee? Zeg niet "nee",
      maar sta op en doe mee.
      Zet je voetstappen in die van mij.
      Volg het spoor en ga door.
      Of ga jij liever voor?
      Hup, kom op, sluit je aan in de rij.

    Welke weg wil je gaan?
    En waar wil je naar toe?
    Blijf niet zitten waar je zit,
    Ook al voel je je moe. Refrein

    Is de weg soms te lang?
    Zag je weg in het zand?
    Er zijn hobbels op het pad,
    Maar ik geef je een hand. Refrein

    Loopt de weg bijna dood?
    Zie je nergens een spoor?
    In de verte wordt het licht:
    Gaat de weg daar soms door? Refrein

Openingsgebed door kinderen:

    Wat een mensen!
    Mensen, mensen, wat een mensen!
    Kijk! We lijken op elkaar:
    Twee armen en twee benen,
    twee voeten op de grond.
    Tien vingers en tien tenen
    Twee ogen en een mond.
    We ademen dezelfde lucht,
    de aarde is ons huis.

    Dezelfde zon verwarmt ons.
    Wij voelen ons hier thuis.
    Ons hart kan liefde geven
    en ieder heeft rood bloed.
    Zo gaan we door het leven
    als kinderen van God.
    Mensen van allerlei soort, van allerlei kleur
    Samen zijn ze een prachtige regenboog.

    Rare ogen, gekke neuzen,
    kroeshaar of een krullenkop.
    Er zijn dwergjes, er zijn reuzen.
    Het verschil houdt echt nooit op.
    Zoveel kleuren, zoveel talen.
    Mensen maken zich graag mooi.
    Zij versieren zich met kralen,
    hoeden of een verentooi.

    Wat de Úne mens maar gek vindt,
    vindt de ander doodgewoon.
    Waar die Úne graag alleen is,
    wil de ander samen doen.
    Arm of rijk, gezond of ziek:
    ieder mens is echt uniek.

Welkom door pastoor

Gebed om vergeving.
    Vandaag gaan we voor het eerst met Jezus aan tafel.
    Voordat we feest gaan vieren, willen we aan elkaar vertellen
    dat we soms wel eens iets verkeerd doen.

    Allen: Vergeef ons Heer.

    Als papa en mama ons roepen, dan komen we niet meteen.
    Soms doen we net of we het niet horen.
    We luisteren wel eens niet.
    Soms plagen we onze broertjes en zusjes.
    We maken wel eens ruzie met ze.
    We maken papa en mama wel eens ongerust als we niet op tijd thuiskomen.

    Allen: Vergeef ons Heer.

    Soms doen we wel eens flauw tegen vriendjes of vriendinnetjes.
    Dan mogen ze niet meespelen.
    We zien soms mensen en kinderen
    die er anders uitzien of anders doen
    en nemen ze dan niet zoals ze zijn.

    Allen: Vergeef ons Heer.

    Al deze dingen zijn helemaal niet lief.
    We gaan proberen om heel lief te zijn.
    Lieve Jezus wilt U ons hierbij helpen.
Liedje: Ik geef je een mooi bloemetje. I
    k geef je een mooi bloemetje dit bloemetje van mij
    Een bloem met heel veel kleuren, daarvan wordt je heel blij.
    Ik geef je een mooi bloemetje, al is het wel wat klein
    Omdat ik heel graag aardig ben, dat is heus geen geheim

    Ik geef je een mooi bloemetje dit bloemetje aan jou
    Omdat we samen delen, ik deel heel graag met jou.
    Ik geef je een mooi bloemetje, al is het wel wat klein
    't Zou leuk zijn als we elke dag 2 dikke vrienden zijn.

    Ik geef je een mooi bloemetje dit bloemetje aan jou
    Omdat we de communie doen omdat in van je hou.
    Ik geef je een mooi bloemetje, al is het wel wat klein.
    Omdat we hier nu samen zijn, en dat is toch zo fijn.
Eerste lezing: Alle kleuren van de regenboog.
    Verteller:
    Lang geleden gebeurde het, dat alle kleuren van de hele wereld ruzie met elkaar kregen.
    Iedere kleur vond, dat zij de beste, de belangrijkste of de allermooiste was.
    Moet je eens horen, hoe ze tegen elkaar tekeer gingen.

    Groen:
    Ik ben de belangrijkste kleur. De kleur van het leven en van de hoop. Mijn kleur is uitgekozen voor het gras, voor de bomen en de bladeren. Als ik er niet was, zouden alle dieren sterven en de mensen ook niet leven.

    Blauw:
    Jij denkt allen maar aan de aarde, kijk eens naar het water en de lucht Water is het begin van alle leven. De blauwe lucht geeft ruimte, vrede en rust.

    Geel:
    Ha, ha, ha, laat me niet lachen zeg. Ik ben geel en breng de lach, de blijheid en de vrolijkheid in de wereld. De maan en de zon zijn geel net zoals een zonnebloem. Zonder mij is nergens meer plezier.

    Oranje:
    Wat zeg je me nou? Is de zon geel? de zon is oranje: mijn kleur. Ik ben ook nog de kleur van de gezondheid en de sterkte. De mensen hebben mij het meeste nodig.

    Rood:
    Nu hou ik al dat opscheppen niet langer meer uit. Ik ben de baas over jullie allemaal. Ik ben de kleur van de dapperheid, bloed en gevaar. Ik ben ook de kleur van de liefde. Denk maar eens aan een rode roos, die mensen aan elkaar geven, als ze van elkaar houden. Bijna alle kinderen houden van mijn kleur!

    Roze:
    Nu zal ik eens even opstaan. Ik ben groot en deftig, ik ben de kleur van de voornaamheid en de macht. Koningen en bisschoppen hebben altijd mijn kleur gekozen. Als ik wat zeg, dan spreekt niemand anders meer tegen. Zo wijs ben ik.

    Paars:
    Maar ik ben hier lest best. Ik ben de kleur van de stilte, van het verstand en van het nadenken. Jullie hebben mij nodig om tot rust te komen, om te kunnen bidden en om te weten of je gelukkig bent in je leven.

    Verteller:
    Zo gingen alle kleuren verder met het bluffen en opscheppen. Opeens flitste er een licht van bliksem en donder door de lucht. Het klonk hard over alle geruzie van de kleuren heen. Zonder ophouden begon het te regenen. Alle kleuren kropen van angst tegen elkaar, de opschepperige monden waren dicht.

    Toen sprak de regen: "Jullie zijn grote dommeriken. God is dol op jullie kleuren, stuk voor stuk. Geef elkaar nu eens de hand en kom met mij mee. God zal jullie uitstrekken als een boog door de lucht, als een brug van de ene kant naar de andere. Als een herinnering, dat Hij van iedereen houdt. Als een belofte, dat jullie in vrede kunnen leven".
    Die kleurenboog met zoveel verschillen, die regenboog, is een teken in de lucht dat God er altijd bij is. Een teken van hoop voor morgen en overmorgen.
Liedje: vlinderlied
    Soms zou ik willen vliegen als een vlindertje,
    'n vlindertje, 'n vlindertje.
    Soms zou ik willen vliegen als een vlindertje,
    Ik ben een kind van God.
    Zo blij, zo blij, want Jezus woont in mij. (2x)

    Dan zie ik alle kleuren van de regenboog,
    De regenboog, de regenboog.
    Dan zie ik alle kleuren van de regenboog,
    Ik ben een kind van God.
    Zo blij, zo blij, want Jezus woont in mij. (2x)

    Soms zou ik willen vliegen als een vlindertje,
    'n vlindertje, 'n vlindertje.
    Soms zou ik willen vliegen als een vlindertje,
    Naar de regenboog
    Zo blij, zo blij, want Jezus woont in mij. (2x)
Tweede lezing: Pastoor
    Toen Jezus op de wereld was, heel, heel lang geleden, had hij verdriet.
    Hij was verdrietig om de mensen die niet eerlijk waren, die met elkaar vochten om de sterkste te zijn. Die jaloers waren, omdat de een het beter had dan de ander. Hij was verdrietig, omdat er zoveel arme mensen waren, die honger leden, terwijl de rijken genoeg te eten hadden. En het dus gemakkelijk met de armen hadden kunnen delen.
    Toen ging Hij op een bank zitten in een groene wei. Hij zei: " Ik ben verdrietig, laat de kinderen tot mij komen." Daar kwamen de kinderen van alle kanten op hem af.
    Ze gingen zitten in het groene gras en keken naar hem. Er waren kinderen bij van arme en van rijke mensen. Ze wilden allemaal horen van Jezus hoe ze moesten leven om een fijne wereld te krijgen. Een wereld zonder oorlog of ruzie. Een wereld waar alle mensen gelukkig zouden zijn.
    Toen vertelde Jezus hoe de wereld er uit zou kunnen zien als de mensen maar van elkaar hielden. Elkaar niet zouden pesten. In die wereld, zei Jezus, zou het heerlijk wonen zijn; voor moeders en vaders en voor alle kinderen.
    Daar zouden we pas echt kunnen lachen, zingen en dansen.

Overweging: pastoor.

Geloofsbelijdenis:
    Allen:
    Ik geloof dat God bij mij is,
    Dat Hij mij nooit alleen laat,
    Dat Hij van mij houdt,
    Dat Hij mijn Vader wil zijn.

    Ik geloof dat Jezus bij mij is,
    Dat Hij mij de weg wijst naar God,
    Dat Hij mij vraagt te leven zoals Hij. Ik geloof dat Jezus bij mij wil komen,
    dat hij mij wil helpen
    om van alle mensen te houden.
Voorbeden:
    Jezus, wat fijn dat wij vandaag voor het eerst mee mogen doen aan het grote feestmaal. Wij hopen dit feest van delen nog vaak te vieren.

    Allen: Jezus, help ons daarbij.

    Jezus, wij zijn allemaal een stukje van de regenboog. Wij hebben geleerd te delen en te geven. Soms is dat wel heel moeilijk.

    Allen: Jezus, help ons daarbij.

    Jezus, wij bidden ook voor alle mensen die niet meer bij ons zijn. Wij willen de mooie herinneringen bewaren.

    Allen: Jezus, help ons daarbij.

Collecte

Klaarmaken tafel:
    Vader God, wij danken U dat wij een huis hebben om in te wonen. Een huis waar het fijn is om te zijn. Waar onze vriendjes en vriendinnetjes altijd welkom zijn.
    Maar vooral een huis waar het gezellig is als wij samen aan tafel zitten om te eten.

    Pastoor:
    Wij danken U ook dat wij samen hier in de kerk mogen zijn om feest te vieren.
    Wij denken daarbij speciaal aan Jezus, onze vriend. Bij hem voelen we ons thuis. Hij stuurde nooit iemand weg. Hij wilde goed zijn voor iedereen. Hij zei van zichzelf: " Ik wil voor jullie even belangrijk zijn als brood."
    Toen Jezus lang geleden brood en wijn veranderde in Zijn lichaam en bloed, zat Hij met zijn leerlingen aan tafel. Zo is het altaar in de kerk, nog steeds de tafel, waar iedereen die in Jezus geloof, mag komen eten.

    De acolieten brengen de tafel
    A: Vader, wij maken de tafel gereed
    Zoals Jezus met zijn apostelen deed.

    Jan brengt het tafellaken
    L en Y spreiden het tafellaken uit J: Vader, wij spreiden een laken heel schoon,
    Dat hoort bij de maaltijd van Jezus, Uw zoon.

    M brengt het kruis
    P: Het kruis op deze tafel is een teken,
    Dat wij met elkaar zijn brood gaan breken

    S en A brengen elk een kaars
    J: Wij brengen met brandende kaarsen het licht,
    Dat geeft aan Uw tafel een feestelijk gezicht.

    Y en S brengen bloemen
    P: Wij zetten ook kleurige bloemen erbij,
    Die zeggen U Vader, we zijn toch zo blij!

    T brengt de beker, R en N brengen het brood
    J: Dan nemen wij brood en de beker met wijn,
    Om maaltijd te vieren, om dankbaar te zijn.

    S brengt een kannetje wijn, T een kannetje water.
Tafelgebed
    Pastoor:
    Mag ik de kinderen uitnodigen om samen met mij te bidden.

    Goede Vader, wij hebben U nooit gezien. Toch weten wij van onze ouders, opa's en oma's, onze pastoor, de mensen op school en nog vele andere mensen, dat U heel goed voor ons bent.

    Pastoor:
    U hebt ons heel mooie dingen gegeven: die ons licht en warmte geven.

    Het water dat wij kunnen drinken en waarin wij kunnen zwemmen.

    Pastoor:
    De bomen in het bos, de bloemen en de planten.

    Communicanten:
    Dank U Vader, dat wij kunnen horen, dat wij kunnen zingen en praten, en dat wij kunnen zien. Dank U Vader, voor alles.

    Allen:
    Vooral willen wij U danken voor Uw zoon Jezus, die altijd bij ons wil zijn om ons gelukkig te maken. Hij wil het licht maken waar het donker is. Hij heeft ons geleerd dat wij samen moeten delen.

    Pastoor:
    Op de avond voor zijn dood heeft Hij ons een teken gegeven van wat Hij bedoelde: een teken van brood en wijn, van samen delen zodat iedereen kan leven.
    Hij was met zijn vrienden aan tafel, nam het brood en brak het om er van te geven aan iedereen en zei: Neem en eet hier allemaal van: het is mijn lichaam, mijn leven, voor jullie.
    Daarna nam Hij de beker met wijn, gaf die rond om te drinken en zei: Drink allemaal uit deze beker: het is mijn bloed, mijn leven, voor jullie gegeven. Tenslotte zij Hij: Dit moeten jullie blijven doen. Dan zal ik in jullie midden zijn.

    Allen:
    Goede Vader, zo denken wij vandaag opnieuw aan Jezus. Laat Hem in ons midden zijn en geef ons de moed en de kracht om te leven zoals Hij het ons heeft voorgedaan. Laat het feest vandaag voor ons een teken zijn van een nieuwe wereld, waar het goed wonen is voor iedereen.

    Pastoor:
    Dan bidden wij nu samen het gebed dat Jezus ons geleerd heeft.

      Onze Vader die in de hemel zijt , Uw naam worde geheiligd,
      Uw koninkrijk kome,
      Uw wil geschiedde op aarde
      zoals in de hemel
      Geef ons heden ons dagelijks brood
      En vergeef ons onze schuld
      Zoals ook wij aan anderen hun schuld vergeven
      En leid ons niet in bekoring
      Maar verlos ons van het kwade. Amen.

    Pastoor:
    Omdat we samen met jullie verder willen groeien, gaan we nu samen van het brood eten.Wij willen er van eten om te laten zien dat we bij elkaar horen en met Jezus mee willen doen.
Lied :Vredeswens
    Door de communicanten.
    Geef mij je hand.
    Geef mij ze allebei
    En vertel me even
    Dat je niet kunt leve
    Zonder mij, zonder mij.
    Vrede voor jou,
    Vrede voor allemaal
    willen wij nu wensen
    aan alle mensen,
    Vrede, vrede, vrede.
    .
Lam Gods
    Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld
    Ontferm U over ons.
    Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld
    Ontferm U over ons.
    Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld
    Geef ons de vrede.

Uitnodiging tot de communie

Communielied: Vrede
    Witte wolken, water en lucht,
    een lachend kind in vogelvlucht.
    Huis in de zon, groen in de wei,
    vogelenzang en dat is voor mij.

      Refrein:
      Vrede, vrede, vrede
      voor mij en iedereen,
      vrede, vrede, open je ogen,
      vrede om ons heen. (2x)

    Een stille wenk, een lief gebaar,
    woorden van troost voor hem en voor haar.
    Een kleine dienst, dat maakt je blij,
    een goed gesprek en dat is voor mij. Refrein

    Een fijne kerk, een stralend licht,
    een goed gebed, een blij gezicht.
    Het samenzijn, niet ik maar wij,
    dat is voor U en dat is voor mij. Refrein
Slottekst: Een vriend
    Een vriend is als een paraplu bij regen.
    Hij vangt de grootste druppels voor je op.
    En zit het in je leven eens wat tegen
    dan maak je bij zo'n vriend gewoon een stop.

    Een vriend is als de schaduw in de hitte.
    Je blaast er stoom af als je ziedend bent.
    Hij is de boom waaronder je kunt zitten.
    Je voelt je daar begrepen en gekend.

    Een vriend is als een spiegel in je leven.
    Hij laat je zien wat goed is en verkeerd.
    Hij is niet bang om jou kritiek te geven
    en zegt je ook wat hij in jou waardeert.

    Een vriend toont als een regenboog alle kleuren.
    Het leven lijkt opeens veel minder grauw.
    En wat er verder ook zal gaan gebeuren,
    hij geeft het leven kleur, speciaal voor jou.
Slotlied: Alle kleuren van de regenboog.

Zegen en wegzenden