KRUL EN BRUL OP WEG

Krul en Brul gingen samen op weg naar een land
waar de leeuwen niet stoer hoefden te zijn en de schapen niet mak.
Eigenlijk kan het natuurlijk niet:
een lammetje en een leeuwtje samen op weg.
Alle dieren vond het dan ook heel vreemd
als ze hen samen zagen lopen.
Leeuwen horen lammetjes op te eten
en Brul zou dat ook moeten leren.
Maar Krul en Brul dachten er anders over.
Ze vonden dat alle dieren als vrienden met elkaar moesten omgaan.

En nu waren ze op weg naar het land waar dat al werkelijkheid was.
Waar ze dat land moesten zoeken, wisten ze ook niet.
Maar als je niet op weg gaat, komt er je zeker niet.
En zo trokken ze dag na dag door het land.
Ze stopten alleen om wat gras te eten
en om onder een struik te slapen.

Op een dag kwamen ze een hond tegen.
Die ging midden op het pad staan en blafte:
"Jij, schaapje, mag wel verder lopen,
maar dat leeuwenjong niet, dat is veel te gevaarlijk."
En de hond liet zijn tanden zien om indruk te maken.
Brul, die niet stoer wilde zijn, was bang voor de hond
en krabbelde al achteruit.
Maar Krul die niet mak wilde zijn, nam het voor hem op.
Hij ging recht voor de hond staan en mekkerde:
"Je hoeft niet bang te zijn voor Brul, hij doet niemand kwaad.
Maar de hond, die toch wel verbaasd was
dat Krul niet bang voor hem was, blafte:
"Ja, dat zeg jij. Maar iedereen zegt dat leeuwen gevaarlijk zijn."
Maar Krul gaf het niet op: "Je moet niet geloven wat iedereen zegt.
Er lopen wel een heleboel gevaarlijke leeuwen rond,
maar dat wil niet zeggen dat alle leeuwen gevaarlijk zijn.
Brul is in elk geval helemaal niet gevaarlijk."

De hond aarzelde even. Dit had hij niet verwacht.
"Waarom noem je hem dan Brul als hij niet gevaarlijk is."
Krul begon te lachen. "Brul kan heel hard brullen
maar daarom is hij nog niet gevaarlijk.
Ze zeggen toch ook: blaffende honden bijten niet.
Je hebt ook mensen met een grote mond en een klein hartje."
Hier werd de hond even stil van.

Want eigenlijk was hij ook iemand met een grote mond en een klein hartje.
Iedereen vond dat hij heel hard moest blaffen
maar eigenlijk was hij een goeie lobbes.
Hij vroeg: "Waar gaan jullie samen eigenlijk naartoe?"
"Naar het land waar alle dieren vrienden zijn," zei Krul.
En Brul die er bij was komen staan zei:
"Het land waar leeuwen niet stoer hoeven zijn en schapen niet mak
en waar de honden niet hoeven te blaffen."
"Oh," zei de hond. "In zo'n land zou ik ook wel willen wonen."
"Nou, ga dan met ons mee," zei Krul. "Je bent van harte welkom.
Dan zijn we al met zijn drieŽn die als vrienden verder gaan."

Even stond de hond te aarzelen maar toen nam hij een besluit:
"Ik ga met jullie mee."
"Dat is fijn," zei Krul. "Maar hoe heet je eigenlijk?
Ik heet Krul en mijn vriendje heet Brul, maar wat is jouw naam?"
"Ik heet ????, blafte de hond en toen gingen ze samen verder.






Vraag:
Bedenk een leuke naam voor de hond