De spreekbeurt.
Jan is op school aan de beurt om een spreekbeurt te houden. Hij weet echt niet waar hij het over moet gaan hebben. Hij denkt, en zucht en kreunt en . . . . . is niet om te genieten. Zijn vriendjes vinden het maar vervelend. Ieder idee dat zij voor hem verzinnen, wijst hij af. Hij vindt het of te moeilijk, of te saai, of: "Dat hebben ze pas gedaan!" Jan vindt praten voor een hele klas toch al erg moeilijk, hij kan nooit de woorden vinden, dan begint hij te hakkelen en te stotteren. Wanneer hij gewoon bezig is, of samen bij zijn vriendjes is, merk je daar niets van. Maar als hij in de klas iets moet vertellen, dan heeft hij daar echt problemen mee. Deze spreekbeurt is erg belangrijk, want het cijfer dat hij er voor krijgt telt mee voor zijn overgang. Dus moet Jan echt met iets goeds komen.
Die middag hebben ze afgesproken om te gaan vissen. Jan gaat toch maar mee, want onder het vissen, kun je soms lekker nadenken. Misschien krijgt hij dan wel een idee. Net hebben de jongens hun dobbers in het water gegooid, of er breekt een hevige regenbui los. Vlug pakken zij hun spullen bij elkaar en vluchten naar de boomhut. Snel klimmen ze naar boven, de hengels laten ze buiten staan, die kunnen wel tegen een buitje. Marja, Magda en Vera zitten al lang boven, die zagen de bui aankomen en zijn voor de eerste druppels vielen al naar boven geklommen.
De jongens ploffen op de grond. "Bah," zegt Peter, "wat een snertweer." "Vervelend," zegt Jan, "en ik wilde nog wel net eens nadenken over mijn spreekbeurt. Die moet volgende week klaar zijn en ik weet nog steeds niet waarover ik het moet hebben." Bart zit nadenkend rond te kijken: "Waarom doe jij het niet over boomhutten bouwen, daar weet jij heel veel van!" "Ja," zegt Vera en dan maak je een paar foto’s van onze hut." "Heb jij de werktekeningen, die jij ooit gemaakt hebt, niet bewaard," vraagt Magda, "die zijn ook leuk om te laten zien." "Je neemt gewoon al het gereedschap mee," vindt Peter, "dat kan makkelijk in jouw viskar. Wij helpen je wel met het naar binnen brengen. Als je dan eens uitlegt wat alles is en wat je er mee doet. Zo heb je toch zů een half uurtje volgekletst!"
Het gezicht van Jan klaart helemaal op, dat hij daar zelf niet aan gedacht heeft. Wat een goed idee, hij gaat gewoon les geven in boomhutten bouwen en . . . . daar weet hij alles van. Op de dag dat Jan zijn spreekbeurt moet houden, is hij vroeg op school. De fietskar zit vol met gereedschap. Gelukkig zijn Bart en Peter ook vroeg en als ook de meisjes komen is de kar al half leeg. Op een tafeltje in de klas, legt Jan al het gereedschap klaar. Dan haalt hij zijn werktekeningen voor de dag. Die had hij gelukkig bewaard. Hij maakt ze vast op het prikbord. Zo, nu kan iedereen zien hoe een boomhut ontstaat. Tenminste als je een tekening snapt.
Dat gaat Jan uitleggen. Hij heeft ook foto’s bij zich. Die heeft hij samen met Peter gemaakt. De boomhut staat er prachtig op. Jan is er best trots op. Als de les begonnen is en de meester Jan vraagt om voor de klas te komen, vindt hij het nog wel een beetje griezelig. Maar hij begint maar direct met uit te leggen wat een boomhut is. Al gauw is hij vergeten dat hij een verhaal in de klas houden, erg eng vindt. Hij kletst als een gieter , hij laat al het gereedschap zien en legt uit hoe je er mee werkt en waarvoor het is. Hij zaagt zelfs een plankje door, dat Bart voor hem vasthoudt.
De kinderen in de klas luisteren heel goed en sommigen zijn een beetje jaloers, vooral als Jan hun de foto’s van de boomhut laat zien. Zo’n plek om te spelen zouden ze ook wel willen hebben. Als Jan uitgepraat is vraagt een van de jongens. "Zeg, kun jij ons niet eens een keertje komen helpen met onze hut. Die valt bijna in elkaar en we krijgen het niet zoals wij willen." Daartoe is Jan best bereid. Hij belooft, samen met Peter en Bart een middagje te zullen komen helpen. Ook Vera, Marja en Magda komen dan mee, want ook zij zijn goed in het bouwen van boomhutten.
Het wordt een heel gesprek, iedereen heeft ideeŽn en vraagt aan Jan of zoiets mogelijk zou zijn om te maken. Als Jan opeens iets niet met woorden uit kan leggen, pakt hij een krijtje en tekent, wat hij in zijn hoofd heeft op het bord. De meester luistert en kijkt rustig toe. Als de bel gaat, voor de pauze, bedankt de meester Jan voor zijn bijzonder interessante spreekbeurt. Jan krijgt er een tien voor. "Ja, maar," stottert Jan, "ik heb dat toch niet helemaal alleen gedaan." "Daarom juist," zegt de meester, "je hebt iedereen er bij betrokken en alleen zů kun je een leuke spreekbeurt geven. Anders is het saai, gaat iedereen zich vervelen. Dit was een prima les in boomhutten bouwen!"
Jan straalt en buiten vliegt hij zijn vriendjes even om de nek, want ze hebben hem fantastisch geholpen. De kinderen zijn er echt van overtuigd, dat ze samen van alles kunnen; alleen is het veel moeilijker.

EVANGELIELEZING

Het eerste Pinksterfeest Verhaal uit de Handelingen van de Apostelen. (2.)

Op het feest van Pinksteren waren alle leerlingen, samen met de moeder van Jezus, in hetzelfde huis bij elkaar. Zij wachtten op de Helper die Jezus hun beloofd had. Plotseling kwam er uit de hemel een hevig geraas, alsof er een zware storm opstak. Het hele huis was er vol van. Er verschenen tongen van vuur die op ieder van hen neerdaalden. Ze werden allemaal vervuld van de Heilige Geest. Ze prezen God en zij prezen zijn Zoon, Jezus Christus. Veel mensen uit verre landen waren voor het feest naar Jeruzalem gekomen. Voor het huis waar de leerlingen verbleven, liepen zij te hoop. Zij stonden versteld, want ieder van hen hoorde de leerlingen van Jezus in hun eigen taal spreken. Onthutst zeiden ze tegen elkaar: "Wat moet dat betekenen?" Toen begon Petrus te spreken. Hij riep: "Luister naar mij. Ik zal het u uitleggen. Hier en nu wordt werkelijkheid wat de profeet JoŽl namens God aangekondigd heeft: "Op het einde van de tijd schenkt God zijn Geest aan alle mensen." Herinner u Jezus van Nazareth. Hij kwam in opdracht van God en verrichtte de machtige daden van God. U hebt het zelf meebeleefd. God heeft zijn Zoon gegeven. U hebt Hem aangeklaagd en door de Romeinen laten veroordelen. Hij is aan het kruis gestorven. Maar God heeft Hem uit de dood opgewekt. Wij allemaal zijn er de getuigen van. God heeft Hem verheven. Hij is de Messias." Veel mensen waren diep onder de indruk van de woorden van Petrus. Zij vroegen: "Wat moeten we doen?" Petrus antwoordde: "Begin een nieuw leven. Laat u dopen in de naam van Jezus Christus om vergeving te krijgen van uw zonden. Dan zal Hij u de Heilige Geest schenken." Velen luisterden naar Petrus en op die ene dag sloten drieduizend mensen zich bij de gemeente van Jezus Christus aan.

Leven met Jezus - sterven voor Hem. (Handelingen 2 - 8 ).

Van nu af traden de apostelen op in Jeruzalem. Zij genazen zieken en getuigden van het leven, het sterven en de verrijzenis van Jezus. Steeds meer mensen namen het geloof aan. De opperpriesters en de wetgeleerden van IsraŽl wilden dat de mensen Jezus zouden vergeten. Daarom namen zij de apostelen gevangen, ze onderwierpen hen aan een verhoor en verboden hen nog onderricht te geven, waarin zij de naam van Jezus noemden. Maar de apostelen trokken zich niets aan van dit verbod. Stefanus, een van de eerste diakens, werd gestenigd. Maar voordat hij bezweek onder een regen van stenen, riep hij: "Ik zie de hemel open. De Mensenzoon staat aan de rechterzijde van God. Heer Jezus, neem mij op." In Jeruzalem werd de gemeente van Jezus vervolgd. Degenen die hun geloof beleden, werden allemaal uit de stad verjaagd. Maar overal waar zij kwamen verkondigden zij wat God door Jezus Christus voor de mensen gedaan had. En overal stichtten zij nieuwe gemeenten.  

Voorbereiding.
Informatie voor de begeleiding.

Het eerste verhaal uit de ‘Handelingen" is het echte pinksterverhaal. Het tweede hoort er wel bij, want dit is het verhaal over het eerste begin van onze Kerk.

Het pinksterverhaal is in feite het verhaal over het ontstaan van onze Kerk.

Het pinksterfeest wordt altijd 50 dagen nŠ Pasen gevierd.

Er was toen dus weer een feest in Jeruzalem, dat klopt, want 50 dagen na Pasen vieren de Joden het feest "Sukkot", vertaald heet dit pinksterfeest. Het is een oogst- en dankfeest, als de eerste voorjaarsoogst binnengehaald is, voordat de hitte van de zomer alles op de velden verbrandt. Daarom was het zo druk in Jeruzalem en waren er velen vanuit andere delen van het land, zelfs vanuit andere landen; want ook toen woonden niet alle Joden in IsraŽl. Sommigen woonden in BabyloniŽ (het tegenwoordige Iran en Irak), sommigen in Egypte.

Vandaar al die vreemde talen.

Bij het pinksterfeest toont Petrus zich voor het eerst de grote leider. Hij heeft toen de "geest" gekregen.

Wat is nu in vredesnaam die Heilige Geest? Een reuze moeilijk begrip!!!!!! Hij is de derde persoon van God. Hij hoort daar bij op een manier, dat Hij er nooit los van gezien kan worden. De Heilige Geest was en is de leverancier van goede ideeŽn. Soms als iemand een onvoorstelbaar goede gedachte heeft gekregen, waar hij niet van weet hoe dat nu kan, dan zou dat wel eens het werk van de Heilige Geest kunnen zijn.

Dit heeft Hij heel uitdrukkelijk op dit pinksterfeest laten zien: bange, angstige, eenvoudige mensen kregen ineens het lef om te gaan spreken. Het wonder dat gebeurde, waardoor ieder de apostelen in zijn eigen taal hoorde spreken, was een bewijs van de aanwezigheid van de Heilige Geest.

In het dagelijkse leven wordt de geest vaak genoeg genoemd, "men kan geestdriftig zijn," "men kan geestig zijn." !

De Heilige Geest veroorzaakt de goddelijke vonkjes in ons leven, waardoor we het soms ineens weer zien zitten. Hij is beslist niet iets stoffigs, zonder Hem wordt het leven maar saai, want zonder nieuwe, vurige ideeŽn, verandert er niets. Daarom bidden wij om de Heilige Geest, niet om een beetje te gaan zweven, maar om plezier in het dagelijkse leven te krijgen: open te staan voor nieuwe dingen en bereid zijn veranderingen te aanvaarden.

In het tweede verhaal van de "Handelingen" staat dat Stefanus een "Diaken" was.

Een diaken was en is iemand die in de kerk een taak heeft. Hij is gewijd door een bisschop die hem de bijzondere opdracht heeft gegeven om voor het welzijn van de mensen in een parochie te zorgen. Vaak studeert een diaken nog een poosje door en wordt uiteindelijk priester. Toch is tegenwoordig de taak van een diaken weer wat duidelijker aanwezig. Hij staat soms wat dichterbij de mensen en spreekt hun taal.

Bij de eerste christenen moest een diaken zorgen voor armen en behoeftigen. Het woord diaken, zit ook in het woord "diaconie" dit is bij de protestanten een heel bekend begrip. Bij hen is het de zorg voor hun medemens, die in nood verkeert. Diaconessen zijn een soort protestantse zusters, die vaak in de verpleging werken.

Na het pinksterfeest zijn de apostelen uitgezworven over de, toen bekende, wereld. Petrus en Paulus zijn uiteindelijk naar Rome gegaan en daar ter dood gebracht

Over Petrus lees je meer in zijn hoofdstuk.

Verwerking.
Opdrachten, vragen en suggesties.

1. Bij Pinksteren horen vlammetjes; er hoort vuur bij! Er horen ook leuke ideeŽn bij. Dit is prima te combineren: maak van karton vlammetjes en laat hierop gedachten, ideeŽn, wensen schrijven door de kinderen. Maak er eventueel een slinger van. Misschien is hij te gebruiken als versiering bij een viering.

2. Denk met de kinderen eens na over vuur: wat voor soorten vuur zijn er? (vuur waar je warm van wordt, een brand, een kaarsvlam etc.) Vuur kan dus iets heel goeds zijn, als je het maar in de hand houdt en er voorzichtig mee omgaat.

Vurig is hier van afgeleid en het effect is hetzelfde: vergelijk: een vurig paard. Als de berijder dit niet goed in de hand houdt krijg je ook ongelukken. Ook mensen kunnen vurig zijn; geldt dan hetzelfde?????????

3. Misschien zijn er kinderen die bij het horen van de naam Heilige Geest, denken aan een soort heilig spook. Want een spook wordt ook wel een geest genoemd. Een soort geest uit de fles!!!!

Deze geest helpt wel, maar is een gedachte, een soort helpend idee. Je kunt dit aan de kinderen het beste uitleggen door te vertellen dat wat wij denken gebeurt in onze geest, niet alleen in onze hersenpan, maar het is misschien net een tikje meer. Dat beetje mťťr dat is de geest van iedere mens. Een mens kan heel saai zijn, maar ook heel geestig.

Als je dit zoiets moeilijks vindt om aan de kinderen uit te leggen, roep dan de Heilige Geest aan, misschien maakt Hij dan even een noodlanding!!!!!

4. In sommige streken van ons land is het de gewoonte om met Pinksteren een meisje te kiezen als pinksterbruid (de pinksterblom). Zij wordt in het wit gekleed en heeft bloemen in haar haren. Ze wordt door een dorp geleidt of gedragen terwijl het lied over de pinksterblom gezongen wordt.

Hier is onze fiere pinksterblom
en ik zou haar zo graag eens wezen.
Met haar mooie kransen op het hoofd
en met haar klinkende bellen.
Recht is recht, krom is krom,
Belief je nog wat te geven voor de fiere pinksterblom
Want de fiere pinksterblom moet voort.
Boer, ik vraag je voor de laatste keer,
heb je soms nog takkenbossen?
In het donker stoken wij het vuur
dat fikt en dat vlamt en dat knettert.
Vuur en vlam, rook en smook
zeg, danst misschien jouw mooie Trineke
deze avond ook?
met de fiere pinksterblom in het rond?
Ook richt men pinksterbomen op. Dit zijn palen met bovenop een wagenwiel, waaraan linten bevestigd zijn. Hier danst men zingend omheen.

Ook worden er pinkstervuren ontstoken ( vooral in Twente en in de Achterhoek).

Deze gebruiken komen voort uit de oude midzomerfeesten.

Je kunt de kinderen dit liedje leren ( eventueel hulptroepen inschakelen).

Het is niet zo ingewikkeld om een pinksterboom te maken.. Door de linten vast te houden te dansen, worden de linten om de paal geweven.

In Noord-Holland heeft men nog een gebruik met Pinksteren: op pinksterzaterdag, vieren ze daar LUILAK.

Kinderen trekken daar vroeg langs de huizen met een boel lawaai: blikjes achter fietsen, toeters, bellen, om iedereen maar vroeg uit bed te trommelen. Er werd bijgehouden wie het langste sliep; die moest trakteren!

5. Er bestaan landkaarten waarop de wereld rond de Middellandse Zee te zien is, en waarop je kunt laten zien, waar de eerste christengemeenschappen ontstonden. Omdat Rome toen de belangrijkste hoofdstad van de wereld was en veel invloed had, is deze stad ook de hoofdstad van onze kerk geworden.

Het christendom heeft zich verspreidt als een olievlek. Een olievlek op het water kun je zien, maar wel moeilijk. Om dit symbool aan de kinderen zichtbaar te maken, neem je een teiltje water (oud teiltje!!!!!!!!) . Dan neem je wat olieverf, die verdun je met wat terpentine en die giet je op het water. Nu zullen er leuke figuren ontstaan. Als je hierop (voorzichtig) een vel papier legt, neemt dat de kleuren en de vormen op, en kun je laten zien, hoe een druppel een enorm vlak kan bedekken. Als je het uitgelegd hebt, kun je daarna de kinderen laten experimenteren, met verschillende kleurtjes. Doe dit buiten of op een heleboel plastic!!!!!( Deze techniek heet "vloeimarmeren").

6. Omdat de Heilige Geest ook vaak voorgesteld wordt als een witte duif, kun je met de kinderen duifjes maken: vredesduifjes. Het symbool van vrede is een olijftakje in de snavel. Het kan van papier, van klei, van vilt!!!!

7. Als het mooi weer is, behandel dit hoofdstuk dan heerlijk buiten. Uiteindelijk is Pinksteren een van de vrolijkste feesten en die mag je vieren in een voor kinderen prettige omgeving. Eerst een lekkere wandeling en dan naar een verhaal luisteren gaat best!!!!!!