Geheimen horen bij het leven!

Een geheim bewaren

Het is een vreemde toestand in de klas : de school is al lang begonnen, maar de meester is er nog niet. De kinderen zitten te wachten en beginnen zich een beetje te vervelen. Ze snappen er niets van. Vera vertelt dat ze de meester wel gezien heeft. Hij ging het kantoortje van het hoofd binnen en daar zal hij dus nog wel zitten. "Laten we maar wat gaan doen," zegt Peter. Hij voegt de daad bij het woord en zet een computer aan en zoekt een spelletje op. "Wat ga je spelen," zegt Sjoerd, die achter een andere computer gekropen is. " Mijnenveger," zegt Peter, "ik wil mijn eigen score verbeteren. "Zullen we eens tegen elkaar spelen," stelt Sjoerd voor, dat vindt Peter een leuk idee en al gauw horen of zien ze niets meer, zo zijn ze verdiept in het opsporen van alle verborgen mijnen. Ook Jan en Bart kruipen achter een computer en doen mee met de wedstrijd. "Nee, joh, kijk uit," roept Marja, "daar zit er vast een, want die ligt tegen twee mijnen aan." Bart kiest gauw een ander vierkantje en gelukkig het gaat nog goed, maar zo snel als Peter en Sjoerd is hij niet. Vera is in een rustig hoekje gaan zitten, want zij heeft een heel spannend boek bij zich, dat ze nu mooi even uit kan lezen. Marja en Eveline zijn met de muziek bezig, want er moeten voor de joekskapel noten over geschreven worden, als de bugels en de trompet namelijk dezelfde noten spelen als het keyboard, klopt er niets van. Magda heeft op de muziekschool gevraagd hoe dat komt en daar zeiden ze dat de trompet en de bugel alles drie halve tonen hoger spelen dan dat er staat voor het keyboard. Zij moet dus alles drie halve tonen lager gaan spelen en dat is erg ingewikkeld. Samen met Eveline is ze dit probleem aan het uitpluizen , het valt niet mee. De eerste regel van een liedje hebben ze al, nu de rest nog.
De kinderen zijn zo verdiept in hun bezigheden dat ze niet eens merken dat de deur open gaat en de meester binnenkomt. Pas als hij eens kucht en zegt dat hij het fijn vindt dat ze zo ijverig met hun schoolwerk bezig zijn, kijken de kinderen op. Nu ja, "schoolwerk" !!!!!! De meester doet net of hij niet merkt, dat er spelletjes gespeeld werden, hij gaat zitten en kijkt heel ernstig. De kinderen hebben in de gaten dat er iets aan de hand is en Vera durft de meester te vragen wat er is. "Is er iets gebeurd," vraagt ze. "Nee," zegt de meester, "er gaat iets gebeuren." "Wat dan," bemoeit ook Peter zich er mee, "he toe, meester vertel eens, laat ons niet zo in spanning zitten." "Ik zal jullie vertellen wat er aan de hand is, als jullie beloven dat jullie nog eventjes je mond kunnen houden, over wat ik ga vertellen. Vanavond is het namelijk ouderavond en dan wordt het nieuws officieel bekend gemaakt. Ons hoofd van de school, moet namelijk ophouden met werken. Hij is ziek, maar kan met veel rust en een goede behandeling weer beter worden. Hij zal echter nooit meer mogen werken."
De meester stopt even om dit nieuws te laten doordringen bij de kinderen. "Is het heel ernstig, wat hij heeft," vraagt Vera. "Ja, het is heel ernstig, daarom was hij ook zo vaak niet aanwezig," antwoordt de meester. "En moest u hem vervangen," zegt Jan. "moet U hem nu ook gaan vervangen," vraagt Peter, die een beetje begint te snappen, waar de meester heen wil. "Niet alleen vervangen, ik word het nieuwe hoofd van de school," antwoordt de meester. "En u blijft ons dan gewoon les geven, want zoveel heeft een hoofd toch niet te doen," vindt Bart, die niet zo erg van grote veranderingen houdt. "Dat zal moeilijk gaan, want een hoofd heeft veel meer te doen, als dat jullie in de gaten hebben," zegt de meester. "Dat betekent dus, dat wij een nieuwe meester krijgen," zegt Vera. "Niet beslist een nieuwe meester, het kan ook een nieuwe onderwijzeres zijn. Daarover vertel ik later wel," zegt de meester. "Het is wel moeilijk om hier thuis niet over te praten," zegt Marja en Magda knikt daarbij ijverig, want het lijkt haar ook een heksentoer. "Ik denk dat jullie groot genoeg en verstandig genoeg zijn om een dag, een geheim te bewaren. Ik heb het jullie nu vertelt, omdat jullie mijn klas zijn en . . . . . mijn beste vriendjes. Daarom vertrouw ik erop dat jullie mij ook zullen helpen. Jullie helpen het beste door het mij aan alle ouders tegelijk te laten vertellen." "Dan zijn die in ieder geval niet op hun tenen getrapt," zegt Jan, "daar moet je met volwassen mensen erg voor uitkijken, zegt mijn vader altijd." "Jongens laten we maar beloven, dat we alleen onder mekaar er over praten, dat houden we best een dagje vol en . . . . . we gaan gewoon vanavond vroeg naar bed," zegt Vera. "Met een mooi boek zeker," zegt Bart, "mij niet gezien, we gaan fijn muziek maken in de boomhut, dat is veel leuker." "Zeg meester," zegt Sjoerd, "u bent nu ineens natuurlijk veel belangrijker geworden. Nu moeten we u natuurlijk veel eerbiediger behandelen." "We moeten nu natuurlijk netjes meneer zeggen," zegt Peter. "En er opletten dat we altijd "u" zeggen," vult Jan aan. De meester begint te lachen en zegt : "Volgens mij verandert er niet zoveel, als jullie mij graag "meester" noemen dan doe je dat maar gewoon. Dat "u"- zeggen houden jullie toch niet vol, begin daar dus maar niet aan." "Meester, wie komt er nu?" vraagt Marja, die echt heel nieuwsgierig is, "is het iemand van school?" "Nee," zegt de meester, "het is niemand van school en meer wil ik er niet over zeggen, morgen zullen jullie het wel zien. Een dagje geduld nog." Van lesgeven komt die dag niet veel terecht. Gelukkig staat er gymnastiek op het rooster en kunnen ze zich lekker uitkuren bij een spannend spel. Aan het eind van de middag leest de meester nog een spannend verhaal voor , zo is de schooldag om voordat ze er erg in hebben. Na schooltijd gaan de kinderen maar naar de boomhut en blazen en trommelen er een deuntje. De muziek die Magda die ochtend veranderd heeft, blijkt te kloppen, nu klinkt het ineens niet meer zo vals. Vooral Bart tettert er vrolijk op los, helaas vergeet hij wel eens, dat er noten bestaan, waar je ook naar moet kijken en dan is ineens iedereen de melodie kwijt. Vera slaat op de maat mee, met een paar deksels en dat is nog leuk ook! Zo vliegt de tijd en vergeten ze een beetje het grote geheim. Die avond zijn alle kinderen thuis erg rustig en vooral druk bezig met van alles. Omdat de ouders die avond vroeg weg moeten naar de ouderavond, valt het bewaren van dit geheim, eigenlijk best wel mee.

EVANGELIEVERHAAL:

Wie Jezus eigenlijk is!( Lucas 9,18-22)
Wie is Jezus eigenlijk? Een van de profeten? Nee, zegt Petrus, Hij is de Zoon van God. Jezus vraagt zijn leerlingen dit voorlopig geheim te houden.

Voorbereiding
Informatie voor de begeleiding.

De kinderen leren dat het belangrijk is om te kunnen zwijgen en een geheim te bewaren. Soms mag je zaken niet doorvertellen om anderen niet te kwetsen. Sommige dingen die je in vertrouwen worden verteld, mag je nooit doorvertellen.
In dit stukje evangelie (stukje evangelie heet officieel: evangelie-pericoop), voorspelt Jezus zijn eigen dood. Dit doet hij om zijn leerlingen hierop voor te bereiden. ( net zoals de meester de kinderen voorbereid op zijn verandering van functie) .

Elia was een profeet uit het Oude Testament. Hij was een heel belangrijke, en er staat beschreven dat hij niet gestorven is, maar met een wagen met vurige paarden ervoor naar de hemel is gegaan. Daarom dachten sommige Joden, dat Jezus Elia was, die teruggekomen was uit de hemel. Wil je meer weten over Elia, kijk dan in " God preekt tot zijn kinderen", nummer 30, 31 en 32. Dit is best een leuk verhaal om voor te lezen.

Petrus treedt voor het eerst hier op als woordvoerder van de apostelen. Zijn tekst is profetisch!!! En best moeilijk. De Joden geloven (ook nu nog) dat er een Messias, dit is een door God gestuurde afgezant, zal komen, om hen te bevrijden. Jezus is die door God gestuurde persoon, hij is de zoon van God. Hij is gekomen om de mensen te bevrijden en hen zijn blijde boodschap te brengen. (evangelie betekent letterlijk "blijde boodschap") .

Dat er een Messias zou komen, was voorspeld door de profeten, heel veel van die voorspellingen zijn in het leven van Jezus uitgekomen. Omdat de Joden - al voordat Jezus leefde - vaak vervolgd zijn, in ballingschap zijn geweest in BabyloniŽ , in Egypte, vervolgd zijn door de AssyriŽrs , hoopten zij dat die Messias hen zou redden van alle volkeren die hen bedreigden in hun bestaan. In Jezus zagen zij dan ook iemand, die hen van de Romeinen zou kunnen bevrijden, want dat waren toen degenen die hun land bezetten. Dat ook de christenen mee zouden gaan doen aan het vervolgen van de Joden, is natuurlijk een kwalijke zaak. Het maakt het des te belangrijker om begrip voor elkaar ideeŽn en opvattingen te krijgen.
Uiteindelijk is ons geloof voortgekomen uit het Jodendom en hebben wij er heel veel aan te danken. (bijv. het Oude Testament, het Onze Vader - wat een Joods gebed was, dat Jezus aangepast heeft - veel van onze kerkelijke feesten hebben een Joodse oorsprong.). Maria was een joods meisje, Jezus was een Jood, dat vergeten we wel eens.

Verwerking
Vragen, suggesties en opdrachten

1. Dat je een geheim ook niet moet doorfluisteren is eenvoudig duidelijk te maken door : Zet de kinderen in een kring en fluister een kind, iets in het oor. Dit kind fluistert wat ze gehoord heeft bij haar buurtje in het oor en zo gaat het de kring rond. Waarschijnlijk is dan de hele boodschap veranderd. De boodschap mag maar een keer gezegd worden en het laatste kind zegt het hard op. (mooi woord hiervoor: Hottentottententententoonstellingportierspetje. Dit wordt gegarandeerd een ramp!)

2. Ook zonder woorden kun je kontact zoeken met elkaar, het is veel moeilijker om dit te ontdekken : Spelletje : Telefoontje. Zet de kinderen in een kring. Laat ze elkaar de hand geven, zet een kind in het midden. Een kind zegt:" Ik telefoneer met........( noemt een naam van een kind in de kring), door onmerkbare kneepjes in de handen wordt het "telefoontje" door gegeven. Het kind in het midden moet proberen op te merken wanneer er geknepen wordt, als ze dat ziet, is degene die knijpt af en moet in het midden.

3. Na een van deze spelletjes, of allebei want je hoeft het niet zo lang te doen, bespreek je met de kinderen wat ze gezien en geleerd hebben. De bedoeling is dat ze in de gaten hebben dat een geheim, dat je doorfluistert, een hele andere inhoud kan krijgen ........zo komen dus geruchten in de wereld. Door het telefoontje kun je aan tonen, dat als is er nog zulk voorzichtig kontact, het kan toch opgemerkt worden . De conclusie moet dan ook zijn : als je een geheim wilt bewaren moet je er echt over zwijgen.

4. Geheimen zijn nogal eens aanleiding tot geruchten en geruchten kunnen roddels worden. Er bestaat een hele industrie om roddels financieel uit te buiten, neem als illustratie eens een paar roddelbladen mee : Story, Privť! Wat vinden de kinderen hiervan. Laat ze in een blad eens een artikel op zoeken, waarvan ze echt niet geloven dat het waar is. Zouden zij het leuk vinden als er over hen in zo’n blad geschreven werd, over over hun vader of moeder?

5. Geheimen hebben is ook best spannend, en wanneer ze samen een geheim hebt, heb je ook een bepaalde band met elkaar. Jezus maakt in dit stukje evangelie gebruik van dit verschijnsel. Er zijn ook nu groepen die , door geheimen, hun leden binden, soms zijn die geheimen zo sterk, dat de leden niet de kans krijgen om bij de groep weg te gaan, en soms kan het hun zelf het leven kosten. Dit soort groepen kunnen heel gevaarlijk zijn. Praat hier ook eens met de kinderen over en denk samen na over voorbeelden van dit soort groepen . [ Maffia, drugsbenden, en........sommige sektes. Probeer aan te sluiten bij de aktualiteit, neem eventueel krantenartikelen mee om het duidelijker te maken.]

6. Maak eens een grote doos, laat ieder kind daar een geheimpje, op een velletje papier geschreven in doen, en ga samen met de groep, de doos zo goed dichtmaken dat deze niet meer open kan. Als iedereen vindt dat de doos beslist niet meer open gemaakt kan worden, haal dan een scherp mes ( Stanley-mes bijvoorbeeld) te voorschijn en snijdt de doos open. Schudt de papiertjes met de geheimen op tafel, zodat de kinderen zien, dat een geheim opschrijven erg gevaarlijk. Ga nu met ze naar buiten en verbrand daar de briefjes. [ misschien kun je eerst hier met ze over praten en ze zelf op het idee laten komen om de briefjes te gaan verbranden.

7. Een mogelijkheid om een roddel duidelijk te maken: Geef ieder kind papier en pen. Jij gaat een verhaaltje vertellen en de kinderen moeten steeds hun antwoorden hierbij opschrijven.
Mevrouw Pietje Puk, gaat zondag naar de kerk. Ze heeft die zondag een groene jurk aan want ze zal wel......... [ laat de kinderen op schrijven, waarom mevrouw P.P. een groene jurk aan heeft]
Haar haren zitten heel mooi , dus ze zal wel..........[ kinderen op laten schrijven waarom haar haren zo mooi zitten].
Ze gaat naast een heer zitten, die zal ze wel........[ aanvullen door de kinderen] .
Ze loopt met de heer de kerk uit en ze stappen samen in een auto.......[ ze zullen wel..........]
Als ze wegrijden, zwaait mevrouw P.P. naar een dame, dat zal wel.......[aanvullen].
Vergelijk nu wat de kinderen opgeschreven hebben. Daar zitten beslist verschillen in. Van te voren, moet je zelf ook een invulling van het verhaal hebben en dat lees je dan voor.