Het is altijd uitkijken, anders loop je verloren!

Een nachtelijke dropping.

De jongens hebben wat uitgedacht. Vooral Peter en Jan hebben zin in een echt avontuur. Omdat het Bart nooit dol genoeg kan zijn, is ook hij er gelijk voor te vinden. Een dropping, en die echt midden in de nacht. Dat lijkt hun geweldig !!!!
Maar of zij er toestemming van hun ouders voor zullen krijgen om s' avonds er met z 'n zessen op uit te gaan. Dat is een grote vraag. Vera zegt: "Als we met een grotere groep gaan, vinden mijn vader en moeder het vast goed. "Ja, natuurlijk!" zegt Peter, "als we die kinderen van het vakantiepark eens vragen mee te gaan. Dan zijn we met z 'n twaalven, dan kan er niks gebeuren." "Dan mogen we vast wel !", zegt Marja. "Zullen we dan nu naar het vakantiepark gaan, om het hun te vragen", zegt Jan. Op het park wordt met Fons, die zo 'n beetje de leider is van een groepje kinderen wat daar samen optrekt, afgesproken dat ze de volgende avond bij Jan samen zullen komen. Jan zal aan zijn vader vragen of hij hen, met het busje ergens heen zal brengen. "Dat doet hij vast wel", zegt Jan, vol vertrouwen.
Inderdaad de volgende avond om tien uur, zijn alle kinderen bij Jan. Het is al bijna donker en toch heel spannend. Ze kruipen allemaal in de bus. "Eigenlijk mag dat niet," zegt vader van Jan, "maar voor deze ene keer, zal ik het doen". Om het nog spannender te maken, knopen ze allemaal een theedoek voor hun ogen, zodat ze echt niet zien waar ze heen gaan. Na een kwartiertje voorzichtig rijden stopt Jan z 'n vader. "Hier is het, stap maar uit". De kinderen staan op een open plek, midden in het bos. "Pas goed op en bij elkaar blijven, tot ziens, jongens", zegt de vader. Hij start de bus en rijdt weg. Nu moeten ze zelf de weg terug zien te vinden. Dat is moeilijk, want ze hebben geen idee waar ze zijn. Peter schijnt met zijn zaklantaarn in het rond. "Als we de bandensporen volgen, weten we in ieder geval hoe we uit het bos moeten komen," zegt hij. "lijkt me niet zo'n best idee", zegt Jan, "want Pa heeft vast een ontzettend eind omgereden". "Laten we dat pad, wat er naast ligt maar proberen", zegt Fons, die als leider van "zijn" groep ook wil laten merken dat hij goede ideen heeft. De kinderen lopen een smal bospad in. Het wordt nu echt hl donker ! In de verte horen ze een uil roepen, Marja en Magda vinden dat maar een eng geluid. "Als we nu eens een liedje zingen", zegt Vera, "dan is het niet zo griezelig meer". "Wij zijn niet bang", begint Bart te zingen. De anderen vallen in en al zingend is het net of het een beetje lichter wordt. Dit klopt ook want ze zijn aan de rand van het bos en ze zien een grote akker voor zich liggen. "Waar een akker is, is een boerderij in de buurt", zegt Peter, "dan zijn we weer in de bewoonde wereld".
Ze lopen langs de akker en zien een huis in de verte. Er staat ook een straat naambordje "Holleweg", waar is dat nu. Alle dorpen in de omgeving hebben een "Holleweg". Hiermee schieten ze dus niet zoveel op. Bart heeft een slim idee: Hij klimt in een hoge boom om te kijken of hij soms een kerktoren ziet. Een kerk staat meestal midden in een dorp en dan weten ze gauw genoeg waar ze zijn. Hij ziet in de verte een toren, dat is wl een eind lopen.
Ze besluiten eerst maar wat te eten, want van al dat lopen krijgt je honger. Peter, Vera, Jan en de anderen van hun groep halen hun boterhammen uit hun rugzak. De andere kinderen staan wat beteuterd te kijken. "Wat is er .......?", vraagt Vera aan Marly, een van de meisjes van de andere groep. "Wij zijn vergeten om brood mee te nemen," antwoordt deze, want Fons zei, dat we geld voor een frietje mee moesten nemen, dat zou wel genoeg zijn." "Neem dan nu maar een boterham van mij", zegt Vera. Zo wordt het brood en drinken gedeeld en gaan ze met veel lichtere rugzakken weer op weg. Het is een hele tippel. Als ze in het dorpje komen, blijkt dat niet hun eigen dorp te zijn ! Dat ligt nog 5 kilometer verder op. Fons stelt voor om nu eerst maar eens een frietje te gaan eten. Helaas de friettent is al lang gesloten. Dat is een grote tegenvaller, De laatste snoepjes worden verdeeld en zo gaan ze op pad om dat laatste vijf kilometers te lopen. Moe en hongerig komen ze na anderhalf uur bij het huis van Jan. Wat een geluk, de moeder van Jan zit op hen te wachten met..........een stapel pannenkoeken !!!!! Met bolle buikjes gaan ze naar huis en gauw naar bed. De volgende morgen slapen ze een gat in de dag.

EVANGELIEVERHAAL:

De tien bruidsmeisjes.(Matteus 25 1-13)
Vijf meisjes waren zo verstandig om olie mee te nemen, de andere vijf waren dat vergeten. Voor hen ging het feest niet door.


Voorbereiding

Doel:

Gewoon heel praktisch: leren om vooruit te denken: je moet kijken wat je nodig hebt als je ergens aan begint. Met alleen een goede bedoeling kom je er niet: je moet ook je verstand gebruiken en je voorbereiden.

Jezus wijst iedereen gewoon op zijn eigen verantwoordelijkheid en omdat kinderen prima in staat zijn een stukje verantwoordelijkheid te dragen is het goed om dit flink te laten uitkomen.

    Wie was Johannes de Doper. Hij was een neef van Jezus, de zoon van Elisabeth en Zacharias. Elisabeth was al heel oud toen ze hem kreeg.
    Maria is haar toen gaan helpen.

    Zacharias was een van de priesters van de tempel in Jerusalem.

    Johannes is waarschijnlijk lid geweest van een andere geloofsrichting in of (naast) het jodendom: de Essenen. Deze woonden in de woestijn van Judea bij de Dode Zee. Deze mensen trouwden niet, kregen geen kinderen. Van hen zijn er schriftrollen gevonden in de grotten van Qumran, (die kun je nu in het Isral museum gaan bekijken).

    Johannes preekte ook, bij de Jordaan - daar kwamen de mensen water halen, dus altijd publiek en hij doopte in de Jordaan. Dopen = onderdompelen = reinigen van lichaam en geest. De joden kenden rituele baden, Johannes deed het in de natuur. Jezus is door Johannes ook gedoopt en daarbij is geopenbaard dat Jezus de zoon van God was.

Maak van deze bijeenkomst een fijne doe-bijeenkomst want de teksten geven daar alle aanleiding toe!!!!!

Verwerking:
Opdrachten / vragen / suggesties

1] Wat vinden jullie van het Evangelieverhaal ? Wie kan 't in het kort navertellen ?
2] Waarom kun je brood wl delen en olie voor het licht niet delen ?
( daar gaat de lamp niet langer maar korter branden )
3] Hoe zag zo'n olielamp eruit ?

Suggestie: steek tijdens de bijeenkomst eens een olielampje aan !

4] Wat heeft zo 'n lamp behalve olie nog meer nodig ? (zuurstof, lont/pit en katoentje)
5] Waarom gebruikten de mensen vroeger olielampen en veel minder kaarsen ?
(kaarsen waren duur en gaat snel uit door de wind)
6] Wanneer steek je een kaars aan ?
7] Wat zou jij allemaal meenemen als je op een dropping ging ?

Suggestie: ik ga op dropping en ik neem mee................

8] Hoe kun je contact krijgen, als je op een onbewoond eiland zit en je ziet in de verte een boot en het enige wat je hebt is een bos takken ? Hoe gaat dat ?
9] Weet jij een methode om in het donker (zonder telefoon) berichten over een grote afstand over te brengen. (Seinen met zaklamp) 

Suggestie: Misschien kun je wat doen met het Morse-alfabet ! 

Suggestie: Andere vormen van contact dan door spraak is gebarentaal, denk o.a. aan het spel Hints.

Suggestie: Laat in het braille op een kaartje zetten bijvoorbeeld fijn dat je kunt zien.

Geef de kinderen een vertaling van het alfabet in brailletekens, leuk om te doen, maar zo ervaren de kinderen hoe moeilijk dat is en dat het veel tijd kost.