Mensen hebben soms ten onrechte een slechte naam!

Een verre fietstocht

De groep vrienden heeft er de smaak van te pakken van om er verder op uit te trekken. Het is schitterend weer en ze hebben afgesproken vandaag een grote fietstocht te gaan maken. Bart heeft een route-kaart en beweert te kunnen kaartlezen. De anderen geloven dat maar, want zelf kunnen ze het geen van allen. Het is best moeilijk om wijs te worden uit al die streepjes!
Bart fietst voorop en wijst de weg. Ze fietsen door een prachtig bos en komen, daarna op een heide terecht. Het is wel een beetje vreemd dat de paadjes steeds smaller worden. En nu staan ze voor een slootje, waar geen brug overheen is. Dat zal dan zo wel horen, ze trekken hun schoenen uit, nemen de fietsen op hun schouders en waden naar de overkant. Daar ploffen ze op de grond, even rust.
Vera vraagt: "Bart, laat mij eens op de kaart zien waar we nu zijn." Bart pakt de kaart en wijst. "Dat lijkt een dikke streep", zegt Vera, "geven ze zo'n klein smal weggetje zů duidelijk aan ?" "Natuurlijk", zegt Bart, "anders kun je toch niet zien waar je fietsen moet."
Het zal dan allemaal wel zo zijn en na een minuut of tien, stappen ze weer op en rijden vrolijk verder. Na een half uurtje zien ze een hek, dwars over het pad staan. "Dat is om de koeien tegen te houden, het zou gevaarlijk zijn als wij die hier tegenkwamen", zegt Bart!
Met vereende krachten tillen ze de fietsen over het hek en gaan weer verder. Het lijkt of er geen einde aan dit pad komt. Huizen zien ze niet en ze komen ook niemand tegen. Na anderhalf uur, gaan ze eten. De rugzakken worden uitgepakt en iedereen heeft flink trek. Omdat Bart beweert dat ze niet zo heel ver van huis zijn, eten ze bijna al hun brood op. Bart zegt: "Als we nog een half uurtje fietsen komen we op een grote weg. Dan moeten we links af en dan rijden we weer naar huis."
Na een half uurtje is er van alles te zien: bomen, heide, vlinders en af en toe een konijntje, maar........geen grote weg! Peter vertrouwt het niet helemaal, hij zegt, "Volgens mij zijn we een beetje verdwaald!" "Wel nee," zegt Bart, "we fietsen gewoon veel te langzaam." "Nietwaar", roept Marja, "jullie fietsen veel te hard, wij kunnen het bijna niet bijhouden !" "Laten we maar gewoon doorrijden", vindt Jan, "dit pad moet toch ergens uitkomen, want zů groot is Nederland nu ook weer niet."
Nadat ze nog een uur gefietst hebben, al het brood op is, al het drinken op is en ook alle snoepjes op zijn, zien ze in de verte een boerderijtje. "Ha, gelukkig, mensen!" zucht Magda, die toch wel erg moe is geworden. Ze rijden naar de boerderij en bellen aan. "We vragen of we water mogen drinken en gebruik mogen maken van het toilet en........waar we zijn", zegt Peter.
Bart zegt niets meer, want hij is bang dat hij toch niet zo heel goed kaart kan lezen. Er doet een oude vrouw open. Ze kijkt heel verbaasd als ze de kinderen ziet en maakt een gebaar of ze de deur voor hun neus dicht wil gooien. Vera stapt vlug naar voren en zegt: "Mevrouw kunt u ons misschien vertellen waar we zijn. Ziet u we zijn een fietstocht aan het maken en nu zijn we een beetje verdwaald." "Oh," zegt de vrouw, "zijn jullie dan niet hier van het dorp ?" "Nee," zegt Vera, "we weten niet waar we zijn en we hebben ontzettende dorst, enne.....een paar van ons moeten hoognodig, mevrouw."
Het gezicht van de vrouw verandert....het wordt vriendelijker. "Dus jullie zijn geen kinderen van het dorp," vraagt ze nog eens, "dat had ik eigenlijk wel kunnen weten !" "Waarom mevrouw", vraagt Peter, die nu ook nieuwsgierig wordt. "Kinderen van het dorp zouden nooit bij mij aangebeld hebben. Die blijven hier allemaal uit de buurt. Ze zijn bang van mij en noemen mij "Gekke Marieke". "Mogen we wťl even gebruik maken van het toilet en a.u.b. wat water drinken", vraagt Magda, "Ja hoor, kom maar binnen. Daar is de w.c. en hier is de kraan en hier zijn wat kopjes." Marieke begint in haar keuken te redderen. Ze haalt een paar flessen uit een kast.
"Lusten jullie soms eigen gemaakt bramensap?" vraagt ze. Dit had ze niet hoeven te vragen, want daar hebben ze allemaal zin in. Water is tenslotte maar water. Ze gaan aan de keukentafel zitten en, o, wat heerlijk, Marieke heeft ook nog een grote, volle trommel eigen gebakken koekjes ! "Zo", zegt Marieke, "en laat me dan nu die kaart maar eens zien. Dan gaan we eens kijken waar jullie vandaan komen". Het blijkt dat de kinderen bijna bij de Belgische grens zitten. Ze zijn dus flink afgedwaald. Bart zegt helemaal niets meer!!! Met een potlood tekent Marieke op de kaart de kortste weg naar huis.
"Moeten jullie niet even jullie ouders opbellen, om te vertellen wat er aan de hand is. Anders maken ze zich vast zorgen om jullie", zegt ze. Dat is een goed idee, en nadat ze gebeld hebben, vertrekken ze voor de terugtocht. Nķ heeft Vera de kaart en rijdt voorop, dat lijkt iedereen toch wťl veiliger.
Marieke heeft de kinderen voor onderweg nog een stapel boterhammen meegegeven. "Dat was een aardig mens," zegt Marja, "ik snap niet dat de kinderen in het dorp haar "gekke Marieke" noemen". "Och", zegt Vera, " ze ziet er een beetje streng uit, maar dat geeft toch niet !"
Na een lange tocht komen de kinderen veilig thuis, het is dan al donker, maar hun ouders zijn gelukkig niet ongerust geweest.

EVANGELIEVERHAAL:

De Samaritaanse vrouw bij de waterput.(Johannes 4,1-45)
Joden en Samaritanen lagen elkaar niet. De Samaritaanse vrouw is dan ook heel verbaasd als Jezus toch tegen haar begint te praten.


Voorbereiding

doel: De kinderen leren hoe gemakkelijk je je in iemand kunt vergissen.

    Bovendien kan iemand zich ook nog anders ontwikkelen in een nieuwe situatie.

Creatieve manier om te openen. Deze keer een paar mensen van de leiding verkleden zich onherkenbaar (maskers of goed schminken) Laat de kinderen vertellen wat ze van deze figuren denken (niet al te lang!) en dan gooien ze de verkleedspullen af, zodat de kinderen kunnen zien wie het werkelijk zijn.

    In IsraŽl werden steden alleen gebouwd op de plaatsen waar een bron was. Bij Jerusalem was (is) er een bron in het Kedrondal, dit ligt aan de oostkant van de stad. Bij Siloam, was ook een bron (ligt ten zuiden van de stad).
    Hier was een bad, waar zieken heen gingen om genezing. Op de oostelijke oever van het Kedrondal ligt de Hof van Olijven waar Jezus in doodsangst op een rots gebeden heeft. (Nu is daar een kerk overheen gebouwd, waarin je de rots kunt zien!) Naast de kerk is een tuin met erg oude olijfbomen (een is 1500 jaar oud, volgens plantkundigen).
    Vanaf de bron werd het water uit het Kedrondal met een tunnel de stad in gebracht, zodat de stad ook wanneer die belegerd werd, niet zonder water kwam te zitten.
    Een andere oplossing om aan water te komen was: regenwater opvangen en bewaren in cisternen, dit waren hele grote stenen waterreservoirs. Die hebben zo bij opgravingen in en rond Jerusalem ook nogal wat gevonden.

    Samaritaanse vrouw

    Zij was een inwoonster van Samaria, - een deel van IsraŽl tussen Judea en Galilea. De Samaritanen vereerden God niet in Jerusalem, maar op een berg Gerizim in Samaria.
    De Joden en Samaritanen konden (en kunnen) elkaar niet luchten of zien! Er woont nog steeds een heel klein groepje Samaritanen in IsraŽl.

    Vader Jacob.

    Jacob was een van de aartsvaders. Hij was op weg naar het beloofde land,
    ‘s nachts in z’n slaap kwam er een engel, waarmee Jacob ging vechten. De volgende morgen was hij gewond aan zijn heup. (Daarom eten Joden nooit vlees van die spier!) en veranderde Jacob van naam: hij werd vanaf toen IsraŽl genoemd.

Verwerking
Opdrachten / vragen / suggesties

1) Wat vind je van het evangelieverhaal ? Kun je 't in 't kort navertellen ?

2) Soms zijn mensen heel anders als dat je denkt ! Weet jij daar voorbeelden van ?

3) Kennen jullie iemand waar je eigenlijk een beetje bang voor bent? Is daar een goede reden voor ?

4) Wat vertelt Jezus bij de bron ?

5) Wat kun je doen om iemand beter te leren begrijpen ?

Suggestie:

    Vertel iets over het verschijnsel bron in IsraŽl, met behulp van foto's.
    Laat ze kruikjes, putjes etc. maken. Water was vroeger en nu nog in arme landen een ontmoetingsplaats.

Suggestie:

    Er zijn vast wel dingen waaraan ze zich bij elkaar ergeren.
    Laat ze daar eens over praten. Vind je ook niet dat we over het algemeen erg snel oordelen ?!?!

    We weten het altijd zo goed voor een ander, maar als je zelf in een bepaalde situatie zit reageer je vaak heel anders. Laat ze daar eens over praten (goed leiden).

Suggestie:

    Door afwijzing wordt de ander, maar ook wijzelf, er niet beter van.
    Als wij de ander accepteren zoals hij/zij is, kunnen we er samen beter van worden.
    De ander nemen zoals hij/zij is, iets goeds over de ander vertellen, de ander een complimentje geven....dat doet wonderen. Daar zul je over verbaasd staan,.........probeer maar eens uit !

    Door dat te doen; zorgt dat we elkaar erkennen en zorg dragen voor elkaar.
    Een compliment zorgt dat je je goed voelt, daar groei je van dus daar word je samen beter van. Wanneer je iemand afwijst, uit b.v. jaloezie of uit zelfbehoud, hoe voel je je dan ?
    Daar groei je niet van, daar krimp je van. Wie voelt zich wel eens afgewezen...of dat je niet mee mocht doen. Waardoor kwam dat ?

    Dus: Gun elkaar een compliment ! (Dat kan iedere dag op elk moment!)
    Een compliment; is leuk om te geven en zeker om te krijgen !!