Vijfde zondag door het jaar

B, wat vies!

De kinderen van het 14 Oktoberplein hebben afgesproken dat ze die woensdagmiddag lang in hun hut zullen blijven. Ze willen er ook samen gaan eten. Ze nemen geen klaargemaakte boterhammen mee, maar iedereen moet iets meenemen. Ze hebben afgesproken wie de belangrijkste dingen meebrengt, om te voorkomen, dat ze allemaal met brood en boter aan komen zetten. Verder mag iedereen meenemen wat ze erg lekker vinden.
Bas en Boris hebben beloofd voor het brood te zullen zorgen. Dat vond iedereen een heel veilige opdracht, daar zou niets mis mee kunnen gaan, want brood is altijd goed. Helaas, ze hebben de vindingrijkheid van Bas en Boris weer eens onderschat!!!!!!!!!
Hanneke, Monique en Suzan hebben de tafels heel erg leuk gedekt. Ze hebben dennenappels gezocht en daarmee de boel versierd. Fatima heeft thuis de placemats geleend en nu ziet het er feestelijk uit.
Zo feestelijk, dat Bert zegt: "is het echt feest, het lijkt wel Kerstmis!" "Natuurlijk is het feest," zegt Monique," als je samen de eerste keer in je eigen hut gaat eten, is dat toch een feest!" Iedereen levert zijn meegebrachte spullen in: Suzan heeft een pot ingemaakte kersen; Bert heeft een paar blikjes haring in tomatensaus. Zo heeft iedereen iets meegebracht. Bas en Boris hebben vier witte broden bij zich. "We hebben het zelf vanmorgen bij de bakker gehaald," verkondigen zij. Helaas hebben ze het brood niet laten snijden. Ze wilden vier hle broden hebben en die hebben ze gekregen.
Met een zakmes probeert Hanneke het te snijden. Dat gaat, maar daar is ook alles mee gezegd. Het zijn dikke hompen van sneden, helemaal buiten model! "Als jullie nog eens iets weten," zucht Hanneke, die het een heksentoer vindt. "De bakker heeft toch zo’n machine, waar ze het brood instoppen en dan krijg je keurige sneetjes," zegt Fatima. "Maar jullie hadden gezegd dat wij twee hele broden mee moesten brengen," antwoordt Bas. "Dat hebben we dus gedaan," vult Boris aan.
Eindelijk staat alles klaar en kunnen de kinderen gaan eten. Iedereen krijgt een snee brood, liever gezegd: een homp brood; daar doen ze van alles op: alles wat ze lekker vinden. Leuk, nu is er niemand die zegt dat ze eerst een boterham met hartigheid moeten eten en dan pas brood met jam mogen. De meeste kinderen zijn reuze zoetekauwen en vallen aan op de jam en de chocoladepasta. Bert eet brood met haring, daar is hij echt dol op. Na de eerste hap kijken de kinderen elkaar verbaasd aan. Wat smaakt dat raar. "Bh, wat vies," zegt Suzan, "wat is er met dat brood aan de hand?" "Niets," zegt Bas, "dat komt, omdat het niet netjes gesneden is". "Dat kan niet," antwoordt Bert, " dat verandert echt de smaak niet; dat brood smaakt raar!" "Het smaakt net als het brood dat mijn opa altijd eet," zegt Monique, "die eet alles zonder zout". "Hebben jullie soms zoutloos brood gekocht," vraagt Ron. "Nou....................... ja," aarzelt Bas, "dit brood was heel goedkoop. We hebben aan de bakker het goedkoopste witte brood gevraagd. Iemand had dit brood besteld en was het niet komen halen. Toen mochten wij het voor de helft van de prijs hebben," legt Boris uit. "Heeft de bakker jullie dan niet verteld dat dit zoutloos brood is," vraagt Willeke. "Ja," zegt Bas, " dat zei hij wel. Wij dachten dat dat niet zo erg zou zijn". "Misschien helpt het, als we er een beetje zout op strooien," stelt Fatima voor. Gelukkig heeft Hanneke eieren en een potje zout meegenomen, dus zout hebben ze genoeg. Het wordt geprobeerd. Eerst strooit Bert een beetje zout over zijn boterham met haring, het smaakt wel wat beter, maar nog steeds is de smaak van het brood niet wat het zijn moet. Ook op een boterham met jam en chocoladepasta wordt een beetje zout gestrooid. Dat smaakt beslist niet beter, dat wordt alleen maar viezer.
"Volgens mij moeten we het zout eerst op het brood strooien, dan de boter er op en dan pas het beleg. Het zout zit toch in het brood, dus dat moet je niet op het beleg strooien; dat kan nooit," zegt Ron, die eens even diep heeft nagedacht. Bij de volgende boterham wordt dit voorstel uitgeprobeerd. Het is wel iets beter, maar nog steeds niet om over naar huis te schrijven. Dan heeft Suzan nog een beter idee: "Dat zout hoort in het brood te zitten. Dat krijgen we er zo nooit in. Als we nu eens een beetje zout oplossen in water en dat eerst over het brood strooien, dan trekt het wel in het brood". "Maar dan wordt dat brood kliedernat," zegt Willeke, "dat is toch ook niet lekker!"
"Dan drogen we het eerst, voordat we het eten," vindt Bas. "Hoe wilde je dat doen," vraagt Hans. "Op de campinglamp, die is heel erg warm," antwoordt Bas. Hans voelt eens aan het kapje op de campinglamp, dat is inderdaad flink heet. Bas heeft al wat zout water op een boterham gestrooid en wil net de boterham op het lampenkapje leggen als Monique ingrijpt. "Hela, wacht even, dat lampenkapje is hartstikke smerig. Eerst even schoon maken". Met een papieren zakdoek wordt het lampenkapje schoongeboend. Nu zit de boterham tenminste niet gelijk vol stof. Bas legt de boterham erop en wacht een poosje. De boterham begint al snel flink te dampen. "Zie je dat het werkt," zegt Boris verheugd, " het water verdampt en het zout blijft erin." Iedereen krijgt een stukje van de "behandelde" boterham. Die smaakt echt stukken beter. "Gelukkig," zegt Bas, "we hebben de oplossing gevonden. Knap van mij h". "Het was veel knapper van jou geweest, als je gelijk gewoon brood had gekocht," zegt Hanneke. "Wij konden toch niet weten, dat er beslist zout in brood moest zitten," verdedigt Boris zich. "In bijna alles wat je eet zit een beetje zout," zegt Fatima, "zelfs in koekjes en in gebak." "Dat is zo," vertelt Monique, "mijn opa mag alleen maar speciaal voor hem gemaakte dingen eten. Hij mag niks hebben, waar zout in zit. Ook geen gebakjes."
"Mag hij dan nooit eens lekkere zoute drop eten," vraagt Eddy? Dat lijkt hem het ergste wat iemand kan overkomen, want als er iets is, waar hij dol op is, is het zoute drop.
De kinderen zijn nog uren bezig, want ze kunnen maar twee boterhammen tegelijk drogen. Doordat ze de boterhammen op de lamp leggen, is het ineens in de hut veel donkerder. Het licht wordt tegengehouden en ze kunnen elkaar bijna niet zien. "Zullen we er maar een paar zaklantaarns bij aandoen," stelt Bert voor," zo kunnen we niet eens onze mond vinden." Gelukkig zijn de batterijen pas opgeladen; zo hebben ze toch voldoende licht.
Doordat het zo lang duurt, krijgen ze steeds opnieuw honger en uiteindelijk hebben ze vier grote broden, helemaal opgegeten. Als toetje krijgen ze wat ingemaakte kersen. "Zit daar ook zout in," vraagt Bas. "Nee, suffie, dat is niet nodig, daar zit gewoon een heleboel suiker in," zegt Suzan.
Bas en Boris hebben nu tenminste wel geleerd, dat ze nooit meer zoutloos brood moeten kopen!!!!!!