De MakkebeeŽn

De periode van de MakkebeeŽn in de tweede eeuw voor Christus. Sinds de terugkeer uit de ballingschap in BabyloniŽ hebben met name Ezra en Nehemia heel veel gedaan voor het heropbouw van Jeruzalen en de tempel.  Maar er bleven allerlei conflicten de kop opsteken, intern en met de overheersers. Medio derde eeuw voor Christus ontstond de Septuagint, de griekse vertaling van de bestaande bijbelboeken. Maar in de tweede eeuw komt Antiochus 1V Epifanes op toneel, met de nodige gevolgen.


Mattatias was uit Jeruzalem vertrokken om van dat Hellenistische gedoe af te zijn, maar het achtervolgde hem. Toen hij in ModeÔn openlijk zich verzette tegen de koning en diens gezant, was hij zijn leven niet merr zeker.
Mattatias en zijn zonen kwamen dus in opstand  tegen koning Antiochus, die het volk dwong om offers op te dragen aan heidense goden. Het was een harde tijd en velen moesten hiun thuis ontvluchten. (1 MakkebeeŽn 2)

Nu ging Mattatias ook niet zachtzinnig te werk, hij liet kinderen met geweld besnijden en meer van dat soort "fijne" dingen. Voor een deel kwam dat omdat een groep fanatieke gelovige joden zich bij hem voegde.
De ChasideeŽn (= de integeren of de vromen) vormden in die tijd een strijdgroep, gekenmerkt door hun trouw aan de wet van Mozes. Ze schrokken er niet voor terug daarvoor de wapens op te nemen. Ze vormden in feite de kern van het leger van de MakkabeeŽn. (1 MakkebeeŽn 2)

 Mattatias was al een oudere man en vrij kort na de opstand overleed hij en werd begraven in ModeÔn. Zijn zonen gingen door met de opstand.
Judas de makkabeeŽr werd een beroemdheid in zijn land.Het Aramese woord Makaba betekent hamer. En hameren dat kon hij. Judas liet zich door niets en niemand afschrikken.
(1 MakkebeeŽn 2)

Op een keer viel hij het grote lege rvan Seron aan aan, ook al zagen zijn manschappen dat helemaal niet zitten. Bovendien waren ze slap van de honger. Judas stond hier tegenover een groot generaal die popelde op wat succes.
De droom van Seron ging echter lelijk de mist in.  Hij werd verpletterd.  Judas en zijn broers werden steeds meer bekend als geweldige vechtersbazen. Dat vonden zijn tegenstanders niet zo leuk. (1 MakkebeeŽn 3)

Ook koning Antiochus zat er flink mee in zijn maag. Hij kon het er toch niet bij laten zitten. Het moest dus wel weer een  oorlog worden. Hij bracht een enorm leger op de been en hij zou dat joodse volk wel eens helemaal uitroeien. Het probleem was wel dat hij slecht bij kas zat. Daarom trok hij naar PerziŽ om geld bijeen te brengen. Toen hij genoeg geld had, trok hij met een groot leger op naar Juda. Hij zou alle IsraŽlieten wel even om zeep helpen. (1 MakkebeeŽn 3)

Judas en zijn broers wilden hun land en hun joodse identiteit tot de laatste druppel bloed verdedigen. Het volk werd bijeengeroepen in Mispa om zich te beraden op de kritieke situatie. Mensen die pas getrouwd waren of pas een wijngaard haddengelegd en ook mensen die bang waren, mochten naar huis. Met een kleine groep dapperen,  wist Judas de vijanden te verslaan.
Maar hiermee was de Strijd nog niet ten einde. Lysias, de landvoogd, deed nog een poging het IsraŽlieten in de pan te hakken, maar ook hij verloor (1 MakkebeeŽn 3 en 4)

Jeruzakem was een verdeelde stad. De tempel was in handen van Judas en zijn aanhangers, maar de burcht werd nog bezet door de bezetters.  De tempel was verwaarloosd en moest daarom grondig schoon gemaakt worden voordat men er weer volgens de regels offers kon opdragen, Judas vond het ook tijd om een eind te maken aan die bezetting en bracht weer een leger op de been.  Ook nu was hij weer de overwinnaar. Maar echte vrede bracht het niet. Er moest aan alle kanten strijd geleverd worden om als volk te overleven.
(1 MakkabeeŽn 4)

Koning Antiochus was inmiddels opgevolgd door zijn zoon Eupator. Toen die hoorde van Judas' plannen, was hij woedend en kwam met een groot leger op Judas af. Bij Bet-Zekarja stonden de beide legers tegenover elkaar. In het leger van de koning waren ook olifanten die voor de oorlog waren afgericht.
De JudeeŽrs konden niet op tegen de overmacht van de vijand., die nu ook de tempel wilden veroveren. Bovendien dreigde er hongersnood. Ook in Juda ontmoetten Judas en de zijnen steeds meer tegenstand van mensen die met de vijand heulden. Allerlei internationale verhoudingen gingen een rol spelen,  In de zoveelste oorlog met de vijand sneuvelde Judas en heel IsraŽl was verdrietig. (1 MakkabeeŽn 9)

Gelukkig waren er nog een paar MakkabeeŽn broertjes over.Jonatan werd de opvolger van Judas.  Het werd weer knokken links en rechts. De koning was natuurlijk weer woest en Bakchides werd er ook nu weer op uit gestuurd om Jonatan manieren te leren. Dat lukte niet erg: er sneuvelden duizend mannen van zijn leger. Bakchides  gaf er de brui aan en keerde terug naar zijn land. Jonatan sloot nu een vredes verdrag met hem. Hij ging in Mikmas wonen en het volk kon genieten van een periode van rust. (1 MakkebeeŽn 9)

Jonatan werd een persoon met macht ern twee koningen wedijverden met elkaar om zijn vriendschap: namelijk Demetrius en Alexander. Jonatan werd overladen met cadeautjes van beide. Hij koos voor Alexander, wat natuurlijk weer problemen opleverde bij Demetrius. Enkele verraders probeerden hem zwart te maken bij Alexander, maar die trok zich daar niets van aan.  Hij liet Jonatan in purper kleden, om te laten zien dat hij helemaal achter hem stond. (1 MakkebeeŽn  10)

Jonatan was echter nog niet van Demetrius af. Hij werd belaagd door diens stadhouder Apoolonius. Die dacht dat hij met zijn sterke ruiterij Jonatan wel kon verslaan. Maar mooi niet. De soldaten van Apollonius sloegen op de vluchten gingen naar de tempel van hun God in Bet-Dagon. Maar Jonatan was goed op dreef en stak de tempel in brand, met al die soldaten erin.. Met een grote buit en nog meer macht ging Jonatan terug naar Jeruzalem. (1 MakkebeeŽn 10)

Het bleven woelige tijden in het Midden Oosten. De grootmachten vochten om de macht en het kleine IsraŽl zat er tussen, en vaak profiteerde het van de ambities van de grootmachten. Maar Alexander werd vermoord,  zijn ene tegenstander PtolomeŁs van Egypte stierf even daarna. Over bleef Demetrius II, en Jonatan knoopte goede banden aan met hem. Na de dood van PtolomeŁs werden de soldaten die hij in de versterkte steden had achtergelaten door de inwoners gedood. Ook Jonatan zat niet stil en riep zijn leger bijeen om actie te ondernemen. Hij viel de burcht in Jeruzalem aan.(1 MakkebeeŽn  10)

Het bleef rommelen tussen de verschillende grootmachten en Jonatan zocht steun wat verder weg, namelijk in Rome en Sparta. Hun vriendschap was mooi meegenomen maar ook dicht bij huis bleef het onrustig.
Want het leger van Demetrius was al in het gebied Hamat en Jonatan was van plan om hen 's nachts te overvallen. Dat likte niet helemaal maar het leger bleek 's morgens wel op de vlucht geslagen te zijn. (1 MakkebeeŽn  12

Weer een rond gewonnen door Jonatan en zijn broer Simon. Ze besluiten om de steden van Juda te versterken om de vijand buiten de deur te houden. Die vijand kwam nu in de persoon van Tryfon die ernaar streefde om de koning van AziŽ te worden en Antiochius uit de weg te ruimen. Omdat hij bang was van de machtige Jonatan, papte hij met hem aan. Ze gingen samen naar PtolemaÔs. Maar toen Jonatan daar aangekomen was, werd hij vermoord, en al zijn mannen met hem (1 MakkebeeŽn 12 en 13)

Simon, de broer van Jonatan, nam de leiding over en bleef vechten tegen de vijanden van Juda. Hij belegerde Geser, een belangrijke stad aan de handelsweg van Egypte naar SyriŽ. Met behulp van een stormtoren wist hij de stad binnen te komen.  De inwoners die om genade smeekten, liet hij vrij uit gaan.
Onder Simons bewind kende het land een periode van rust.
(1 MakkebeeŽn 14)

Maar rust in dit gebied is een betrekkelijk begrip. Natturlijk kwamen er weer problemen, dit keer van de kant van de schoonzoon van Simon. Die wilde graag de rijkdommen van zijn schoonvader inpikken en hij besloot Simon en zijn zonen uit de weg te ruimen. Dat gebeurde in Jerricho, nadat hij hen dronken gevoerd had. Alleen Johannes, ook een zoon van Simon, overleefde en bleef nog een tijd de leider van het volk. (1 MakkebeeŽn 16)

De MakkebeeŽn hebben gestreden voor een zuiver joodse en zelfstandige staat in een heel roerige tijd. Het begon als een guerillebeweging en groeide uit tot een machtig staatsapparaat. Een hele tijd kon het land zo zijn zelfstandigheid bewaren totdat het in 63 vůůr Christus door de Romeinen o.l.v PompeŁs werd veroverd.