De tijd van de rechters
Onder leiding van Jozua werd na de verovering van Jericho nog verschillende andere steden ingenomen. Maar dat ging niet altijd zonder slag of stoot. Omdat de IsraŽlieten zich soms niet aan de regels hielden, liet, volgens de verteller, hun god dingen nogal eens mislukkeb als straf. Maar uiteindelijk werden heel wat koningen/koninkjes in Kanašn verslagen. In Jozua 12 staat een hele lijst.De veroverde gebieden werden verdeeld onder de 12 stammen van IsraŤl. Na de dood van Jozua werd het heel onrustig in het land. De IsraŽlieten raakten verwikkeld in een lange reeks oorlogen met de stammen en groepen die al heel lang in Kanaŗn woonden. Maar, zo maken de bijbelse auteurs duidelijk: God was met zijn volk en zorgde ervoor dat ze als overwinnaars uit de strijd kwamen.

Na Jozua brak het tijdperk van de rechters aan, een tijd ook waarin verschillende oorlogen gevoerd moesten worden.  Het gaat hier niet zozeer om rechters zoals wij ze kennen maar eerder om militaire leiders in tijden van nood en bestuurders in tijden van rust en vrede. Intrigues en moordpartijen waren heel gewoon.

De bijbelboeken Jozua en Rechters is een allegaartje van allerlei vaak spannende verhalen. Ze hebben een lange ontstaansgeschiedenis en zijn voortgekomen uit verschillende plaatselijke overleveringen, met plaatselijke helden en leiders. Sommige verhalen berusten op voorwerpen en gebruiken die men in later tijd in IsraŽl aantrof en die de nieuwsgierigheid van het volk prikkelden. Die voorwerpen werden achteraf dus van een ontstaangeschiedenis voorzien. Zoals bij alle bijbelboeken gaat het ook hier niet om geschiedschrijving, ook al zijn er allerlei historische elementen in verwerkt. De verhalen dienen vooral om aan te tonen dat God (Jahwe) blijvend trouw is aan zijn volk maar dat datzelfde volk het wel eens laat afweten. Maar Jahwe brengt redding en geluk aan hen die Hem trouw dienen. Maar als het volk ontrouw is en eigen wegen gaat, dan loopt alles mis. De trouw aan Jahwe omvat immers ook trouw aan elkaar, want de stammen hebben zich verbonden op basis van hun geloof in Jahwe. En als je ontrouw wordt aan elkaar, dan gaat het mis.


Een van de meest bekende rechters uit die tijd was Simson (vroeger werd hij in de katholieke traditie altijd Samson genoemd). Ofschoon zijn moeder onvruchtbaar was, werd hij toch geboren. Zo gaf de verteller aan dat God hier aan het werk was ten gunste van zijn volk. Hij zou de redder worden van het volk tegen de grote vijand van toen: de Filistijnen. Simson wordt getekend als een enorme krachtpatser. Zo wordt verteld dat hij in zijn jonge jaren een leeuw doodde.  (Rechters 13 en 14)

Ondanks het feit dat het boek rechters een samenraapsel is van allerlei verhalen en overleveringen, geeft het toch een aardig beeld van de historische situatie in die tijd. Elke stam was min of meer onafhankelijk. De oudsten vormsen een soort plaatselijk bestuur dat niet over een geregeld leger beschikt. Om tijden van onderdrukking door de oorspronkelijke bevolking, wordt de verdediging aan een gelegenheidsleider toevertrouwd. De IsraŽlieten werden heel bang voor de Filistijnen, zozeer zelfs dat ze Simson aan hen wilde overleveren, opdat zo de rust in het land zou terugkeren.  Simson maakte het de Filistijnen kanp moeilijk. (rechters 15)

De IsraŽlieten en de oorspronkelijke bewoners van Kanašn, leefden dan weer in oorlog met elkaar, dan weer in vrede. Er werdt ook regelmatig onderling getrouwd. Zo trouwde ook Simson met een Filistijns meisje, maar dat huwelijk duurde niet lang. Later werd Simson verliefd op een vrouw, Delila geheten. Zij werd door de Filistijnen omgekocht om uit te zoeken wat het geheim was van Simsons uitzonderlijke krachten. Want niemand was zo sterk als hij. Na veel aandringen vertelde hij haar zijn geheim. (rechters 16)

De Filistijnen namen Simson gevangen, staken hem de ogen uit, brachten hem naar Gaza en legden hem met twee bronzen kettingen vast. In de gevangenis moest hij de molen draaien. Maar zijn rol was nog niet uitgespeeld. Zijn krachten kwamen terug en nog ťťn keer kwam hij in actie. (Rechters 16)






SamuŽl heeft een heel grote rol gespeeld in de overgangsperiode tussen de rechters en de koningen. Twee bijbelboeken werden aan zijn leven en werken gewijd. Als man van God kreeg ook hij een bijzondere geboorte toegedicht. Zijn moeder, die onvruchtbaar was maar op haar smeken toch nog een kind kreeg, wijdde hem toe aan Jahwe. SamuŽl schijnt te betekenen: "Ik heb hem van de Heer afgesmeekt". (1 SamuŽl 1)

Als baby nog werd SamuŽl naar het toenmalige heiligdom in Silo gebracht, waar ook de ark stond en waar Eli de hogepriester was. Voor ons gevoel een vreemde situatie: eerst hartstochtelijk bidden om een kind, en er dan na een jaar al afstand van doen. Waarschijnlijk is ook dit zo'n dichtelijke vrijheid die de vertellers van toen vaak namen om aan te geven dat iets Gods werk was. Dat komt ook duidelijk naar voren in de volgende verhalen rond SamuŽl. SamuŽl werd geroepen om de nieuwe leider van het volk te worden. Midden in de nacht riep de Heer hem voor de eerste keer, zo wordt verteld  (1 SamuŽl 2)

De hogepriester Eli was een vooraanstaand man, maar zijn zonen Chofni en Pinechas maakten er een potje van. Het waren echte misdadigers. De boodschap die SamuŽl midden in de nacht kreeg was dat God Eli en zijn zonen zou straffen, de zonen vanwege hun liederlijk gedrag, hun vader omdat die er niet genoeg tegen op getreden was. De jonge SamuŽl ging een heel grote rol spelen in het toenmalige IsraŽl. (1 SamuŽl 3)

We zitten nog steeds midden in de oorlog met de Filistijnen. Moderne Palestijnen zeggen: "Filistijnen, dat zijn wij!" Dit geeft dus een beetje een verklaring waarom het zo moeilijk is om vrede te krijgen tussen de Palestijnen en de Joden. In die tijd - 3000 jaar geleden - toen Eli de hogepriester was, gebeurde er iets dat voor de IsraŽlieten een grote ramp was. Toen de IsraŽlieten de strijd tegen deFilistijnen niet konden winnen, haalden ze de ark uit het heiligdom erbij.. Ze dachten: met God in ons midden, zullen we zeker overwinnen. Maar God had andere plannen. (1 SamuŽl 4)

Het verhaal van de ark hoort bij die merkwaardige verhalen in de bijbel, die vertellen over de straffende God die tegelijk ook weer reddend bezig was. In de ogen van de vertellers maakte hij ook hier weer eens duidelijk dat Hij de ware God was, en dat de afgoden van de Filistijnen geen enkele macht hadden. De Filistijnen zetten de Ark naast hun (af)god Dagon in de tempel. Dat hadden ze beter niet kunnen doen.  (1 SamuŽl 5)

De vertellers en de luisteraars smulden van dit soort verhalen die in de loop der tijd ook steeds wat aangedikt werden. Zo kregen de Filistijnen nog een heleboel ellende over zich heen zolang de ark in hun bezit was. Velen vonden de dood en de overlevenden werden getroffen door weer andere problemen.
De Filistijnen hadden de schrik te pakken voor de ark des Heren, die alleen maar narigheid bracht. Hij werd van de ene plaats naar de andere vervoerd, maar bracht alleen maar een hoop paniek en narigheid teweeg. Na zeven maanden ellende werd besloten de ark terug te sturen naar de IsraŽlieten. Het terugsturen van de ark alleen was niet voldoende in de ogen van de Filistijnse waarzeggers. Er moest ook een speciaal zoenoffer meegegeven worden. (1 SamuŽl 5)

Ook toen de Ark weer terug was in IsraŽl bleef het rommelen. Het patroon van goede tijden, slechte tijden bleef zich herhalen, afhankelijk van de trouw of ontrouw van het volk. Ook dee Filistijnen hadden nog steeds niet geleerd om de IsraŽlieten met rust te laten. Maar God toonde opnieuw zijn macht zodat ze een pijnlijke nederlaag leden tegen de IsraŽlieten. Bovendien kregen ze een ernstige aambeienplaag. Daarna vielen zij het grondgebied van de IsraŽlieten niet meer aan, althans voor een bepaalde periode. (1 SamuŽl 5 en 6)

Toen SamuŽl oud geworden was, stelde hij zijn zonen aan als rechters over IstaŽl. Maar dat was niet zo'n succes: ze waren uit op eigen voordeel en deden aan vriendjespolitiek. Dat viel niet in goede aarde en het volk riep om een koning. Ze zagen dat de omliggende volken koningen hadden en ze wilden er ook een. Eerste wilde SamuŽl er niets van weten. Voor hem had IsraŽl maar ťťn koning: hun God. Maar het volk bleef aandringen, ook toen SamuŽl nog eens duidelijk had gemaakt dat een machtige koning ook niet alles was. En Saul zou de eerste koning van de IsraŽlieten worden. (1 SamuŽl 8 en 9 en 10)

Saul werd dus de eerste koning. Over zijn keuze bestaan we drie verschillende versies. De eerste verteld dat Saul in Betel door SamuŽl uitgekozen wordt. In de tweede versie viel het lot op hem tijdens een landdag in Mispa. In de derde versie werd hij door het volk tot koning uitgeroepen. Het volk was razend enthousiast om hem omdat hij een grote overwinning op de Ammonieten behaald had. Bijbelskenners denken dat de derde versie het dichtst bij de historische werkelijkheid ligt.